Lekker Druk | Exclusief interview Bauke Mollema

Gastblogger | 17 maart 2021

Bauke Mollema heeft zijn seizoen propvol gestopt met klassiekers. Grote rondes en misschien ook wel de Olympische Spelen.

Voor Bauke Mollema (34) is het niet mogelijk om naar het komend seizoen te kijken zonder het afgelopen wielerjaar door te nemen. Een jaar waarin hij drie keer top tien reed in eindklasseringen van kleinere rondes (de Ronde van de Algarve, de Route d’Occitanië en de Ronde van de Ain), daarna vierde werd in de Ronde van Lombardije en met die benen afreisde naar de Tour de France. De Groninger trok de opwaartse lijn in Frankrijk door. Na twaalf ritten stond hij dertiende, nog voor bijvoorbeeld Tom Dumoulin, en met uitzicht op meer. De dagen van Mollema moesten nog komen, predikten de deskundigen. De klimmer van Trek-Segafredo haakte immers altijd aan wanneer anderen er doorheen zakten en hun klassementsambities zagen verdampen. En dan moesten er nog zes ritten volgen door de bergen.

“Ze weten dat ik voldoende train als ik thuis ben en dat ik altijd fit verschijn bij koersen”

In de dertiende rit ging het mis. In een flauwe bocht naar rechts probeerde hij andere renners te ontwijken en kwam hij hard terecht in een naastgelegen greppel. In eerste instantie stond hij op, net als alle wielrenners in een eerste reactie doen, legde zijn ketting weer op het kettingblad en maakte aanstalten om de rit te vervolgen. Dat ging niet. Zijn linkerarm was te pijnlijk. Met een helikopter werd hij halsoverkop naar het ziekenhuis in het nabijgelegen Clermont-Ferrand gebracht waar hij zichzelf binnen de kortste keren terugvond op de operatietafel. In zijn pols en spaakbeen zaten meerdere complexe breuken. De Tour de France zat er voor hem op en zo bleek later: ook het seizoen was meteen ten einde terwijl er naast de Giro en Vuelta nog veel klassiekers gereden moesten worden.

 

En daarna zat je ineens thuis op de bank. Terwijl er nog maanden van mooie wedstrijden zouden volgen. Hoe vervelend was dat?
“In zo’n situatie krijg je al snel vrede met de omstandigheden. Ik heb niet heel veel wielrennen gevolgd in het najaar. De Tour heb iknog gevolgd, omdat ik toch nog niks kon met mijn pols, maar de Giro en Vuelta zijn grotendeels aan mij voorbijgegaan. Ik heb me gericht op mijn herstel en mijn gezin. Zo vaak maak ik het niet mee dat ik bijna vier maanden achter elkaar fulltime thuis ben in Monaco. Ik denk dat het wel vijftien jaar geleden is, toen reed ik nog bij het Development Team van Rabobank.”

Bij de perspresentatie van de ploeg werd gezegd dat je nog veel geluk hebt gehad met al die breuken in de pols.
“Het waren gecompliceerde breuken, dus ik mag inderdaad van geluk spreken. Zelf zat ik er niet over in, maar de fysiotherapeut waar ik vaker mee werk, schrok van de foto’s achteraf. Hij complimenteerde de artsen van het ziekenhuis in Clermont-Ferrand. Als zij niet zo adequaat hadden gehandeld, was het misschien minder goed afgelopen. Het was natuurlijk niet voor niets dat ik nog dezelfde dag van de val geopereerd werd.

Hoe voelt je pols nu?
“Ik kan zeggen dat de pijn wel weg is inmiddels, maar ik voel het nog wel bij sommige bewegingen. Vooral als er gewicht op de pols komt te staan. Maar tijdens het wielrennen is dat geen hinder. Ik kan gewoon uit het zadel sprinten.”

En dus rijd je ‘gewoon’ al jouw zevende seizoen bij deze ploeg. Je contract loopt ook volgend jaar nog door. Ben je zo tevreden?
“Ik heb altijd de intentie gehad om door te gaan bij Trek-Segafredo. Bij mijn eerste contractverlenging in 2016 was dat ook het geval. Ik heb het hier al vanaf het begin naar mijn zin. Ik mag de koersen rijden die ik zelf graag wil en ook in de rol die ik graag wil. Daarin hebben we een goede verstandhouding. Als ik de afgelopen jaren aangaf de Giro te willen rijden, gaven ze mij die kans. Andersom kunnen ze op mij bouwen. Ze weten dat ik voldoende train als ik thuis ben en dat ik altijd fit verschijn bij koersen.”

Dat zijn er dit jaar nogal wat. Jouw kalender zit bomvol. Een bewuste keuze?
“Het is lekker druk wel, hè? Dat komt door mijn voorbereiding. Vorig jaar heb ik veel gemist, weinig koersen gereden, dus de eerste maanden van dit jaar wilde ik gebruiken om wedstrijdritme op te doen. In de aanloop naar dit seizoen heb ik al vroeg veel kilometers gemaakt, omdat ik na een periode van rust na de breuk veel ben gaan trainen. Ik stond al vroeg in het jaar scherp. Hopelijk werpt dat de rest van het jaar zijn vruchten af.”

Heeft dat ook nog iets met corona te maken? De onzekerheid van afgelastingen?
“Nee. Bij mij niet in ieder geval. Ook zonder corona was dit mijn kalender geweest. Ik wil wedstrijden rijden, dat is de voornaamste reden.”

De eerste doelen zijn straks de heuvelklassiekers zoals de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik. Wanneer zien we jou eens in Parijs-Roubaix of de Ronde van Vlaanderen zwoegen?
“Ik houd niet zo van kasseien. Ik ben te licht gebouwd. In de Tour de France van 2015 en 2018 zat een kasseienrit, als klassementsrenner loop je dan een verhoogd risico op pech of een valpartij. Dat gebeurde in 2018 ook, ik ging ineens onderuit. Daar wordt de liefde voor kasseien niet groter van. Al is het soms een kwestie van geluk. Ik denk dat ik continu gelost zou worden als ik Parijs-Roubaix rijd. Al wil ik best een keer meedoen om het te ervaren. Nu past het gewoon niet in mijn schema, dan moet ik koersen overslaan die mij beter liggen. Vlaanderen ligt me ook beter, daar wordt tenminste nog geklommen op op de Paterberg en de Oude Kwaremont.”

Op je planning staan zowel de Giro d’Italia als de Tour de France. In welke rol ga je die rondes beginnen?
“In Italië start ik naast Vincenzo Nibali, onze Italiaanse kopman. Ik ga niet voor een goed klassement rijden daar. Als er ruimte is, kan ik een poging wagen voor een ritzege. Met al die etappes in Italië in de benen is het nog maar de vraag met welke intenties ik de Tour de France rijd. Er zitten maar drie weken tussen beide rondes, dus sprake van een goed herstel is er niet. Ik kijk wel heel erg naar beide rondes uit.”

Je hebt de Ronde van Lombardije en Clásica San Sebastián al eens gewonnen. Twee loodzware klassiekers. Zijn dat inmiddels geen belangrijke doelen geworden in dit stadium van jouw carrière?
“Ik staar me al heel lang niet meer blind op grote rondes. Er is meer in het wielrennen. Klassiekers vind ik prachtig en gezien mijn resultaten heb ik daar ook de kwaliteiten voor. Ik kan mijn energie volledig kwijt in de klassiekers. En dat blijf ik ook doen.”

Jullie rijden bij jullie ploeg al jaren op het Amerikaanse merk trek. Ben je er tevreden over?
“Ik heb eerlijk gezegd niet op veel verschillende fietsen gereden in mijn leven, dus vraag mij niet voor een vergelijkend warenonderzoek. Tevreden ben ik in ieder geval wel. Mijn klimfiets is heel licht en heel aerodynamisch, de beste combinatie. Ook mijn teamgenoten hoor ik weinig klagen.”

Op welk fietstype van trek rijd je?
“De klimgeiten van onze ploeg rijden allemaal op de Émonda. Dit nieuwe type is vlak voor de Tour de France van 2020 aan ons geleverd, dus de grote wedstrijden moet ik er nog mee rijden. Dit nieuwe type is vooral aerodynamischer dan het vorige model. Ik heb daar ook naar gevraagd. Ook heb ik schijfremmen en een aero-stuur. De Madone heb ik ook nog, dat is de aerofiets voor vlakke en snelle koersen. Die is een stuk zwaarder. Daarnaast zijn er fietsen voor de kasseien, maar daar rijd ik nooit op.”

Bauke Mollema

Geboren: 26 november 1986
Geboorteplaats: Groningen
Ploeg: Trek-Segafredo
Specialisme: Heuvelklassiekers
Mooiste overwinningen: Clásica San Sebastián, Ronde van Lombardije, etappe Tour de France 2017.

Is het een voordeel dat Trek ook een van de grootste sponsoren van de ploeg is?
“Als renners van de ploeg worden we betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe frames en types. Datzelfde geldt trouwens ook voor onze helmen en schoenen. Vanuit de Amerikaanse fabriek, waar ik ook al een paar keer ben geweest, wordt onze feedback gevraagd. Wij zijn immers de ervaringsdeskundigen. Een paar renners testen tevens de nieuwe frames. De één wil graag wat meer carbon in de fiets, een ander vraagt of het strakker kan. Al met al komen we dan tot de ideale fiets.”

Hoe vaak verander jij de afstellingen? Of twijfel je daar minder over dan een gemiddelde renner in het peloton?
“Voor zover ik mij kan herinneren, heb ik de laatste jaren niets in de afstellingen aangepast. Bij mijn komst in 2015 is een uitgebreide fietsmeting gedaan, het jaar daarna hebben we dat nog eens gedaan. Vanaf dat moment heb ik geen klachten gehad. Ik weet niet hoe de mensen naar mij kijken, maar ik ben stilistisch gezien niet de mooiste wielrenner natuurlijk. Het ziet er niet altijd even mooi uit. Zeker als het stoempen wordt. Maar dat heeft niets met mijn afmetingen te maken. Het is gewoon mijn stijl van koersen.”

We zagen Tom Dumoulin de laatste tour de france worstelen met zijn zadel. Heb jij dat ook gehad tijdens je carrière?
“In die mate gelukkig niet. Het zag er bij hem uit als een kwelling. Ik kan me wel de Giro d’Italia van 2017 herinneren. Toen had ik zitvlakproblemen en daarna heb ik een ander zadel aangemeten gekregen. Een breder model. Sindsdien geen last meer van gehad.”

 

Er doen verhalen de ronde dat jij als puber rondreed in veel te grote wielerkleding en het soigneren nog moest leren. Hoe belangrijk vind je dat inmiddels?
“Haha. Dat is wel anders nu. Ik vind dat je niet met een gat in de broek of met een vies shirt moet rondrijden, maar de meeste ploegen in het professionele peloton zien er heel verzorgd uit. Education First, bijvoorbeeld, heeft een mooie outfit. Al was ik minder te spreken over de Donald Ducks op hun shirts tijdens de laatste Giro.”

En jullie eigen tenue van Trek-Segafredo?
“Wederom heb ik niks te klagen. Het liefst rijd ik in ons fluogele trainingsoutfit. Dat valt lekker op. En dan wel met de bijbehorende fluoriserende sokken natuurlijk.”

Sokken lijken een belangrijk onderwerp te zijn in het peloton. Er wordt bijna meer over gesproken dan over de fietsen. Hoe draag jij ze? Laag of ben je van de filosofie ‘hoe hoger de sok, hoe harder de snok’?
“Eerder andersom. Ik draag mijn sokken liever wat lager dan hoger. Wat dat betreft beweeg ik in de tegengestelde richting en ga ik tegen de gangbare mode in. In het peloton worden ze steeds hoger gedragen.”

Hoeveel paar sokken slijt je in een seizoen?
“Poeh, goede vraag. Dat weet ik niet precies, maar dat gaat om tientallen. Het is niet zo dat ik elke koers nieuwe sokken pak. Zelfs liever niet, want dan zijn ze nog zo glad in de schoen. Ik geloof dat anderen dat juist fijn vinden. Ik dus niet. Ik gooi nieuwe sokken altijd een of twee keer in de was zodat ze wat ruwer worden.”

“Wielrennen is natuurlijk een merkwaardige sport, de Olympische Spelen zijn een leuk extraatje”

Tom Dumoulin stopte (tijdelijk) zijn wielercarrière mede omdat hij de druk van buitenaf soms te groot vond. Hij begon zich af te vragen of het wielrennen genoeg voor hem was. Net als Dumoulin reed jij veel wedstrijden als kopman. Heb jij deze gedachten ook?
“Niet zoals Tom die had. Ik ben niet te vergelijken met hem. Ik vind wielrennen hartstikke mooi en ga zeker nog een paar jaar door. De druk van publiek en pers heeft nooit enorme invloed op mij gehad. Sterker nog, ik denk dat ik mezelf nog meer druk oplegde dan de buitenwacht. Na een Tour kon ik dat ook weer naast me neerleggen, er stond weer een andere wedstrijd op het programma en mijn gedachten richtte ik dan daarop. Wat de wereld van mij vindt, interesseert me niet zo. Ik lees soms wat reacties op sociale media, maar het raakt me niet. Al hoop ik natuurlijk wel dat ze positief zijn.”

Het is een olympisch jaar. Reis je na de Tour af naar Tokio?
“Wanneer ik in vorm raak, denk ik dat ik zeker kans maak op een uitverkiezing. Wielrennen is natuurlijk een merkwaardige sport, de Olympische Spelen zijn een leuk extraatje. Dat klinkt gek, maar de meeste renners richten zich in eerste instantie op de Tour de France. Daar train je voor en een week later rijd je in Japan. Het parcours daar lijkt trouwens op een zware heuvelklassieker, dat ligt me dus wel. Er is een steile klim die echt extreem zwaar is. Daar ontploft het waarschijnlijk en dan mogen 25 jongens het uitvechten. Hopelijk ben ik er daar één van.”

Tekst: Thomas Sijtsma
Fotografie Trek-Segafredo, Cor Vos

FuturumMag.16

Dit artikel is afkomstig uit FuturumMag.16, het magazine van FuturumShop. Wil je meer interviews, reviews, tips of achtergrondverhalen lezen? Klik hier voor alle artikelen uit het FuturumMag.