Mathieu & zijn maten | Exclusief interview

Gastblogger | 24 mei 2022
Wat is het geheim van Team Alpecin-Fenix, de wielerploeg van Mathieu van der Poel?
Tekst Edward Swier, Fotografie Alpecin-Fenix & Cor Vos

Toegegeven. De hamburger zag er écht lekker uit. Toch is de kans groot dat een heleboel profwielrenners er hun tanden niet in hadden durven zetten. Bang voor de reactie van hun voedingscoach, beducht voor de reacties uit de ploegleiding. Mathieu van der Poel zat daar niet mee. Hij had, het was een half uur nadat hij de Ronde van Vlaanderen weer had gewonnen, gewoon trek. En dus hapte hij in de tv-studio van Sporza in de sappige burger. En nee, op zo’n moment heeft hij er geen zin in om uit te vogelen hoeveel calorieën zo’n homp vlees nu precies bevat en of het broodje wel met de juiste granen is bereid. Dat hij zijn broodje hamburger zomaar verorberde, staat voor meer dan je zou vermoeden. Het vertelt het verhaal van de wielerploeg van Alpecin-Fenix. Andere ploegen hebben heel strikte voedingsvoorschriften. Het is misschien bijna niet voor te stellen, maar er zijn teams waar je als coureur aan het buffet letterlijk je sperziebonen moet afwegen. Als je, op basis van je verbranding in de uren ervoor, wordt opgedragen 174 gram op te scheppen, mag je daar als renner niet van afwijken. Velen zullen zich afvragen of een sperzieboon meer of minder de dag erop het verschil maakt.

Michel Cornelisse: “Moraal krijg je vooral als je er plezier in hebt”

Volgens Michel Cornelisse, ploegleider bij Alpecin-Fenix, is er één ding belangrijk voor een wielrenner: “Een coureur heeft moraal nodig. Die krijg je door te winnen. Die krijg je door een schouderklopje te krijgen als je hard gewerkt hebt. Maar het helpt ook dat er iemand met een luisterend oor aan de streep staat als je op twintig minuten bent gereden. Moraal krijg je vooral als je er plezier in hebt. En daar hoort dus ook zo nu en dan een lekkere hamburger bij.” Op zoek naar het geheim van Alpecin-Fenix kan Cornelisse wel wat antwoorden geven. Al doet hij zijn best om zijn werkgever ook weer niet af te schilderen als het buitenbeentje. “We hebben het imago opgeplakt gekregen van vrijbuiters, en misschien zijn we dat diep in ons hart ook wel, maar bij ons zit ook overal een idee achter. Wij hebben ook goed materiaal, werken met voedingsexperts en we gaan op trainingskamp als het nodig is. En we hebben goede ploegleiders, althans ik hoop toch dat de coureurs dat denken.”

Denk dus, op basis van die ene hamburger, ook niet dat ze bij Alpecin-Fenix wat voeding betreft maar wat doen. Integendeel. Ook die ploeg heeft een performancemanager in dienst. Ook daar weten ze dat presteren enkel mogelijk is als je eerder op de dag voldoende energie hebt getankt. “Een voedingsplan is cruciaal”, legde Kristof de Kegel na de Ronde van Vlaanderen uit. Hij werd gevraagd naar het uitgebreide lijstje op de stuurpen van Mathieu van der Poels fiets. Daarop stond precies omschreven wanneer hij een bidon moest nemen. “Als je in het eerste uur te weinig eet of drinkt, zal je dat in het vierde, vijfde of zesde uur van de koers bekopen.”
De ploeg is gegroeid en hoort na een paar jaar bij de gevestigde orde in het peloton. Ook al doet het team een aantal dingen anders. Cornelisse: “Ik denk altijd maar dat wij een gewone wielerploeg zijn. Of we de dingen anders doen, weet ik eerlijk gezegd niet. Ik kan niet in de keuken bij andere teams kijken. Dat we iets goed doen, dat weet ik wel.”

De formatie, ontsproten aan het brein van de gebroeders Philip en Christoph Roodhooft, presteert in ieder geval beter dan op basis van het budget zou mogen worden verwacht. De ploegleiding heeft er een neusje voor om te scoren met renners die elders op een zijspoor zijn beland, of zelfs zonder contract zitten. Ze krijgen een tweede of soms zelfs derde kans. Cornelisse: “Tim Merlier reed nota bene met een zwarte, reclameloze trui in de rondte toen wij hem oppikten.” En zo zijn er meer. Jay Vine werd opgepikt na een online competitie van Zwift. De Belgische televisieverslaggever Renaat Schotte noemt Alpecin-Fenix ‘wereldkampioen rekrutering’. Het team kan uit renners veel meer halen dan de buitenwereld mogelijk acht.

Gretigheid
De stelregel is: de ploeg zoekt coureurs die écht graag willen. Cornelisse heeft, als we hem bellen, een goed voorbeeld. “Ik zit hier nu in de Ronde van Turkije en was er net getuige van hoe twee renners uit onze ploeg, Maurice Ballerstedt en Ayco Bastiaens, in de bus zaten te ruziën wie er vandaag nu weer de hele dag op kop mag rijden. Echt, ze willen allebei zo graag. Ik moet er straks maar even tussen komen”, lacht hij. “Dat vind ik dus prachtig. Die wil, de gretigheid. Daarom nemen wij ook altijd onze verantwoordelijkheid. Tenminste, als we denken dat er die dag kansen voor onze sprinters Jasper Philipsen of Merlier liggen. Het is gewoon prettig om ervoor te gaan, om je best te doen. En lukt het niet, dan morgen beter hè.”

Alpecin-Fenix heeft niet de ‘ultieme’ WorldTour-status. Dat is een kwestie van geld. De ploeg vindt het zonde om daarvoor extra centen neer te tellen en is op papier nu ‘slechts’ een ProTeam. Als sterke ploeg uit de tweede divisie heb je vrijwel overal startgelegenheid, zeker als je zegt dat je Mathieu van der Poel meeneemt. Maar een startverplichting voor wedstrijden op de WorldTour-kalender is er dan weer niet. Dat maakt dat je je koersen kunt uitzoeken. Je kunt kleinere etappekoersen met veel klimwerk laten schieten, hoeft niet altijd een dubbel programma te rijden. Het maakt het pieken, het uitzoeken van je favoriete evenementen, een stuk makkelijker.

Het zijn van die foefjes waarin de gebroeders Roodhooft handig zijn. Ze verdienen er bovendien de sympathie in eigen land mee, worden als niet-poenerig beschouwd. Gevolg is ook dat het team het in de media veel minder zwaar te verduren krijgt dan bijvoorbeeld Lotto-Soudal en Quick-Step Alpha Vinyl. Wat daar gebeurt ligt allemaal onder een vergrootglas, richting Alpecin-Fenix is men veel minder streng. Cornelisse: “Een gezellig Belgisch ploegske? Misschien wel. Al is bij ons de voertaal inmiddels Engels hoor, omdat de helft van de renners niet-Nederlandstalig is.” Zelf had Cornelisse het als coureur naar eigen zeggen het meest naar zijn zin in Belgische dienst. “Begin jaren negentig reed ik bij La William. Daar heb ik qua uitslagen mijn beste jaren als prof gehad. Bovenal was het er erg leuk.” De ervaringen van toen gebruikt hij nu in zijn rol als ploegleider. Hij vindt het belangrijk dat er een goede sfeer heerst. “Ik heb het idee dat de renners van ons elkaar wel mogen. Dat iedereen zijn best voor elkaar wil doen.”

“Mathieu wordt net zo goed in de zeik genomen in de groepsapp”

“Bij La William zag ik wat een schouderklopje kan doen. Ik was geen wereldcoureur, maar als je bij mij op het juiste knopje drukte ging ik wel voor de ploeg door het vuur, kon ik bij wijze van spreken twee keer zo hard. Daarom ga ik na de finish van een etappe meestal in gesprek met de renners die achteraan eindigden. De winnaar heeft mijn aandacht niet nodig, die redt zich wel. Het gaat om de rest. Je moet zorgen dat een coureur niet wegkwijnt hè.”

De kracht van het collectief is volgens Cornelisse het geheim. “In het begin leefde heel sterk het idee dat alles van Mathieu van der Poel moest komen. Natuurlijk is hij een geweldenaar. Mathieu kan je overal inzetten. Maar het draait niet allemaal om hem, en hij geniet ook geen privileges ofzo. Hij wordt net zo goed in de zeik genomen in de groepsapp. En voelt zich niet te groot om voor een ander werk op te knappen.” De buitenwacht herinnert zich ongetwijfeld de beelden van Mathieu van der Poel, gehuld in het geel, die vorig in de Tour jaar de sprint van Tim Merlier voorbereidde. “Maar het zit ook in andere kleine dingen. Pas zaten we in het hotel klaar voor het diner maar waren er geen borden gedekt. Toen is Mathieu opgestaan en heeft hij voor iedereen een bord gepakt. Het is niet zo dat hij daar een andere coureur of een verzorger voor laat opdraaien.”

FuturumMag.20

Dit artikel is afkomstig uit FuturumMag.20, het magazine van FuturumShop. Wil je meer interviews, reviews, tips of achtergrondverhalen lezen? Klik hier voor alle artikelen uit het FuturumMag.