Als mens veranderd | Exclusief interview Fabio Jakobsen

Gastblogger | 24 mei 2022
Fabio Jakobsen boekte al meer dan dertig profzeges, maar pas deze zomer maakt hij zijn debuut in de Tour de France.
Tekst John den Braber, Fotografie Cor Vos

Dat het debuut van Fabio Jakobsen (25) in de Tour de France pas in zijn vijfde seizoen als beroepsrenner plaatsvindt, heeft natuurlijk ook te maken met de verschrikkelijke val tijdens de Ronde van Polen in 2020. De horrorcrash – veroorzaakt door Dylan Groenewegen – kostte Jakobsen bijna het leven. Na een lange revalidatieperiode kwam alles goed en daarom wil hij vooral vooruitkijken en positieve ervaringen van die gebeurtenis meenemen. “Sinds die val ben ik wel als mens veranderd”, geeft hij toe. “Ik kan me niet meer heugen dat ik na de val ruzie heb gehad met iemand, bijvoorbeeld. Weet je, sport is de belangrijkste bijzaak van het leven. Wij, wielrenners, vermaken de mensen met iets wat we zelf heel leuk vinden. Dat ik daarmee mijn leven bijna verloor, zet dingen nog meer in perspectief. Ik maak me niet meer zo snel druk om onbelangrijke zaken. Verliezen vind ik nog steeds vreselijk, maar ik ben nu hooguit een kwartiertje teleurgesteld. Dat was vroeger wel anders. Ik voel me vooral dankbaar en nederig in de wetenschap dat alles zomaar voorbij kan zijn.”

Wat sowieso voorbij is, is de relatie met Dylan Groenewegen. Een oprecht excuus voor zijn actie kwam er nooit en een verklaring voor zijn actie al helemaal niet. En vooral dat laatste zit Jakobsen dwars. “Ik zal altijd extra scherp opletten bij Groenewegen”, zegt hij eerlijk. “Er is namelijk geen enkele zekerheid dat hij op zijn lijn blijft. Hij heeft het immers gedaan, dus ik zie geen enkele reden om te denken dat hij het niet nog eens zal doen. Zeker omdat hij niet kan verklaren waarom hij het deed. Ik denk dus dat het mijn goed recht is om scherp op hem te letten.”

“De perfecte sprint is de sprint die je wint. Zo simpel is het”

Ondanks de bedorven verhouding tussen Nederlands rapste mannen, rekent Jakobsen Groenewegen nog wel tot een van zijn grootste concurrenten voor de komende Tour. Al staan er een paar namen hoger op het lijstje. “Caleb Ewan is de lastigste sprinter om te kloppen. Hij heeft een heel goede jump en is soms op 110 procent van zijn krachten. Dat maakt hem onvoorspelbaar. Sprinters die onvoorspelbaar zijn, zijn het gevaarlijkst. Neem Jasper Philipsen. Die springt soms plots naar de andere kant van de weg of gaat heel vroeg aan. Dan moet je echt anticiperen. Er is sowieso geen draaiboek voor een finale. De perfecte sprint is de sprint die je wint. Zo simpel is het.”

Cavendish

Een maand of twee voor de Tour de France weet Jakobsen officieel nog niet of hij aan de start staat in Kopenhagen. Maar ruimte voor twijfel is er niet te bespeuren. En dat terwijl ploegmaat Mark Cavendish vorig jaar maar liefst vier etappes greep. “Daar stond ik eerlijk gezegd wel van te kijken. Het was een superprestatie, maar ik denk dat ik met een hele andere ambitie naar de Tour ga. Het wordt mijn eerste en heb niet de ervaring van Cav. Ik hoef me dus niet aan zijn status te meten. Ik ga het gewoon beleven en proberen een rit te winnen. Zo kijk ik overigens naar alle koersen hoor. Ik droom, maar weet dat het ook heel anders kan lopen in het leven. Wie weet komt er nog eens een WK dat mij perfect ligt, kan ik ooit het groen pakken in de Tour of staat er tijdens Milaan – San Remo wind tegen op de Cipressa en Poggio. Je moet iedere kans die je krijgt pakken, dat is het allerbelangrijkste.”

Materiaal

Je rijdt sinds vorig jaar op een Specialized SL7. Wat is dat voor een fiets?
“Zoals ze het zelf omschrijven is het one bike to rule them all. De fiets is een kruising tussen de Venge en Tarmac, waarbij van beide modellen de beste aspecten zijn behouden. De fiets is licht, aerodynamisch en zeer stijf. Bij klimmers krijgen ze hem onder de zeven kilo en bij mij is het een paar ons meer, maar dat kan ik prima hebben. Het is niet de meest comfortabele fiets, maar dat geeft niet, want een Ferrari rijdt ook niet comfortabel. Het gaat erom dat ik er een uur of zes prima op kan rijden. De SL7 is een racemonster dat fantastisch stuurt en sprint.”

Wat vind jij belangrijk aan een fiets?
“Dat hij goed schakelt, stijf en snel is en lekker stuurt. Vooral dat sturen is belangrijk, want daar heb je niet alleen voordeel van in de massasprints, maar ook bijvoorbeeld in afdalingen. Daarnaast vind ik het belangrijk dat een fiets betrouwbaar is en daarom ben ik ook heel blij dat we met Shimano-onderdelen rijden. Ik heb altijd wel wat aanpassingen aan mijn fiets nodig voordat deze echt perfect is. Zo heb ik bijvoorbeeld heel lang gezocht naar het perfecte zadel. Ik heb verschillende types van Specialized geprobeerd en ben nu erg tevreden met de 3D geprinte Romin. In combinatie met het Castelli-zeem is mijn zit nu ideaal.”

Probeer je vaak nieuwe dingen uit?
“In de winter experimenteer ik nog weleens met mijn positie, maar dan alleen als ik problemen heb. Ik rijd dit jaar wel voor het eerst met een aerostuur. De vorige modellen van Specialized hadden een zeer agressieve bocht, waardoor ik met sprinten blauwe plekken op mijn polsen kreeg. Gebeurt dat te vaak, dan kun je zelfs ontstekingen krijgen. Nu hebben ze met de Roval Rapide een nieuw type en dat stuur is wel perfect.”

Gebruik je sprint blips?
“Nee. En als ik ze al zou gebruiken, zou het boven op mijn stuur zijn om tijdens training en op kasseien te kunnen schakelen. Met van die knopjes in mijn bocht is de kans op onbewust schakelen veel te groot. Bovendien kan ik heel goed met mijn rechterhand schakelen tijdens de sprints, dus waarom zou ik dan wat nieuws aanleren?”

Ben jij een materiaalfreak?
“Ik heb niet een hele schuur vol met speciale fietsen hangen ofzo, maar ik vind vooral het onderhoud van mijn materiaal heel belangrijk. Ik ben ooit als belofte tijdens een sprinttraining bijna hard gevallen omdat mijn ketting vuil en versleten was. Ik ben daar erg van geschrokken en zorg er sindsdien voor dat ik altijd met een goede en schone ketting op pad ga. Ik vervang de ketting ook best vaak. Mijn schoonvader kan bijvoorbeeld tienduizend kilometer ermee rijden, terwijl het bij mij na drieduizend wel ophoudt. Dat is natuurlijk niet zo gek, want wij gebruiken hem beiden op een andere manier. Kettingen vinden het niet zo prettig als er zestienhonderd watt of meer doorheen gejaagd wordt, dus vervang ik deze op tijd. Mijn materiaal is mijn gereedschap en daarom moet het perfect in orde zijn.”

FuturumMag.20

Dit artikel is afkomstig uit FuturumMag.20, het magazine van FuturumShop. Wil je meer interviews, reviews, tips of achtergrondverhalen lezen? Klik hier voor alle artikelen uit het FuturumMag.