Koud kunstje | FuturumMag.23

Ruben Wattel | 16 oktober 2023

Je lichaam trainen tegen kou? “Spring tijdens een winterrit eens in een meertje!”, adviseert Koen de Jong.

Tekst: Edward Swier. Fotografie: FuturumShop

Ook in de wintermaanden je kilometers maken? Niet iedereen is er fan van, omdat het buiten zo koud kan zijn. De kans is echter groot dat je na dit verhaal heel anders gaat denken over de winterperiode. Koen de Jong (44): “Ieder lichaam kan tegen de kou. Maar je moet het, zoals met alles, wel trainen.”


Vooropgesteld, het is helemaal niet erg als je in de winter net wat anders traint. De frequentie en invulling mogen verschillen, zolang je maar niet stilvalt. Want, zegt De Jong, van alleen maar stilzitten is nog nooit iemand beter geworden. De Jong, die als geen ander het belang kent van fysieke en mentale inspanning én van rust, zweert bij variatie. “Variatie is een zegen voor het lijf. Je moet nooit twee jaar lang iedere maand precies hetzelfde doen. Als je een cyclus hebt waarbij je het in de zomer net wat anders doet dan in de winter, is dat juist mooi. Of je dan in de winter juist meer of toch minder doet, maakt op zich niet eens zoveel uit. Als je de winter maar omarmt als een nieuw seizoen. Zo van: we gaan het net iets anders doen dan in de zomer. Die variatie is goed voor je.”
Bereid je voor op teiltjes met warm én koud water, een koude douche en misschien zelfs wel een duik in ijskoud water tijdens je winterse fietstocht.

“Variatie in training is een zegen voor het lijf”

Slechtste jongetje van de klas
De Jong is niet het prototype wetenschapper dat vanuit een ivoren toren de waarheid – want: bewezen door de wetenschap – verkondigt. Hij is één van ons: sporter, onderzoeker, boekenschrijver. De man achter Sportrusten, het drukbezochte platform waar wetenschappelijke inzichten over onder meer ademhalingsoefeningen en koudetraining in heldere taal worden uitgelegd. De Jong schreef boeken, in samenwerking met onder anderen Aart Vierhouten, Bram Bakker en Wim Hof. En is inmiddels dan ook kenner van het menselijk lichaam én het brein.

“In 2001 probeerde ik nog profwielrenner te worden. Toen heb ik een jaar in Spanje gewielrend. In het Baskenland. Profwielrenner werd ik echter niet. Ik had fysiek wel aanleg, kon ook wel hard tegen een berg op fietsen. Maar ik werd helemaal gek van dat alsmaar in je bed liggen en wachten tot je weer kon gaan fietsen.” Toen hij zijn focus verlegde en terugkeerde naar Nederland vond hij alsnog, en snel, zijn roeping. Hij kon voor Stans van der Poel, gespecialiseerd in ademtherapie en inspanningsfysiologie, metingen gaan doen. “Ik ben toen aan de slag gegaan met onderzoek naar ademhaling en ademfrequentie, hartslag en hartslagvariabiliteit.”


De Jong meldde zichzelf aan voor meditatiecursussen, ademhalingsoefeningen én de koudetraining van Wim Hof. “Die meditatiecursus was enorm wennen, ik mocht tien dagen niet praten. En omdat ik als sportman een laag vetpercentage had, was ik bij Wim Hof lange tijd het slechtste jongetje van de klas. Maar ook die koudetraining heb ik doorgezet. Opeens dacht ik: dit is eigenlijk wel lekker.”

Bloedhekel
Hoe kan het toch dat de één de kou beter verdraagt dan de ander? De Jong: “Laat ik vooropstellen: ieder lichaam kan tegen kou. Maar het is wel, zoals met alles, een kwestie van trainen. Als je er nog nooit iets mee gedaan hebt, en je weet niet hoe het is om ’s winters vijf uur lang in een korte broek en een shirt met korte mouwen te fietsen, dan kan het een zware middag worden. Als je het rustig opbouwt en in de ochtend een uurtje fietst en in de avond de tijd neemt om eens te experimenteren met koud douchen en ademhalingsoefeningen, dan ga je de kou op een gegeven moment echt wel waarderen.”

De Jong bekent dat hij aanvankelijk geen man van koud weer was. “Voordat ik met Wim Hof aan de gang ging, had ik er echt een bloedhekel aan. In de lente fietste ik nog met arm- en beenstukken, zelfs als het al twintig graden was. Alleen in de koers had ik een korte broek aan. We zijn in de westerse wereld verslaafd geraakt aan minimaal twintig graden. In huis, in de supermarkt, in de auto. En als we even naar buiten gaan, dan wapenen we ons tegen die kou. Met een thermojack, een muts, handschoenen. Dat is zonde, weet ik nu. Omdat je daarmee een potentieel van je lijf onbenut laat.”

“We zijn in de westerse wereld verslaafd geraakt aan minimaal twintig graden”

Wat is dan dat potentieel? “Dat het lichaam zichzelf door een goede doorbloeding verwarmt. Je moet je lichaam leren wennen aan de kou. Op het moment dat je verkrampt, krijg je het ongelooflijk koud en word je rillerig. Kan je je ademhaling netjes onder controle houden, en je lichaam de fysieke inspanning laten doen, dan zul je merken dat je echt wel warm kunt blijven. Omdat je lijf daar slim genoeg voor is.”

Interne thermostaat
Er zijn tal van methodes en handigheidjes waarmee je je lichaam én geest op weg helpt om de kou te omarmen. Tijdens het sporten, maar ook gewoon vanaf de bank. De Jong noemt bijvoorbeeld zijn recept om handen en voeten tegen de kou te trainen. “Pak een teiltje, doe er koud water in én vul het met ijsklontjes uit de vriezer. Pak een ander teiltje en vul dat met warm water. Doe je handen of voeten een minuut in koud water en daarna in warm water. Herhaal dit drie keer, maar eindig met koud water. Als je daarna de weg op gaat voor een lekkere fietstocht zal je het verschil al voelen.”

Het geheim: doorbloeding. Je draait je eigen thermostaat omhoog door geregeld een koude douche te nemen. Dat klinkt weinig comfortabel, maar het valt alleszins mee. De Jong: “Douche gewoon als anders, maar draai op het eind de warme kraan uit. En blijf staan. Iedereen reageert de eerste keer hetzelfde. Je schrikt, je ademhaling schiet omhoog en je denkt: dit is niks voor mij, ik ga er onderuit. “Maar als je probeert zo rustig mogelijk te ademen, kun je er na verloop van tijd steeds beter tegen.”

“Wie zichzelf traint, gaat op een koude zaterdagmiddag liever fietsen dan onder een dekentje netflixen”

Op zulke momenten leert je lichaam zich aan te passen. “De doorbloeding komt op gang. In plaats van dat je schrikt van de kou en in de verdediging schiet, voelt je interne thermostaat dat-ie hoger gedraaid moet worden en komt de doorbloeding op gang. Als dat je ook lukt bij een fietsrit in de kou, als je dan ook rustig ademt en ontspannen blijft, zal je merken dat je lichaam zelf iets bedenkt om de temperatuur op te stoken. In dat stadium zal je de kou gaan omarmen. Op een koude zaterdagmiddag in december kies je er niet langer voor om onder een dekentje te gaan netflixen, maar ga je liever een stukje fietsen.”

Dippen
Als je de uitdaging voor jezelf nog wat groter wilt maken kun je die ‘koude douche’ en je fietstocht (of hardloopsessie) ook combineren. Dat kan bijvoorbeeld door je route langs een meertje te plannen. En daar even, hooguit twee minuten, te ‘dippen’. Het is niet alleen louterend, het is ook een boost voor je humeur en energie. Voorwaarde: blijf ook hier rustig ademen.


Waar hardlopers zich na onderdompeling in het water, als de route naar huis nog maar kort is, niet hoeven af te drogen, moet je dat als wielrenner altijd wel even doen. Je snelheid ligt immers hoger, waardoor de wind meer invloed heeft. Neem in een klein rugzakje of bikepacktas een handdoek mee. En wissel zo mogelijk van broek. 

Wie het – vanwege de mogelijke fysieke reactie – een beetje spannend vindt om alleen te gaan dippen, kan bij anderen aansluiten. Er staat op Sportrusten.nl een ‘plonskaart’ waarmee je binnen een handomdraai andere sporters treft die hun sportieve activiteit ook onderbreken voor een korte plons. Maar je kan natuurlijk ook anderen in je omgeving enthousiast maken mee te gaan.