Tweede fiets, eerste keuze | FuturumMag.23

Ruben Wattel | 16 oktober 2023

Met een oude pekelfiets kun je ’s winters door én spaar je je dure bolide van carbon.

Tekst: Edward Swier. Fotografie: Dirk-Jan van Dijk

Elf, twaalf jaar oud is de fiets. En van aluminium. Eigenlijk helemaal niet gemaakt voor op de weg. “Het is een crosser. Wel zo handig, met een iets bredere achter- en voorvork. Zodat er niet veel troep tussen kan komen.” Micha de Vries zit van pakweg begin november tot begin maart op zijn oude Cube. Een pekelfiets. Bestand tegen al het water, zand en zout. “Die combinatie, dat is net schuurpapier. Zo schadelijk.”


Hij ziet ze, als fietsenmaker, weleens voorbij komen: van die prachtige, nieuwe carbon karretjes, van vijfduizend euro of meer, waar in de wintermaanden net iets te onzorgvuldig mee is omgesprongen. “De hele boel in de soep, versleten. Corrosie is vreselijk. De ketting, weg. De tandwielen achter? Weg. Remblokken, ook. Pekel vreet alles op.” Daarom adviseert De Vries iedereen in zijn omgeving om altijd een tweede fiets achter de hand te houden. Voor die dagen dat je de weg op wilt, maar de natuur eigenlijk niet helemaal meewerkt.

Geen excuses meer
Kou. Er zijn horden wielerliefhebbers die het als excuus gebruiken om maar niet naar buiten te hoeven. Ze zeggen last te hebben van dooie vingers. Of zijn bang voor bevroren voeten. De oplossing: ruggengraat! Anderen komen met de meer legitieme smoes dat ze hun mooie fiets niet willen blootstellen aan de natuur. De oplossing daarvoor: een pekelfiets. “Daar kan niks meer aan kapot. Er zit bij mij ook niks op. Ik heb ook maar één blad voor. En er zit een spatbord op. Want dat vind ik echt een uitvinding. In de winter wil ik niet meer zonder spatbord.”


Tuurlijk, ook over zijn oudje moet Micha zo nu en dan even liefdevol een lapje halen. Of hij spuit hem met een tuinslang en water schoon. “Het voornaamste wat ik doe voor de winter: even de ketting en tandwielen nalopen, zo nodig iets vervangen en er verse remblokken opzetten.” Mede dankzij de bandjes van 28 millimeter trapt hij comfortabel zijn kilometers weg. “Ieder najaar als ik die fiets pak, sta ik er versteld van dat-ie zo lekker rijdt.”

Hij keek het idee ooit af van een streekgenoot, wielrenner Rik Rutgers. “Ik weet nog goed, het was 1999. Het viel me op waar Rik op trainde: een oude fiets waarmee in de winter niks mis kan gaan. Voor mij stond meteen vast: die wil ik ook.” Zelf noemt hij het geen pekelfiets overigens, maar een spatbordenfiets.

Kilometers maken
Oké, als het écht dramatisch weer is, gaat Micha de Vries weleens met de auto naar zijn werk. “Maar dan moet het ook echt vreselijk nat zijn.” Anders pakt hij áltijd zijn fiets. Het hele jaar door. Zomer en winter. Sowieso 25 kilometer heen en hetzelfde aantal kilometer weer terug. Soms loopt de teller verder op, als hij op de terugweg een omweggetje neemt. Ook in de winter. Jazeker. “De winter is misschien wel de mooiste tijd om te fietsen.”


Micha de Vries is niet voor niets veldrijder. En mountainbiker. Al sinds mensenheugenis. De 52-jarige had al een licentie toen Bart Brentjens nog olympisch kampioen moest worden. Vijf keer al werd De Vries Nederlands kampioen bij de Masters, momenteel is hij de beste vijftigplusser van Nederland op de mountainbike. Op het NK veldrijden wist hij zijn titel niet te prolongeren, maar werd hij tweede. Om in vorm te blijven moet hij natuurlijk wel trainen. Op de weg, maar ook met zijn mountainbike in de bossen. “Ik fiets nog altijd tussen de twaalf en vijftien uur per week, minimaal. Zomer en winter. Collega’s die bij de Masters prijs rijden en zeggen dat ze niet trainen,  geloof ik niet.” Dat hij zelf veel trainingsuren maakt op die oude pekelfiets zonder moderniteiten kunnen anderen misschien weer niet geloven. Daarom maakten we deze foto’s.