Puck Pieterse: Gewoon doorrijden | FuturumMag.23

Ruben Wattel | 16 oktober 2023

Wie stopt Puck Pieterse (21) op weg naar olympisch goud in Parijs?

Tekst: Edward Swier. Fotografie: Joris Knapen, Cor Vos, UCI

Doorgaan. Altijd maar doorgaan. Bij weer en wind. Je hoeft Puck Pieterse niet te motiveren om door te trainen. Dat doet ze gewoon. Omdat ze het fietsen zo leuk vindt, omdat ze als spring in het veld graag altijd in beweging is. “Stilzitten? Dat kan ik niet zo goed.”

“Vorig jaar kon ik de eliterenners nog wel om advies vragen, maar dat is nu wel voorbij”

Als elfjarige kende ze het recept al. Bij het NK veldrijden vroeg de speaker haar, Pieterse had net zilver gewonnen, met welke mindset ze de achtervolging op de koploopster had ingezet. “Ik moest gewoon doorrijden. Doorrijden, tot ik van m’n fiets val.” Ze had die instelling, zei ze in het vertederende YouTube-filmpje, stiekem wel een beetje van haar ouders, Joost en Ella. “Maar ik moet dat ook van mezelf, gewoon doorrijden.”


Tien jaar later is er weinig veranderd. Tuurlijk, haar status is gegroeid. Van zilver op het NK veldrijden bij de jeugd naar brons bij het WK mountainbiken bij de elite. Pieterse is één van Neerlands grootste wielertalenten, een serieuze kandidate voor goud op de Olympische Spelen in Parijs. Een route die ze, zo lijkt het toch, spelenderwijs aflegt.

Blij
Ze is altijd handig geweest op de fiets. Een kwestie van veel oefenen. Van durven. En van plezier maken. Pieterse heeft er gewoon altijd lol in. Speelt met haar fiets, op haar fiets. In de cross springt ze makkelijker dan wie ook over balkjes, in mountainbikewedstrijden snijdt ze bochten net even wat fijner aan. Of af. Als ze wedstrijden rijdt, als ze traint, als ze filmpjes voor Instagram maakt; altijd speelt ze, is ze vrolijk. Ook als ze buiten de koers haar tijd vult. En als ze een interview geeft. Je treft haar zelden in een slechte bui. Zelfs niet als ze de tik moet verwerken dat ze geen wereldkampioen is geworden.

Jeugdig enthousiasme
Dat ze het zo op een rijtje heeft, zaken niet op hun beloop laat, tekent Pieterse. Ze is altijd maar bezig. En lijkt, omdat ze het veldrijden en mountainbiken combineert en steeds vaker ook knipoogt naar wedstrijden en wedstrijdjes op de weg, zichzelf nooit rust te gunnen. Kijkt ze altijd vooruit en nooit eens achterom? Wie haar interviews na wedstrijden beluistert, krijgt de indruk dat ze altijd al weer bezig is met de volgende race. “Heus, ik kijk ook wel terug hoor, laat dingen bezinken. Zoals “in de week na het WK, dan hoef ik qua trainingen niet zoveel. Begin juli, na de wereldbeker in Val di Sole, heb ik ook een week de fiets niet aangeraakt. Als je trainer wil dat je wat rust neemt, ruim je daar echt wel tijd voor in, hoe graag je vaak ook wilt fietsen.”


“Maar stilzitten, dat kan ik inderdaad niet zo goed. Rond zo’n wereldbeker in het mountainbiken gebeurt er altijd heel veel, het is een heel circus. Ik vind dat dan veel te leuk en wil er graag alles van meemaken. Het zal van persoon tot persoon verschillen, maar ik ben geen type dat het liefst de hele dag op bed ligt. Of dat ook met jeugdig enthousiasme te maken heeft? Misschien wel. Op basis van mijn leeftijd ben ik eigenlijk nog een belofte. Dan hoeft het niet allemaal 100 procent serieus te zijn. Ik mag nog fouten maken hè, hoef nog niet naar iedereen te luisteren.”

“Het is de trend in het wielrennen dat veel jonge rensters al vroeg succes hebben”

Ze lacht erbij. Want ze weet in haar hart dat ze hard op weg is naar de volwassenenstatus en bijbehorende gedragingen. “Nou ja, hoe zal ik het zeggen, het gaat allemaal wel heel snel natuurlijk. Het is ook de trend in het wielrennen hè. Het komt er allemaal al veel jonger uit. Er zijn veel jonge rensters die succes hebben. Dat komt ook doordat er eerder gescout wordt, dat het serieuze trainen eerder begint.”

Wijzer maken
Sinds twee jaar wordt Pieterse getraind door Kristof De Kegel, die ook Mathieu van der Poel begeleidt. “Met een jong iemand als ik is het altijd een beetje aftasten; wat kan je aan qua belasting? Dat is in het begin altijd zoeken. Je wilt niet te veel doen. Maar ook zeker niet te weinig. Ik zit nu nog in dat traject. Als je nog jong bent kan je ieder jaar, of eigenlijk wel ieder kwartaal, iedere maand, misschien zelfs wel iedere dag meer aan qua training.”

“Als je nog jong bent kan je misschien zelfs iedere dag meer aan qua training”

Voor de fietsliefhebber die zelf zoekende is, en zich soms moeilijk kan motiveren om in de donkere maanden door te trainen, heeft ze bemoedigende woorden. “Blijf gewoon fietsen. Tuurlijk is het voor mij makkelijker, omdat ik ook een winterseizoen draai. Maar mij hoef je nooit te stimuleren. Ik train vrijwel nooit binnen, ga altijd naar buiten. Ik vind het zelfs fijn als het wat kouder is. Als het écht vies weer is, als het koud is en hard regent ofzo, dan ga ik niet de weg op. Dan pak ik de mountainbike of gravelfiets en ga ik het bos in. Daar krijg je het vanzelf een stuk warmer. Als je gewoon lekker beweegt, een beetje aan het spelen bent in het bos, gaat de tijd sneller. En heb je het minder koud.”

Gevolg van haar snelle ontwikkeling is dat ze weliswaar adviezen kan geven, maar ze die niet zomaar nog aan concurrenten kan vragen, hoewel ze pas 21 is. “Nee, anderen maken me niet meer wijzer. Vorig jaar toen ik nog bij de beloften reed, kon ik de eliterenners nog wel wat vragen, maar dat is nu wel goeddeels voorbij. Ik ben nu natuurlijk een directe concurrent. Aan de andere kant: in het mountainbiken is iedereen wel heel erg aardig naar elkaar toe. Ik zou het ook niet erg vinden om een ander zo nu en dan een tip te geven. Het zijn natuurlijk ook geen échte geheimen.”


Alleskunner
Niet toevallig was Marianne Vos haar voorbeeld. Ook al een alleskunner, ook iemand die al jong excelleerde in meerdere disciplines. Vos heeft een eindeloos lange erelijst. De palmares van Pieterse  staat inmiddels al aardig in de steigers. Haar reeks nationale titels is lang, ze werd afgelopen jaar Europees kampioen mountainbiken. En was al wereldkampioen veldrijden in de categorie onder 23. Op het laatste WK veldrijden eindigde ze als tweede, achter Fem van Empel. En dit voorjaar in de Strade Bianche, één van de weinige wegkoersen die ze ooit reed, werd ze vijfde.

Pas na de Olympische Spelen gaat ze kijken of een wegcarrière haar iets lijkt. Nu nog geeft ze de wereldbekers in het mountainbiken én die Spelen zelf natuurlijk voorrang. “Het oorspronkelijke idee na de Strade Bianche was dat ik in de zomer nog een paar wegwedstrijden mee zou pakken, maar omdat ik hoog stond in het wereldbekerklassement, heb ik besloten ook naar de mountainbikewedstrijden in Amerika en Canada te gaan.”

“Als het eenmaal rolt, blijft het rollen”

De jonge offroad-topper knijpt zichzelf heel soms in de arm. “Het gaat wel heel snel allemaal.” Aan de andere kant loopt de weg, zegt ze zelf, toch ook geleidelijk omhoog. Puck begon al jong met fietsen, in categorie twee. Haar vader reed veldritten. Dat hij met een bemodderd gezicht over de streep kwam, vond kleine Puck machtig mooi. Dat wilde ze ook. “Meestal reed ik wel top vijf. Zo nu en dan won ik, maar zeker niet alles. Vanaf de nieuwelingen ben ik gaan mountainbiken. En maakte ik grote stappen. Als het dan eenmaal rolt, blijft het rollen.”

Eigen proefpersoon
Alsof het nog niet allemaal genoeg is, studeert Puck Pieterse ondertussen ook nog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze is hard op weg om bachelor in bewegingswetenschappen te worden. Eenmaal afgestudeerd zou ze haar eigen trainer kunnen worden. Pieterse: “Ik denk dat je als sporter sowieso al een beetje je eigen proefpersoon bent natuurlijk. Je weet qua trainingen waar je goed op gaat. En wat misschien minder slim is als training vlak voor een wedstrijd. Dat zoek ik nu samen met Kristof natuurlijk zelf ook al steeds beter uit.”

Onlangs begon ze aan haar laatste studiejaar. “Ik moet vooral goed plannen. Kijken wanneer de tentamens zijn en wanneer ik wedstrijden heb. Gelukkig hoef ik niet vaak aanwezig te zijn voor colleges, ik kan best veel thuis en onderweg doen. Of het een mentale belasting is of juist een heerlijke afleiding? Beide, denk ik. Ik moet zeggen dat ik het studeren deze zomer echt niet heb gemist, het was wel lekker zo even zonder. Maar als het in september weer begonnen is en ik weer een beetje in het ritme kom, vind ik het ook wel weer leuk om iedereen op de ‘uni’ te zien. En pas ik het ook zo weer in mijn schema in. Dan heb ik het ritme van trainen, studeren, wedstrijden, trainen, studeren, wedstrijden zo weer opgepakt. Ja, ook dat is gewoon een kwestie van doorgaan.”