Jos van Emden: kunstwerkjes langs de grens

Gastblogger | 25 maart 2020

De een verzamelt postzegels, de ander vingerhoedjes. Een volgende houdt van bijzondere munten. Jos van Emden verzamelt grenspalen, de karakteristieke kunstwerkjes van gietijzer en beton tussen Nederland en België.


“Zo’n grens tussen twee landen heeft iets magisch”

Het is niet dat Jos van Emden die driehonderd kilo zware kunstwerkjes stiekem meesleept naar zijn woning, vlak bij Maastricht. Daar binnen zien we alleen een miniatuur, in de vorm van een peper- en zoutstel. Nee, de verzameling grenspalen zit in zijn smartphone: de nummers van alle palen die hij heeft gespot tijdens trainingen. Op zijn social media post hij af en toe een foto als bewijs. In totaal moeten er 369 grenspalen staan tussen het Drielandenpunt in Limburg en Retranchement in Zeeland. “De meeste heb ik wel gezien. De thuisstreek is mijn vaste fietsgebied en in Zeeuws-Vlaanderen fiets ik ook graag, mijn vrouw komt er vandaan. De palen die ik nog mis, staan veelal in Brabant of ergens verscholen in het bos. Ik blijf liever op de weg”, zegt hij, scrollend door zijn smartphonenotities. “Kijk, de nummers 4, 5, 6 en 7 ontbreken nog. Die staan ergens tussen de bomen.”
Van Emden noteert de palen niet alleen, hij onthoudt ze ook. Noem een willekeurig nummer en de kans is groot dat hij weet welke het is. “Tot ver boven Maastricht kan ik zeggen: dat is die en die grenspaal. Laatst nog stuurde iemand me een foto na een fietsrit. Ik zei meteen: ‘Dat is die paal in De Klinge’.”

Deze merken gebruikt Jumbo-Visma!

Benieuwd welke spullen Team Jumbo-Visma gebruikt? Je ziet het op deze pagina!

Grenspalen fascineren hem al sinds de vakanties in zijn jeugd. “We gingen met het gezin vaak naar Limburg. Dan kom je vanzelf bij het Drielandenpunt, dat met Moresnet trouwens ooit een Vierlandenpunt was. In die tijd voelde België nog als echt ver weg”, zegt hij. “Zo’n grens heeft iets magisch: je kan met je linkerbeen in Nederland staan en met je rechterbeen in België. Je voelt er niets van. En toch is het een compleet ander land met een andere cultuur. Tot een paar jaar geleden hadden we verschillende munten. En als je bij het Drielandenpunt over de grens gaat, verandert ook de taal. Men wil dat het een zachte grens wordt, maar in alles is hij nog keihard. Mochten we ooit één worden, laat de palen dan alsjeblieft staan.” Zijn interesse in geschiedenis versterkt zijn fascinatie voor grenzen. “Waarom lopen grenzen zoals ze zijn? Het is logisch dat de grens een gedeelte van de Maas volgt. Op andere plekken lijkt de logica ver te zoeken, bijvoorbeeld bij Maastricht. Maar wat blijkt: de stadsmuren moesten buiten het bereik van een kanon blijven. Dus op de reikwijdte van een kanon werden in het Verdrag van Maastricht (1843, red.) de grenzen vastgesteld. Dat zijn leuke dingen om dieper in te duiken.”

Mooie verhalen

Waar een doorsnee fietser zo’n grenspaal ziet als een kegel van gietijzer en beton, ligt dat voor Van Emden heel anders. Een training langs de grens is voor hem als een bezoek aan het Louvre. “De grenspaal tussen Nederland en België is heel mooi, uniek in de wereld. Op andere plekken zijn het vaak vierkanten blokken. Soms is er iets meer inspiratie geweest en zie je een zeshoekige steen. Maar bij ons hebben ze er echt iets moois van gemaakt, met zo’n gestileerde dennenappel erbovenop.” Zoals een kunstkenner bevlogen kan vertellen over een Rembrandt of Van Gogh, zo heeft ook Van Emden bij veel grenspalen een verhaal. Bijvoorbeeld paal 12, zijn favoriet:
“De locatie is prachtig, het is het zuidelijkste punt van Nederland. De grenspaal staat op een verhoging, vlak bij het mooie kasteel Beusdael. Je kunt daar nog een stukje omhoog fietsen, om vanaf het bankje even te genieten van het uitzicht. Het kasteel is Belgisch, maar zou eigenlijk in Nederland moeten liggen, samen met de naastgelegen heuvel. De Nederlandse kasteelheer in de negentiende eeuw was vóór de Belgische Opstand. Ze hebben toen de grens maar ietsje verlegd.”
Nog zo’n ‘paal met een verhaal’ is grenspaal 35, onder Maastricht: “Daar is in de Tweede Wereldoorlog de bevrijding van Nederland begonnen. De Amerikanen kwamen vanuit Visé en passeerden de grens in Mesch, ter hoogte van deze paal. Er staat daar ook een bevrijdingsmonument.” Het kostte hem aanvankelijk moeite om dit monument te vinden. Na research wist hij waar hij ongeveer moest zijn, ergens in een kleine straat. “Ik ben met de racefiets dwars door een appelboomgaard gereden en heb toen het pad van de bevrijders genomen.”


“MENSEN ZULLEN VAST NIET VREZEN DAT IK ER MET ZO’N LOODZWARE PAAL VANDOOR GA”

Voor Van Emdens trainingsmaten is het soms een vreemde gewaarwording: een profrenner die onderweg zoekt naar grenspalen of ineens in de remmen knijpt. “Laatst was ik met Tom Dumoulin aan het mountainbiken. Toen kwamen we in de buurt van een paal die ik al heel lang zocht. Langs de ene oever van het riviertje de Gulp staat er een, dat wist ik. Maar er moest er nog een zijn. Vóór de heuvel, misschien er bovenop? Bleek hij aan de overkant te staan. Mét een reden: nu is het zo’n beetje de middle of nowhere, maar vroeger lag daar de doorgaande weg van Teuven naar Maastricht. Ik was echt heel blij met die paal!”

Op zulke momenten gaat er dus een profrenner in kleding van Jumbo-Visma door de hurken voor een selfie met een grenspaal. Vreemd? “Haha, reacties krijg ik niet of nauwelijks. Het is ook niet dat ik een half uur met die paal knuffel of zo. We maken een fotootje en gaan door. Mensen zullen vast ook niet vrezen dat ik er met die loodzware paal vandoor ga. Ach, zo heel veel mensen kom je niet tegen, in het grensgebied. Het is vaak wat buitenaf, weg van de bewoonde wereld. Nou niet bepaald de plek where the magic happens. Maar voor mij dus wel.”


“OP ZULKE MOMENTEN GAAT EEN PROFRENNER DOOR DE HURKEN VOOR EEN SELFIE MET EEN GRENSPAAL”

Grenspaloloog

Van Emden stapt geregeld op de fiets met streekgenoot en ex-prof Bram Tankink. Al jaren hoort die zijn verhalen over de grenspalen aan. Het maakt hem haast net zo’n grote ‘grenspaloloog’, zoals Van Emden zichzelf noemt. “Op de fiets zijn we net jut en jul. Bram is gek op mijn grenspaalverhalen. Zelf weet hij ook veel van geschiedenis en hij zoekt graag dingen op. Dan kom je samen tot de mooiste gesprekken en vliegen de trainingsuren voorbij.”

Een goede kennis bracht hen op het idee om de fascinatie voor grenspalen te delen met andere fietsers. Dat resulteerde in de Grenspalenklassieker, een evenement met drie tochten langs alle grensmarkeringen in het zuiden. Van Emden: “De streken waar we doorheen fietsen, zijn prachtig. En er zijn vast meer mensen die de grenspalen met hun bijzondere verhalen fascinerend vinden.”

De Grenspalenklassieker

De Grenspalenklassieker bestaat uit drie losse tochten langs de zuidelijke rand van Nederland.

Dit jaar hebben de tochten in Limburg (grenspalen 1-175) en Noord-Brabant (grenspalen 176-268) al plaatsgevonden. Op 9 mei is er de afsluitende rit tussen Antwerpen en Cadzand (grenspalen 269-369); in deze 150 kilometer lange rit zijn kasseien en de Zeeuwse wind de voornaamste tegenstanders. Inschrijven voor het laatste deel van het drieluik kan via Grenspalenklassieker.nl. Medische en technische assistentie en de bevoorrading zijn inbegrepen in het startticket. Deelnemers krijgen na afloop een pastamaaltijd. Zo nodig kun je na de finish weer teruggebracht worden naar het vertrekpunt.


» “In een tijdrit mag niets om je heen opvallen”

Focus is belangrijk voor een tijdritspecialist als Van Emden. In koers en tijdens trainingen zoekt hij juist ook afleiding.

Trainen en grenspalen spotten, gaat dat samen?

“Absoluut. Het is niet zo dat ik bij elke grenspaal stop, de meeste heb ik al eens eerder gezien. Maar soms ga ik op zoek. Dan zijn de grenspalen een manier om de tijd te doden. Als ik weet waar hij ongeveer staat, neem ik weleens een net iets andere route. Bijvoorbeeld een bospaadje. Het breekt je training. Zoals laatst: ik wist dat twee palen dicht bij elkaar stonden. Ineens kwam ik op privéterrein terecht. Ik dacht: gewoon doorrijden. En toen, pats, stonden ze er. Dan is er zo weer een half uur voorbij. Soms móet je fietsen. Maar iets wat moeten wordt, is nooit leuk. Als je elke dag verplicht bent vijf biertjes te drinken, vind je er ook niks meer aan.”


“Als ik moe ben, trekken de grenspalen me er doorheen”

Wanneer heb je de palen echt nodig om de tijd te doden?

“Soms ben je wat vermoeider, maar niet dusdanig dat je rust pakt. Of is het slecht weer. Het is de plicht die je toch op de fiets doet stappen. Maar je wilt het gevoel hebben dat je getraind hebt. Stel dat er vier trainingsuren op m’n schema staan en ik loop niet over van enthousiasme, dan ga ik gewoon naar het Drielandenpunt. Dan heb ik een concreet doel om naartoe te fietsen. Heen en terug ben ik vier uur onderweg. De grenspalen trekken me er dan doorheen.”

Een lange koers is soms saai, hoe kom je daar doorheen?

“Er zijn genoeg uren dat er niks gebeurt. Dan maak je een praatje met deze of gene. Ik heb ook oog voor de natuur, ben een echte vogelliefhebber. Soms begin ik in koers opeens te roepen als ik iets bijzonders zie. Afgelopen jaar in de Ronde van Romandië, bijvoorbeeld. In dat gebied vliegen heel veel rode wouwen, roofvogels die bij ons nauwelijks voorkomen. We reden op kop van het peloton. Primoz Roglic is ook een natuurliefhebber en riep: ‘Kijk, rechts!’ Tony Martin dacht dat hij bedoelde dat ik naar rechts moest sturen. Ik ging maar niet. En ja, toen werd hij boos. Pas toen het kwartje bij hem viel, kon hij weer lachen.”


“SOMS LEIDEN DE WOORDEN VAN DE PLOEGLEIDER ALLEEN MAAR AF”

In de klimtijdrit in de Giro van 2014 was je ook met iets anders bezig…

“Haha, m’n huwelijksaanzoek! Ik vertelde onze vaste verzorger Ton de Vaan dat m’n vriendin kwam kijken. Hij vroeg of het niet eens tijd werd om haar ten huwelijk te vragen. Op de een of andere manier gingen we daar steeds verder op door. Op de derde dag zei ik: ‘We gaan het doen!’ Het kon meteen die etappe al, maar ik was bang dat ik de groep zou missen en buiten tijd zou binnenkomen. Ik besloot het in de klimtijdrit te doen. De vriendin van Wilco Kelderman zat in het complot, zij was met m’n vrouw mee. We spraken af waar ze moesten gaan staan, ergens in een bocht zodat ik haar al van ver kon zien. Ton heeft nog ergens een gratis bosje bloemen geregeld, ‘voor een renner in de Giro’; de Italianen vinden zulke dingen natuurlijk fantastisch. Maar ik was bloednerveus. Ik wilde in de aanloop tijdwinst pakken en had m’n voorganger al bijna ingehaald. Toen ik haar zag staan, ben ik afgestapt en op de knieën gegaan. Na het jawoord ben ik verder gereden. Het duurde alles bij elkaar nog geen tien seconden, het was het snelste huwelijksaanzoek ooit. De vriendin van Wilco heeft alles gefilmd.”

Wat mag een ploegleider zeker niet in je oortje roepen?

“Hij mag niet gaan liegen. Want daar prik ik doorheen en dan werkt het averechts. Je moet dus niet zeggen dat ik super goed ben, terwijl ik in werkelijkheid twintig seconden achter op schema lig. Dan voel ik ook wel dat het niet goed gaat. Een ploegleider moet me ook niet continu aanmoedigen. Het gaat erom dat je op het juiste moment de juiste dingen krijgt te horen. Dat maakt van een ploegleider een goede ploegleider.”

Wat is de gekste aanmoediging via je oortje ooit?

“We reden een tijdrit met een klim erin. Toen zei de ploegleider: ‘Dit zijn jouw stukken!’ Ik dacht: dit is allesbehalve mijn stuk. Zelfs op de allerbeste dag in m’n leven, als ik de beste wattages ooit rijd, ga ik bergop niet hard genoeg om succes te kunnen hebben. Zulke woorden zijn bedoeld als oppepper, maar als ze nergens op slaan, leiden ze af en gaat het helemaal de andere kant op.”

Ben je onderweg gefocust op de wattagemeter?

“Eerst helemaal niet, later is dat langzaam gekomen. Nu heb ik de meter in zekere zin nodig om te kijken wat ik aan het doen ben. Het is niet dat ik pace, zoals het heet. De renners die pacen kijken continu wat ze doen. Ik spiek zo af en toe, als houvast.”

Wat brengt jou onderweg uit je evenwicht?

“Als je een langere tijdrit hebt, wil je weleens je focus verliezen. Dan voel je dat je afdwaalt en om je heen gaat kijken. De vorm is er niet, er vallen je onderweg dingen op die je in een gewone koers ook ziet. Maar in een tijdrit mag je niets opvallen. Dan moet je alleen de weg voor je zien. Je moet zorgen dat je de ideale lijnen blijft rijden. Over het algemeen gaat dat vanzelf als je gewoon in orde bent.”


“Ik zet graag muziek op. Mijn voorkeursgenre: stevige rock.”

Hoe kom je in de focusmodus

“Je ziet bij andere tijdrijders dat ze een heel protocol afwerken. Die hebben zelfs lijstjes met allerlei rituelen, soms hele kleine dingen. Het enige bij mij is: ik wil op tijd eten. En ik zet graag muziek op. Het is niet een standaard playlist, wel een voorkeursgenre: stevige rock. De laatste jaren luister ik veel naar Marilyn Manson, die muziek mag er goed hard in komen. Eerder zette ik Royal Blood geregeld op. Waarom? Ik vind het gewoon goeie muziek. Af en toe mag er ook een klassiekertje van Metallica tussendoor.”

Heb je tijdens het trainen ook muziek op?

“Tegenwoordig niet meer, maar in het verleden kon ik niet zonder muziek vertrekken. Dan wilde ik een radiozender. Geen eigen muziek, want dan wist ik wat er komen ging. Een radiootje vond ik ideaal. Het is lekker als er iemand tegen je praat. Nu hoeft dat van mij niet meer, wil ik fijn in de omgeving zitten.”

Kun je ook teveel gefocust zijn?

“Dat gebeurt bij mij niet zo snel. Ik blijf gewoon de knecht die goed kan tijdrijden. Zoveel tijdritten rijd ik op jaarbasis niet. Ik zal er nooit te veel in blijven hangen, want daarvoor en daarna is er nog zoveel. Een tijdrit is een momentje in een ronde. Soms aan het begin, soms middenin, soms aan het einde, zoals toen ik de tijdrit in de Giro won. Daarbij vind ik het niet fijn om mezelf aan protocollen vast te leggen. Ik wil lekker koersen. Daar voel ik me het beste bij. Dan ga je ook niet overfocussen.”

Wat is je beste tijdrit ooit?

“Ik heb wel meerdere goede tijdritten gereden. Ook tijdritten waarin je wordt geklopt, kunnen goed zijn. Het gaat mij om het gevoel dat ik alles heb kunnen geven. Natuurlijk is winnen altijd het doel. Maar ik heb wel een aantal keer gehad: vandaag had het niet harder gekund en ik heb het nergens, in geen enkele bocht laten liggen. Daar ben ik altijd naar op zoek. Als een ander dan twee seconden rapper is, dan is dat zo.”


“OOK TIJDRITTEN WAARIN JE WORDT GEKLOPT, KUNNEN GOED ZIJN”

In welke periode heb je de grootste vooruitgang geboekt?

“In de afgelopen vier, vijf jaar, denk ik. Er is meer stabiliteit in het lichaam en hoofd gekomen. Je doet normaal, hebt meer vertrouwen in je kunnen en hebt niet het idee dat je je aanpak telkens opnieuw moet uitvinden. Je voert de trainingen systematisch goed uit. Als je dat periode na periode en jaar na jaar doet, zie je dat het steeds wat beter gaat. Voorheen ben ik bijvoorbeeld te veel bezig geweest met het gewicht, ik at gewoonweg niet meer. En toen ik voor het eerst Nederlands kampioen tijdrijden werd, in 2010, dacht ik: nu ben ik tijdrijder. Nu moet ik elke dag volle bak rijden, altijd de grote plaat erop. De ‘gekkiteiten’ zijn eruit. Ik merkte dat het beter was om verbetering niet in details te zoeken. Hoe meer ik los ging laten, hoe meer ik verbeterde – in combinatie met hard werken.”

Welke grenzen wil je nog verleggen?

“Drie keer ben ik dicht bij de tijdritoverwinning in de Tirreno-Adriatico geweest. Die zou ik graag nog eens winnen, hopelijk lukt het dit jaar. Een ander doel is de ploegentijdrit in een grote ronde. In de Vuelta van dit jaar zou extra mooi zijn, want die is in Nederland.”

Meer mooie verhalen lezen? Bestel nu het magazine mee!