Aftellen naar VLAANDERENS MOOISTE
In dit artikel verkent onze collega Stijn van Lohuizen de legendarische finale van de Ronde van Vlaanderen door zelf de laatste vijftig kilometer te fietsen. Het verslag neemt je mee over de meest iconische en beslissende hellingen en kasseistroken van de koers.
OUTFIT CHECK
DOWNLOAD ROUTE
De route behandelt achtereenvolgens de uitdagingen van de Koppenberg, het drieluik van kinderkopjes, de Taaienberg, de Oude Kruisberg, en de cruciale finale met de Oude Kwaremont en de Paterberg. Lees verder voor een gedetailleerde beschrijving van elke klim, de fysieke beproeving en de wielerhistorie die deze wielerklassieker zo uniek maken, eindigend met de aankomst in Oudenaarde.
Tijdens het klassieke voorjaar is koers in Vlaanderen de belangrijkste bijzaak van de wereld, maar de wielergekte bereikt pas echt het orgelpunt op de eerste zondag van april. Noem het gerust de officieuze Vlaamse feestdag: als de Ronde van Vlaanderen wordt gereden is de vraag niet of je naar de koers kijkt, maar waar. Ook voor de renners is de Ronde uniek. Wanneer een massa uitzinnige fans je op elke helling naar boven schreeuwt, dan ga je nog net dat tikkeltje harder, sneller en dieper. Kippenvel van top tot teen!
Koppenberg
Ook ik voel kippenvel wanneer ik in Oudenaarde op de fiets spring voor een verkenning van de laatste vijftig kilometer van de koers. Niet van de kou – daar zorgen mijn merino fietsshirt, bibshorts en ondershirt van FUTURUM wel voor – maar van de adrenaline. Als wielerfan in hart en nieren maakt deze streek iets in me los. Ik koerste hier bovendien ook zelf enkele jaren terug, als belofte. Het wordt dus sowieso een ‘trip down memory lane’, maar de eerste helling die vandaag op het menu staat, bedwong ik nooit eerder. Het is er eentje die iedereen - amateur en prof - angst inboezemt. Een scherprechter waar de Ronde de laatste jaren telkens in een definitieve plooi wordt gelegd: de Koppenberg. Door zijn kasseien over zeshonderd meter, zijn gemiddelde stijging van zo’n elf procent, maar vooral door zijn uitschieter tot meer dan twintig procent, mag je dit onding gerust classificeren als de ruwste kennismaking met wat Vlaanderen te bieden heeft. Bij regenweer vind je op de steilste strook amper grip op de kasseien. Eén stuurfoutje, één aarzeling, één zwieper van je achterwiel en je staat onverbiddelijk te voet. Vandaag is het gelukkig droog en dat maakt de Koppenberg een stuk haalbaarder, maar het blijft harken, hijgen en vloeken om boven te komen. Tergend traag zie ik de top dichterbij komen en ik tel af. Niet meter per meter, maar rijtje per rijtje kasseien. En dan te bedenken dat dit voor ons de eerste klim van de dag is. Tijdens de Ronde van Vlaanderen heeft het peloton er hier al meer dan 200 kilometer en veertien hellingen en kasseistroken opzitten. Als het kaf nog niet definitief van het koren is gescheiden, dan gebeurt het hier op de ‘Bult van Melden’.
Drieluik van kinderkopjes
Wie Vlaanderen zegt, zegt draaien, keren, positioneren en na iedere bocht vol accelereren. Alsof de opeenvolging van steile steenpuisten nog niet moordend genoeg is, wordt tussendoor in het peloton gebikkeld voor iedere vierkante centimeter ruimte. Na de Koppenberg begint de sprint richting Taaienberg en daarin speelt een drieluik van kinderkopjes een cruciale rol: de Mariaborrestraat, de Steenbeekdries en de Stationsberg. Goed voor tweeënhalve kilometer kasseien. Vandaag gooien rioleringswerken echter roet in het eten. Geen doorgang mogelijk. De iconische kasseiweg is volledig afgesloten en dus volg ik noodgedwongen een alternatieve route die me naar de voet van de Stationsberg leidt. Daar zijn werkmannen druk in de weer met het leggen van kasseien. Gezeten op handen en knieën kloppen ze met hun hamers steen per steen vast in het gestabiliseerd zand. Ook dit zijn helden van de Ronde. Al worden zij een stuk minder bewierookt dan de mannen en vrouwen die hier in april over hun monnikenwerk heen zoeven.
KOM op de Taaienberg
Hoe realistisch is het om de beste tijd ooit neer te zetten op de Taaienberg en er ‘King of the Mountain’ te worden? Vast volstrekt onmogelijk, maar ik laat me niet tegenhouden door de ongeschreven wetten van de wielerwetenschap en duw op de ‘Boonenberg’ het gaspedaal een keertje helemaal in. Het kenmerkende gootje aan de rechterzijde van de weg ligt vol modder en dorre bladeren, waardoor ik enkel de kasseien als optie heb. De smaak van bloed bereikt mijn papillen terwijl ik schokschouderend de schwung erin proberen te houden op de wat minder steile uitloper. Bij het opvallende standbeeld ter ere van Tom Boonen hijg ik uit, terwijl ik eerder dood dan levend over mijn stuur gekromd sta. Niet het hoofd, maar de benen van de ‘Bom van Balen’ werden hier in brons vereeuwigd. Boonen haalde zowel tijdens de E3-Prijs als de Ronde zijn concurrenten meermaals door de mangel op de Taaienberg en dus is dit de ideale plaats voor een ode aan één van Vlaanderens beste ‘klassieke coureurs’ ooit. Voor ik de duikvlucht naar Ronse inzet, check ik wel meteen even de Strava-statistieken. Het resultaat? Meer dan een halve minuut trager dan mannen als Victor Campenaerts en Florian Vermeersch. Een verdienstelijke poging dus. Volgende keer beter?
Oude Kruisberg - Hotond
Ik rij langs de plaats waar Julian Alaphilippe in de Ronde van 2020 in volle finale op een stilstaande motor knalde, waardoor Van der Poel en Van Aert voor winst mochten sprinten in Oudenaarde. Ook dat is het mooie aan deze streek: voor wie het wat kent, valt overal wielergeschiedenis te sprokkelen. Ook om de hoek van de Oude Kruisberg. Ik rij de kasseihelling heel even voorbij om de muurschildering te zien die werd aangebracht ter ere van de WK’s die in 1963 en 1988 in de stad zijn georganiseerd. In 2025 kwam er trouwens nog een extra kunstwerk bij om ook het WK paracycling in het straatbeeld te vereeuwigen. Maar ondanks alle knipogen naar de koers, is er in de regio nog geen wielergekte te bespeuren. Alhoewel: zowel Tadej Pogačar als Wout van Aert kwamen de afgelopen dagen materiaal testen en daar pikte de pers gretig op in. En bovenop de Hotondberg kruist een renster van Liv AlUla Jayco mijn pad. Het klassieke voorjaar zal er misschien toch sneller zijn dan gedacht.
Oude Kwaremont
Ik ben nu echt in een cruciale fase van de finale aanbeland. Nadat ik de Nieuwe Kwaremont – een brede ‘steenweg’ zoals Vlaanderen er ontelbaar veel heeft – ben afgedaald, klim ik via een met kasseien geplaveid weggetje terug naar boven. Sinds de streep van de Ronde in Oudenaarde werd getrokken, is dit de helling waar je vuurwerk mag verwachten. De Oude Kwaremont brengt me richting het Kwaremontplein, waar de supporters in april traditiegetrouw rijen dik staan en waar VIP-tenten als paddenstoelen uit de leemgrond schieten. Echt steil kan je de Oude Kwaremont niet noemen, maar hemeltergend lang is hij wel. Ik voel me nog goed en gooi bij het kerkje de ketting op de grote plaat om op kruissnelheid over de stenen te denderen. Het melkzuur baant zich geleidelijk een weg van de dijen tot achter de oren, maar je moet gewoon doorzetten tot boven. Pas wanneer ik de grote weg tussen Kluisbergen en Ronse weer ben opgedraaid, mogen de benen even zuurstof tanken. Maar ook hier ligt nog een venijnig oplopend stukje voordat de afdaling naar de Paterberg volgt. Doorbijten nu.
OUTFIT CHECK - VLAANDERENS MOOISTE IN MERINO:
Paterberg
Een razendsnelle afdaling langs kleine weggetjes brengt me naar de voet van de Paterberg. Hier schrapen de Mathieu’s, Madsen, Tadej’s en Wouten van deze wereld hun laatste moed en energie bij elkaar voor een allerlaatste krachtsexplosie. Ook mijn benen moeten nog eens ontploffen voordat ik richting Oudenaarde kan doorkachelen, maar wat is die Paterberg toch een absolute potenbreker. Hij is net het tegenovergestelde van de Oude Kwaremont: kort, maar verschrikkelijk steil. Al vanaf het opdraaien zie je het eindpunt in de verte, maar ertussenin liggen 400 slopende meters met dertien procent gemiddeld. De tanden knarsen, de ketting en tandwielen evenzeer. Boven staat een vrouw in een Britse wagen te wachten op haar vriend, die iets na mij de Paterberg bedwingt. Wanneer hij de top bereikt, slaakt hij een heuse vreugdekreet en balt hij een vuist. Dat is het prachtige aan wielrennen: een potje voetballen in Camp Nou of de Johan Cruijff ArenA is voor voetbalfans niet meteen weggelegd, maar als wielerliefhebber kan je jezelf wél pijnigen op de plaatsen waar ook jouw helden hun bloed, zweet en tranen hebben achtergelaten. En dat zijn er in de Vlaamse Ardennen heel wat.
Oudenaarde
Hoe glooiend en kronkelend de wegen al de hele dag waren, zo vlak en rechttoe rechtaan zijn de laatste tien kilometers van de Ronde. Ik heb geluk: de westenwind blaast vanaf Kerkhove flink in het voordeel en ik kan er nog een pittig tijdritje uitpersen. Mijn Wahoo-fietscomputer tikt de veertig per uur aan en het voelt alsof ik vlieg. Toch ben ik nog steeds een stuk trager dan de profs die hier in april als bronstige hengsten richting de meet stormen. De statige klokkentoren van de Sint-Walburgakerk in Oudenaarde torent uit boven de Scheldevallei en is mijn mikpunt tijdens de allerlaatste hectometers. De finishlijn van de Ronde wordt jaarlijks netjes overschilderd, dus die fiets ik haast ongemerkt voorbij. Maar dat geeft niet. Mijn eindstreep is iets verderop getrokken, bij het Centrum Ronde van Vlaanderen op de Markt van Oudenaarde, waar een welverdiende Kwaremont uit de tapkraan stroomt. Het aftellen naar Vlaanderens Mooiste kan nu écht beginnen.