• Vermogensmeter kiezen

Power op de pedalen | Vermogensmeters!

Roos Adolfs | 15 maart 2021

Een jaar of zes geleden zagen we een broodmagere Chris Froome voor het eerst berekend de bergen bedwingen. Er gingen geen tien pedaalslagen voorbij zonder dat hij een snelle blik op het scherm van zijn fietscomputer had geworpen. Leverde hij genoeg kracht voor winst? En overschreed hij tegelijkertijd geen grenzen, met als gevolg een opgeblazen motor? De powermeter was het kompas dat hem naar succes dirigeerde. Criticasters zetten vraagtekens bij het hoge wiskundegehalte en repten over koersbederf: een coureur hoort op gevoel en instinct te rijden, niet op basis van wat een computer hem voorschrijft. Anno nu is het volledige peloton om. En rijden ook wij, gewone wielrenners, in groten getale met een vermogensmeter rond.

Kan iedereen met een vermogensmeter rijden?

Met name de verstokte datafreaks onder de sportieve fietsers waren de early adopters. Zij zagen Froome en consorten succesvol aan het werk en begrepen wat de profs deden. Daar wilden zij in hun vrije tijd ook mee pionieren. De rest volgt nu, een paar jaar later. Er is meer besef ontstaan van wat zo’n vermogenscijfertje op het computerscherm zegt. Bij programma’s als het populaire Zwift staat het actuele powergetal immers voortdurend in beeld. Je kunt je gemakkelijker een goede voorstelling maken van wat je van het lichaam vraagt als je een half uur gaat fietsen met een gemiddelde van bijvoorbeeld 240 tot 250 watt. Tegelijkertijd realiseren we ons beter waarom fietsen op vermogen nuttig is: het wattage is de enige echt objectieve parameter die iets zegt over je prestatie op een bepaald moment. Een output van 231 watt is 231 watt en niets anders. Terwijl andere veelgebruikte parameters – snelheid, hartslag – gevoelig zijn voor allerlei invloeden. Een gemiddelde snelheid van 34 kilometer per uur is mooi, maar wordt minder waarde toegekend als je voortdurend een stevige wind in de rug hebt gehad op een gladde asfaltweg. Je hartslag zegt ook niet alles: die wordt beïnvloed door vermoeidheid en buitentemperatuur. Wil je dus gericht te werk gaan, dan let je op je vermogen. Kunnen wij technisch gezien allemaal trainen op vermogen, zonder dat het in de papieren loopt? Die vraag stelden we ons voordat we aan de slag gingen met deze materiaaltest. Bij de montage van de diverse producten ontdekten we al snel dat we die vraag volmondig met ‘ja’ kunnen beantwoorden. Op nagenoeg iedere racefiets kun je een powermeter installeren, ook als je die fiets al veel langer geleden hebt aangeschaft. Belangrijk is wel dat je over wat basisgereedschap beschikt. En natuurlijk over een goede fietscomputer, want je moet de registreerde data wel in beeld kunnen oproepen. Onder meer de laatste generatie Garmin- en Wahoo- toestellen volstaat. Pure kilometertellers en snelheidsmeters uiteraard niet. Twijfel je? Neem dan contact op met FuturumShop en geef aan met welke fietscomputer je rijdt.

Test met drie vermogensmeters

Als je je bestaande fiets wilt uitbouwen met een powermeter, dan zijn er twee hoofdsmaken: je kiest voor een apparaatje op de crank of op het pedaal. Er zijn nog wel andere mogelijkheden, bijvoorbeeld een meter in de achternaaf, maar de inbouw daarvan is een fractie ingewikkelder. We richten ons voor deze test daarom op de relatief eenvoudig te monteren pedaal- en crankproducten. Om precies te zijn twee crankmeters (de 4iiii Precision en Stages R8000) en één pedaalvariant (Favero DUO). Deze drie producten zijn op dit moment het populairst bij fietsers die bij FuturumShop aankloppen voor een powermeter op hun bestaande fiets.

Als je nu nog in de oriëntatiefase zit, bepaal dan voor jezelf wat je budget is. De pedaalvariant heeft weliswaar enkele voordelen, maar is wel iets duurder in aanschaf. Belangrijker nog is om vast te stellen of je een vermogensmeter aan één of twee zijdes wilt inbouwen. Heb je een apparaatje aan één kant, dan vermenigvuldigt hij de data met twee om je totale output te berekenen. Aangezien je linker- en rechterbeen zeer waarschijnlijk niet precies even sterk zijn,
kunnen er kleine afwijkingen ontstaan in de powerdata die je op je scherm afleest. Kortom: wil je nauwkeurigheid en inzicht in hoe beide benen presteren, dan ga je voor dubbele registratie. Wil je een meer dan goede indicatie, dan heb je voldoende aan een meter links of rechts.

Nauwkeurige registratie

De powermeters op de crank van 4iiii en Stages registreren het vermogen aan de hand van de vervorming van de crank zodra je kracht zet. De pedaaluitvoering meet de vervorming van de pedaalas. Hoe meer vervorming er is, hoe hoger de power. De registratie gebeurt met zeer sensitieve sensoren, want met het blote oog is de vervorming niet of nauwelijks waar te nemen. Bij 4iiii is de registratie tot 1 procent nauwkeurig. En bij Stages is dat tot 1,5 procent. Dus als je in werkelijkheid 200 watt trapt, geeft de 4iiiimeter minstens 198 en hooguit 202 watt aan.

Pedaal vs. crank

Bij de pedaalvariant van Favero kozen we ervoor om zowel links als rechts een meter te installeren. Er is ook een uitvoering van dit merk verkrijgbaar voor enkel powerregistratie links (Favero UNO). In het geval van de crankproducten monteerden we een meter aan alleen de linkerkant, om precies te zijn de Shimano Ultegra-variant. Heb je andere wensen en wil je de crank met powermeter van Stages of 4iiii in bijvoorbeeld een Shimano 105- of Dura Ace-uitvoering, dan kan dat ook. Als je voor meting links én rechts gaat, dan heb je rechts eveneens keuzevrijheid in de kettingbladen. Je kunt bijvoorbeeld voor een 52 X 36 (semi-compact) of 53 X 39 (klassieke dubbel) gaan. Wat je kiest, hangt af van het terrein waar je rijdt en het verzet dat je daarbij nodig hebt.

Stages en 4iiii

De montage van de cranks met Stages en 4iiii-vermogensmeter werkt nagenoeg hetzelfde. Voor beide geldt dezelfde testuitleg. We hebben vooraf gecontroleerd of de cranks met powermeter op onze testfietsen passen – gelukkig is dat het geval. Er zijn een paar fietsen, met name aero-achtige modellen, waarop de cranks heel dicht langs het frame lopen. Aangezien de powermeter aan de binnenkant op de crank is bevestigd, is in dat soort uitzonderingsgevallen onvoldoende ruimte beschikbaar. Je kunt dit zelf heel gemakkelijk controleren: houd een AAA-batterij tussen de liggende achtervork en de crank. Als je de pedalen vervolgens nog vrij kunt ronddraaien zonder dat het batterijtje de crank raakt, is er geen enkel probleem en kun je aan de bak.

Compensatie temperatuurverschil

Je wilt natuurlijk een zo nauwkeurig mogelijk powergetal. Om die reden voorzien Stages en 4iiii in een automatische compensatie in temperatuurverschillen. Als je bijvoorbeeld de Mont Ventoux beklimt, dan is de temperatuur in het dal hoogstwaarschijnlijk hoger en het metaal van de crank daardoor zachter. Op de top van ‘de Reus van de Provence’ is het juist koeler. Dankzij de compensatie is de powermeter in staat om de invloed van de buitentemperatuur uit te vlakken. De data kloppen dan nog steeds.

Ook goed om voorafgaand aan de montage te dubbelchecken, is of de cranklengte klopt. Op het uiteinde, aan de binnenzijde van de crank, staat de lengte klein vermeld. We hebben er voor onze testfietsen eentje van 170 millimeter nodig, omdat ook de rechtercrank 170 millimeter lang is. Zouden we een crank met een lengte van bijvoorbeeld 175 millimeter bevestigen, dan krijg je lengteverschil. Na een paar kilometer ga je dat onherroepelijk voelen. Rijd je ermee door, dan leidt dat vroeg of laat tot ongewenste blessures.

De montage begint met het demonteren van het pedaal en de oude crank. Hiervoor heb je een set inbussleutels en een zogeheten crankdopafnemer nodig. Inbussleutels heeft vrijwel iedereen in zijn of haar gereedschapskist zitten, een crankdopafnemer hoogstwaarschijnlijk niet. Die zou je van een fietsmaat moeten lenen of zelf moeten aanschaffen. Het goede nieuws: dit zijn de enige gereedschappen die je voor dit karwei nodig hebt. Overall valt het dus reuze mee: er bestaan montageklussen die ingewikkelder zijn.

Vervolgens doorloop je de stappen in omgekeerde volgorde: de crank met powermeter gaat erop en het pedaal draai je daaraan vast. Gebruik hier en daar nog wat
montagepasta, zodat je de onderdelen later ook altijd weer gemakkelijk loskrijgt. Zitten de nieuwe crank en pedalen vast, dan beweeg je de pedalen. Op dat moment springt de powermeter aan. Je kunt hem koppelen aan en registreren in de app van Stages (Stages Power) of 4iiii (4iiii Device Configuration). Dit is zinvol om te doen, omdat je zo de laatste firmware-updates kunt doorvoeren. Ook zie je in de app wat de batterijstatus is. Als hij is gekoppeld aan de app, volgt de tweede connectie: met de fietscomputer. Op je fietscomputer – in ons geval een Wahoo ELEMNT ROAM – gaan we bij de instellingen naar ‘sensoren toevoegen’. Zodra de computer actief zoekt naar nieuwe sensoren, heeft hij de vermogensmeter binnen een paar tellen gedetecteerd. In principe zijn we nu klaar om te gaan trainen op vermogen. Nou ja, bijna dan. Het is slim om voorafgaand aan elke rit de powermeter te kalibreren. Dit is als het ware een nulmeting. Je zet de linkercrank in de zes-uur-positie en drukt op de fietscomputer op kalibreren. Deze functie vind je in het tabblad met gekoppelde sensoren. Ook dit is binnen een paar seconden gedaan. Daarna kun je de powermeter echt gaan gebruiken.

Lange batterijduur

Zowel de powermeter van 4iiii als van Stages werkt met een knoopcelbatterij (een CR2032-batterij). Deze is bij vrijwel alle supermarkten en hobbycentra verkrijgbaar. Je kunt de powermeter zelf, zonder gereedschap, openen om de batterij te vervangen. De meter van 4iiii gaat volgens het merk meer dan honderd uur mee, de meter van Stages meer dan tweehonderd. Als het tijd wordt om de batterij te vervangen, geeft de fietscomputer een melding. Stages biedt een extra hulpmiddel in de vorm van een led-indicator op de meter.

Favero: een high-end powermeter op de pedalen

Een belangrijk aandachtspunt voordat je begint met het bestellen en installeren van de powermeter van Favero: hij wordt altijd in combinatie met het pedaal geleverd. En daar komt het: het pedaal is alleen geschikt voor schoenen met Look Keo-plaatjes, en dus niet voor bijvoorbeeld de veelgebruikte schoenplaatjes van Shimano. Je kunt twee dingen doen: de plaatjes onder je schoenen wisselen als je deze powermeter wilt hebben. Favero levert ze standaard mee. Wil je dat niet, dan zul je verder moeten kijken naar een andere powermeter. Wij kiezen voor het eerste en beginnen aan de montage. Zelfs degenen met twee linkerhanden moeten dit kunnen redden, misschien nog wel met gesloten ogen. Je hoeft namelijk alleen maar de pedalen van de fiets te draaien en de nieuwe pedalen te bevestigen. Het enige waarop je extra moet letten, is dat er voldoende ruimte blijft tussen de sensor van de powermeter en de crank. Favero levert vulringen mee om ervoor te zorgen dat er afstand blijft en er geen schade kan ontstaan.

Het absolute voordeel van een pedaal met powermeter is dat het echt voor elke fiets geschikt is. De pedalen passen net zo gemakkelijk op een tijdritfiets als op een racefiets. Je kunt tussendoor gemakkelijk wisselen. Daarnaast maakt het niet uit wat voor merk componenten je hebt gemonteerd. Of je nou met SRAM, Campagnolo of Shimano rijdt, de technologie functioneert altijd. De hiervoor uitgelichte producten van Stages en 4iiii zijn daarentegen volledig Shimano-georiënteerd. Als de pedalen zijn vastgezet, creëren we de noodzakelijke koppelingen. We installeren de app van Favero (Assioma) op onze smartphone en draaien aan het pedaal zodat de powermeter aan gaat. Knipperende led-lampen bevestigen dit. Op dat moment verbind je de powermeter met de app. In deze omgeving krijg je inzicht in onder meer het batterijniveau en de instellingen.

Daarna kun je de powermeter via de fietscomputer detecteren en koppelen. Is ook dat gedaan, dan is het alleen nog een kwestie van kalibreren, oftewel een nulmeting uitvoeren. Druk op de kalibratieknop op de computer en zet daarvoor de pedalen in de zes-uur-stand. Het maakt niet uit welk van de twee pedalen naar beneden is gericht. Het kalibreren is volgens Favero tussentijds niet nodig. We raden het echter aan om dat toch te doen om zo betrouwbaar mogelijke gegevens te registreren. Het scheelt dat deze stap niet veel om het lijf heeft. Vanaf dit moment kunnen we ons trainingsprogramma oppakken. We maken een op power
gericht trainingsplan, uploaden dat in onze Wahoo ELEMNT ROAM en voeren de voorgeschreven training uit op de weg. Na afloop analyseren we de data eenvoudig in TrainingPeaks, een van de meest gebruikte apps als het aankomt op trainen. Dankzij de ingebouwde cadansmeter zien we ook hoeveel omwentelingen we elke minuut gemiddeld hebben gemaakt.

De powermeter van Favero, een afgesloten systeem en dus amper storingsgevoelig, heeft een paar dikke pluspunten. In eerste instantie de betrouwbare meting. We hebben in dit geval te maken met een afzonderlijke meting aan de linker- en rechterkant en zien dus in welke mate het linker- en rechterbeen bijdragen aan de totale poweroutput. Daarnaast zijn de fijngevoelige sensoren gewoon perfect. Ze meten het vermogen aan de hand van de vervorming van de pedaalas. Er wordt zo nodig een temperatuurcorrectie toegepast. Dat alles resulteert in een cijfer dat hooguit 1 procent afwijkt van de werkelijkheid. De vermogensmeter wordt gevoed door een oplaadbare batterij. Die gaat na een laadbeurt tot vijftig uur mee. In je scherm komt er een pop-up zodra je moet gaan laden. Na deze melding heeft je powermeter nog voldoende energie voor acht uur. Ruimschoots genoeg dus om je rit af te ronden. Via een kabel laad je de meter op. Je kunt hem daarbij op de fiets laten zitten. Binnen twee uur kun je opnieuw de weg op en krijg je realtime je vermogen in beeld.

Cadansmeting

Beide powermeters hebben een ingebouwde cadansmeter. Je hoeft dus geen aparte cadansmeter meer op je fiets te installeren.

Hoe begin je met trainen op vermogen?

Je gaat op zoek naar de beginsituatie, je voert een nulmeting uit waarbij je je FTP in kaart brengt. FTP staat voor Functional Threshold Power. Dit is het moment waarop het lichaam net zoveel lactaat produceert als het kan afbreken. Anders gezegd: dit is het
vermogen dat je doorgaans veertig minuten tot een uur kunt leveren. Geef je meer, dan ga je in het rood. Je FTP achterhaal je middels een lactaatmeting. Ook bruikbaar, maar minder nauwkeurig, is bijvoorbeeld het testprotocol van twintig minuten van Zwift. Dat benadert de FTP-waarde. Aan de hand van je FTP kun je je inspanning indelen en de vermogenszones bepalen. In het persoonlijke schema zie je per zone hoe groot het bijbehorende vermogen is. Het trainingsschema schrijft voor wat je moet trainen en in welke zones je bij trainingsactiviteiten blijft. Binnen elke zone traint het lichaam chemisch gezien een bepaald adaptatie-effect. Een fictief voorbeeld: moet je aan de onderbouw trainen, dan blijf je in de basiszone. Bij de een ligt die tussen de 200 en 250 watt. Ga je twee zones hoger, bijvoorbeeld tussen de 350 en 400 watt, dan train je heel andere effecten.

Stel een langere interval in

Stel de powerweergave van jouw fietscomputer bijvoorbeeld op intervallen van vijf of tien seconden in. Je krijgt dan steeds het gemiddeld vermogen over vijf of tien seconden in beeld. Standaard is het interval vaak veel korter. Het gevolg daarvan is dat je het cijfertje heel snel achter elkaar omhoog en omlaag ziet gaan. Op een gegeven moment duizelen de cijfers voor je ogen en weet je niet meer hoe goed of slecht je presteert. Er is echter wel een uitzondering: als je sprinttrainingen uitvoert, moet je juist heel korte intervallen hebben. In de analyse achteraf wil je exacte waarden zien.

FuturumMag.16

Dit artikel is afkomstig uit FuturumMag.16, het magazine van FuturumShop. Wil je meer interviews, reviews, tips of achtergrondverhalen lezen? Klik hier voor alle artikelen uit het FuturumMag.

Lees verder