Niki Terpstra: Hollandse Flandrien in Franse dienst

Gastblogger | 27 maart 2019

INTERVIEW | Jarenlang reed Niki Terpstra voor Quick-Step, de succesploeg van Patrick Lefevere. Maar afgelopen jaar besloot hij uit het gespreide Vlaamse bed te kruipen en het avontuur aan te gaan. Bij het Franse Direct Energie is hij hét uithangbord voor de klassiekers. Terpstra over zijn opvallende switch, zijn voorliefde voor materiaal en zijn verwachtingen.

Druk met Franse les?
“Een beetje, ik ben aan het oefenen en leer stap voor stap. Ik heb zo’n taal-app op de telefoon geïnstalleerd, daar luister ik naar. Het is niet verplicht, maar iedereen in de ploeg spreekt Frans, dus je komt niet ver als je het niet doet. Aan de andere kant: omdat er zoveel Frans wordt gesproken, leer je het meest als we met de ploeg onderweg zijn.”

Is het gemakkelijk integreren tussen al die Fransen?
“Dat gaat goed. Wat ik aan alles merk, is dat de ploeg vooruit wil en dat men mij daar ook in betrekt. Je hebt te maken met een heel andere staf. Sommige dingen gaan in mijn ogen niet helemaal goed. Maar er wordt naar me geluisterd, de ploeg is bereid om dingen aan te passen als het voor verbetering vatbaar is. Andersom leer ik ook veel dingen van hen. Het is de bedoeling dat we de ploeg samen naar een hoger niveau brengen.”

Welke dingen kunnen volgens jou beter?
“De ploeg wil graag professionaliseren en vraagt om feedback. Ze zeggen: ‘Geef het vooral aan als iets niet goed is’. Na Parijs-Tours ben ik twee dagen lang in het clubhuis van de ploeg geweest. De ploeg heeft een oud landhuis in een dorpje in de Vendée, in plaats van een service course ergens op een afgelegen industrieterrein. Super mooi, je kan er ook slapen. De beloftenploeg Vendée U verblijft er ook vaak. We hebben overleg gehad in de werkplaats. En met de ploegleiding hebben we samengezeten om de trainingskampen en het seizoen door te nemen. Dan vallen je dingetjes op en die maak je dan bespreekbaar. Er is bijvoorbeeld een trainingskamp bijgekomen. Je wilt dat renners vooraf goed op de hoogte zijn gebracht van een kampplanning. Voor een ploeg met Pro Continentale licentie die terug wil naar de World Tour zijn dat soort details belangrijk.”

Niki Terpstra kiest voor wielen van Fast Forward en Hutchinson banden


DIRECT ENERGIE WILDE NIET ALLEEN EEN GOEIE RENNER, MAAR OOK IEMAND MET ERVARING DIE DE PLOEG KAN VERBETEREN

En qua materiaal?
“Ook met materiaal wordt een stapje voorwaarts gezet. Sommige profs zijn veeleisend, anderen minder. Het ligt soms ook aan de keuzes die je als ploeg maakt: wil je het materiaal voor je renners echt zo optimaal mogelijk hebben of doe je het met wat de materiaalsponsor beschikbaar stelt? Ik vind zelf: als je een wielerploeg wilt sponsoren, dan zorg je ook dat het materiaal top is. Dan moet je het aanpassen aan de wensen van de renner. Het materiaalgebruik is niet alleen bedoeld voor marketing. Ik ben nu een tijdje prof en heb al veel sponsors meegemaakt. Je merkt al vrij snel of een samenwerking puur bedoeld is voor marketingdoeleinden of dat het ook echt partners zijn die vooruit willen.”

Hoe zit dat met Wilier?
“Die willen echt wel, ze stoppen er veel tijd in. In oktober moesten we al plannen met welke fietsen we het seizoen in wilden gaan. Ik had de voorkeur voor de aerodynamische fiets, het liefst voor alle wedstrijden inclusief de kassei- klassiekers. In Parijs-Roubaix, waar je graag met bredere banden rijdt, zou dat een limietsprobleem opleveren. Wilier heeft toen de achterkant snel veranderd, zodat ik toch met bredere banden in die fiets kan rijden. In december hebben we die aangepaste fiets al op de kasseien getest. Ik word dus best wel verwend.”

Ben jij aangetrokken om de ploeg verder te professionaliseren?
“Een beetje wel. Dat heeft ook meege- speeld in mijn keuze voor deze ploeg. Direct Energie wilde niet alleen een goeie renner aantrekken, maar ook iemand met ervaring die de ploeg kan verbeteren en kan helpen om terug aan de top te komen. Mijn rol is daarmee dubbel. Ook bij Quick-Step vond ik het altijd al leuk om mee te denken en waar nodig voorstellen te doen voor aanpas- singen.”


VOECKLER IS DAAR EEN GROTE MENEER GEWEEST

Snap je dat de mensen hier hun wenkbrauwen fronsten toen jij aankondigde naar Frankrijk te gaan?
“Ja, natuurlijk. Niet alleen in Nederland maar overal, denk ik.”

De gemiddelde wielerfan In Nederland denkt bij Direct Energie aan Thomas Voeckler en z’n ‘theater’, wat was jouw eerste gedachte?
“Voeckler is daar een grote meneer geweest. Ook in de tijd dat de ploeg nog onder andere sponsornamen reed: Bonjour, Bbox Bouygues Télécom, Europcar. Het beeld dat ik zelf had, was van een serieuze ploeg met diepe wortels in de Franse wielrennerij. De ploeg is daar een begrip, er staat al jaren een duidelijke structuur. Het is allesbe- halve een ‘bij elkaar geraapt zooitje’. Toen ik gesprekken voerde, bleek ook al snel dat er mooie ambities liggen.”

Het grootste sportieve hoogtepunt uit de tijd bij Quick-Step?
“Prestaties laten zich soms moeilijk vergelijken. Natuurlijk steken Parijs- Roubaix en de Ronde van Vlaanderen erbovenuit. Maar ook de vier wereldtitels ploegentijdrijden zijn geweldig, dat is gewoon een unieke prestatie. Dankzij de ploeg ben ik daarin recordhouder, dat is speciaal. Ook andere overwinningen die je als ploeg boekt, zijn super mooi. De Ronde van Qatar is misschien niet de meest aansprekende koers, maar het zijn wel de efforts van het team die ervoor gezorgd hebben dat het twee keer lukte om te winnen. Daar heb ik mooie herinneringen aan. Maar natuurlijk, de monumenten staan gewoon bovenaan het lijstje.”


WIJ ZIJN VEEL DIRECTER, BELGEN BESCHOUWEN ONS SOMS ALS BRUTAAL

Voorkeur voor een van de twee monumenten?
“Nee, eigenlijk niet, ze zijn me allebei even lief. Parijs-Roubaix was vroeger nog meer m’n droomkoers dan de Ronde van Vlaanderen. Maar tegenwoordig vind ik ze even mooi.”

Hoe kijken Vlaamse wielerfans tegen je aan?
“Misschien zien ze me als een Hollandse Flandrien? Ik weet het niet precies, maar zoiets zal het zijn. In het verleden was dat anders, vanwege het cultuurverschil. Wij zijn veel directer, Belgen beschouwen ons soms als brutaal. Ik heb lang met Tom Boonen in de ploeg gereden. Hij was altijd de grote favoriet in België. Als ik een koers won, dan voelde het soms alsof Vlaanderen dacht dat ik de winst van hem had afgepakt. Vorig jaar is daarin een omslag gekomen. Je hebt tijdens de klassiekers Extra Time Koers, een praatprogramma op tv over wielrennen. Heel Vlaanderen kijkt daarnaar, want het wielrennen is er sport nummer één. In een uitzending hebben Tom Boonen en Patrick Lefevere het voor mij opgenomen. Het beeld is daardoor veranderd.”

Een Vlaming of een Fransman?
“Dat moet je over twee jaar nog een keer vragen. Ik kan het goed met Vlamingen vinden. Ik heb veel mooie dingen meegemaakt in al die jaren.”

Is het gek om in het voorjaar tegen je oude ploeg te moeten rijden?
“Het zal apart aanvoelen. Maar je weet dat het gaat gebeuren.”

Hoe ga je het blok van Deceuninck – Quick-Step onschadelijk maken?
“Ik moet vooral van mijn eigen kracht uitgaan en gebruikmaken van mijn ervaring. Ik weet precies hoe die jongens rijden en wat ze kunnen. Daar moet ik op inspelen. Maar uiteindelijk kan je nog zo goed in je tactiek zijn, in eerste instantie moet je de benen hebben.”

Nalini kleedt Niki Terpstra

Kun je succes in je eentje afdwingen?
“Natuurlijk zal ik in de belangrijkste wedstrijden tegen het blok moeten opboksen. Maar ik heb nog een paar leuke ploegmaten. Damien Gaudin en Adrien Petit rijden goed en zijn enorm gemotiveerd voor de klassiekers. Dat waren ze altijd al, alleen hadden ze nooit een echt speerpunt. Nu zeggen ze: ‘We cijferen ons volledig voor je weg, we hebben nu een doel’. Dat is leuk om te horen, het motiveert eenieder. Als we een leuk blok vormen, kunnen we samen verbazen.”

Heb jij in de klassiekers ook de rol van mentor?
“Dat is misschien wat overdreven. Maar als we in koers gaan, zal ik wel automatisch de leiding nemen en anderen proberen mee te trekken.”

Wie was ooit jouw grootste leermeester?
“Zelf heb ik vooral geleerd door te observeren. Ik heb het geluk gehad dat ik met veel toppers heb kunnen werken. Bij Milram zat ik met Servais Knaven in de ploeg. In het eerste profjaar heb ik ook nog met Alessandro Petacchi samen gereden. Als je samen op pad bent, zit je op elkaars lip. Het is niet dat ze alles voorkauwen, maar je ziet wel hoe ze het doen. Het is net als wanneer je aan een kind vraagt: ‘En wat heb je op school geleerd?’ Het antwoord is waarschijnlijk ‘niets’. Maar in werkelijkheid leert het kind natuurlijk wel wat. Het zijn allemaal kleine stapjes.”

Wat zijn dingen die jij kunt overdragen?
“Parcourskennis, de juiste voorbereiding, materiaalkeuzes. Ook kun je dingen die je tijdens de klassiekers opvallen, gaandeweg bijsturen.”

Waar let je qua materiaal speciaal op tijdens de voor jou belangrijke klassiekers?
“De breedte van banden, de bandendruk, het verzet. In elke klassieker zal dat een beetje anders zijn. In de ene klassieker zitten meer kasseien dan in de andere. Hoe meer kasseien, des te meer je voor comfort moet gaan. En andersom.”


ALS IK GEBLINDDOEKT OP EEN FIETS ZIT, WEET IK NIET OF HET M’N EERSTE, TWEEDE OF DERDE FIETS IS. ZE ZIJN IDENTIEK.

Met welke druk rijd je normaal in Parijs-Roubaix?
“Dat is geheim. M’n mechaniekers weten ervan. Er zijn banden die speciaal met de hand voor Parijs-Roubaix worden gemaakt. Daardoor zijn ze allemaal net wat anders. Van het ene op het andere jaar kan het ook iets verschillen. In alle banden is latex verwerkt, dus ze lopen af. De vraag is alleen: hoeveel en hoe snel? Dat moet je testen.”

Mag iedereen aan jouw fiets komen?
“Bij Quick-Step vertrouwde ik iedereen en mocht bijna iedereen aan m’n fiets komen. Tijdens de klassiekers waren er uiteraard bepaalde mensen met mijn fiets bezig, omdat die heel goed mijn voorkeuren kenden. Een van de mechaniekers, Kévin Desmedt, is meegegaan naar Direct Energie. Als ik geblinddoekt op een fiets zit, weet ik niet of het m’n eerste, tweede of derde fiets is. Ze zijn identiek. Sommige wielrenners wisselen in mijn ogen te weinig van fiets. Ik snap dat het lekker is om altijd op de eerste fiets te stappen. Maar als je in de finale komt en ineens op de tweede fiets moet, dan moet ook die perfect zijn. Kévin weet bijvoorbeeld precies hoe dik m’n stuurlint moet zijn en waar ik de schakelknopjes wil hebben.”

Ben jij een materiaalfreak?
“Ja! Een fiets moet gewoon in orde zijn. Het niveau in het wielrennen is zo hoog, dat je al met 1-0 achterstaat als je minder materiaal hebt. Het moet minstens zo goed zijn als waar de concurrentie mee rijdt. Materiaalsponsoren gaan er steeds meer naartoe dat profs en recreanten op hetzelfde materiaal rijden. Maar dat is krom. Jij kunt toch ook niet de Formule I Mercedes van Lewis Hamilton kopen? En Lewis Hamilton heeft niets aan het stuur van een Mercedes Vito! Ik snap wel dat het voor de recreant leuk is om te kunnen zeggen dat hij op dezelfde fiets als een prof rijdt. Maar voor mijn gevoel lopen beide werelden soms te veel door elkaar. Een voorbeeld is de introductie van het compact crankstel, alweer een tijdje geleden. Voor ons is een compact veel te slap. Maar voor de toerist is het ideaal: je schakelt en kan er overal mee fietsen – in Limburg of hier in de polder – want je hebt alle versnellingen bij de hand.”


BIJ EEN TEST HEB IK VOOR DUIZENDEN EURO’S AAN WIELSETS KAPOT GEREDEN OP HET CARREFOUR DE L’ARBRE

In welke koers heeft materiaal bij jou verschil gemaakt?
“Toen ik Parijs-Roubaix won, reed ik met wielen met een nieuwe carbon lay-up. Het jaar ervoor waren er namelijk problemen geweest. In de finale moest ik toen van fiets wisselen, omdat ik twee gebroken wielen had. En dat terwijl alles het jaar daarvoor nog in orde was. De wielenfabrikant kwam naar ons toe en zei: ‘Luister, we willen weten wat er fout is gegaan en zorgen dat dit niet meer gebeurt’. Toen zijn we met een heleboel wielen naar het Carrefour de l’Arbre gegaan. De eigenaar zei: ‘Rijd maar net zolang totdat ze kapot zijn. Degene die je niet stuk krijgt, gebruiken we’. We hebben daar voor duizenden euro’s aan materiaal vernield. Eén setje bleef over. Het jaar erop won ik daarmee Parijs-Roubaix.”

Zeker de mooiste test ooit?
“Het was in elk geval een bijzondere test. Krak, weer een wiel. Ik weet nog dat ik zei: ‘Die wielen krijgen we niet zomaar kapot’. Toen hebben we de druk op één bar gezet…”

Stel dat je dit seizoen wint, uit welke chanson ga je dan citeren?
“Laat ik eerst maar zorgen dat ik win…. Ik heb niks in m’n hoofd zitten.”

Hoe ben je ooit op het idee gekomen om songteksten in je flashinterview te verwerken?
“Dat is het mooie: er zit helemaal niets achter, geen enkel idee. Het kwam spontaan op na m’n eerste winst in Dwars door Vlaanderen. Renaat Schotte vroeg: ‘Wat dacht je?’ Dat sloot precies aan bij dat liedje ‘Als je wint…’ van Henny Vrienten en Herman Brood. Daarna heb ik het vaker gedaan. Het is gewoon een handtekening die je onder de wedstrijd zet. Het is allemaal niet zo diepgaand. Als de tekst leuk is en ergens op slaat, dan kan het.”

Wat zijn komend seizoen jouw doelstellingen?
“De klassiekers en de kampioenschappen. En de Tour.”

Je ploeg heeft meer renners die in de tour een vrijbuitersrol kunnen vervullen. Is dat fijn?
“Dat is juist lekker, we hebben allemaal aanvallers. Samen hebben we maar één doel en dat is erin vliegen. Het is daarmee eigenlijk vrij overzichtelijk. Als je etappes ziet die je beter liggen, dan zul je daar beter je best doen om in de ontsnapping te zitten dan in andere. Dat stemmen we natuurlijk per etappe af.”

Hoezeer ben je gebrand op een touretappe?
“Een etappe in een grote ronde mis ik nog. Als het lukt, dan lukt het. Anders maar niet. Ik kan niet meer doen dan het proberen.”

Hoe komt het dat nederland nu vooral succesvol is in de rondes en minder in de klassiekers?
“Dat is een gevolg van de jeugdopleidingen van twintig jaar geleden. Daar zijn de zaadjes anders geplant. Er is toen vooral aandacht besteed aan het rondewerk en niet of minder aan de klassiekers of sprints. Dat werd toen niet als interessant gezien. Zelf heb ik nooit in een opleidingsploeg gezeten.”

Je hebt eigenlijk altijd je eigen weg gevolgd. En dat doe je nu weer…
“Eigenlijk wel, ja. Ik ben blij dat het zo gelopen is, want het heeft tot dusver altijd goed uitgepakt.”