Weer of geen weer | FuturumMag.23

Ruben Wattel | 16 oktober 2023

Een zo aangenaam mogelijke fietsroute in de herfst en winter uitstippelen? De weerstatistieken bieden uitkomst.

Tekst: Rik Booltink. Illustraties: Studio Grinta

Geen onderwerp dat zo vaak en uitvoerig wordt besproken als het weer. Of je nou in de rij bij de bakker staat of bij familie over de vloer komt, het gaat al snel over temperaturen, zon en regen. Ook onder fietsers is het weer een hot topic, helemaal nu het seizoen verandert. De herfst krijgt doorgaans het stempel nat en stormachtig opgedrukt. De winter heet koud en guur te zijn. Sommigen vinden dit soort omstandigheden verschrikkelijk, anderen zweren juist bij de extra uitdaging. Maar hoe is het weer in de herfst en winter nou echt? Meteoroloog Johnny Willemsen geeft ons enigszins houvast met weerstatistieken van Weerplaza.


Veel vaker droog dan regen
Het is niets nieuws onder de zon als we vertellen dat het na de zomer vaker regent. In september valt er – 2023 was een uitzondering – gemiddeld op zeventien dagen neerslag, uiteenlopend van slechts een paar regenspatten tot stevige buigen. Dat aantal loopt op naar 22 dagen in november en evenzoveel in december en januari. Met negentien regendagen lijkt het in februari minder te regenen, maar pas op, de sprokkelmaand telt ook minder dagen.
Deze aantallen klinken indrukwekkend, want op meer dan de helft van de dagen valt er ergens in het land regen. Maar laat je er niet door (mis)leiden en gebruik ze zeker niet als argument om niet op te stappen. Want de regenduur schetst een heel ander beeld. In september regent het slechts 6,5 procent van de tijd. In december is dat 11 procent en daarna neemt dat percentage alweer af. Kortom, het is verreweg op de meeste momenten droog.
Ter vergelijking met de zomer: in juli en augustus regent het 5,5 procent van de tijd. Het is in de herfst en winter niet veel moeilijker om een droge rit te beleven.


Aan zee minder kans op vorst
Vorst hoeft geen spelbreker te zijn bij het plannen van je fietsrit. De dagen per maand waarop het kwik kortstondig of langer onder nul komt, zijn op veel plaatsen op de vingers van twee handen te tellen. In september is het aantal vorstdagen afgerond nog nul – logisch natuurlijk. In januari zakt de temperatuur het vaakst onder het vriespunt. Hoe vaak precies hangt sterk af van waar je die maand rijdt. In Vlissingen is er vorst op gemiddeld 6,8 dagen, in Eelde op 13,4. Het is niet gezegd dat het dan de hele dag vriest, want ook de dagen waarop de minimumtemperatuur heel even onder nul duikt, zijn in de cijfers meegenomen.
We hebben wat tips voor degenen die minder goed tegen vorst bestand zijn. Kleed je warm aan en kies voor een route die dichter bij de kust loopt. Want hoe verder landinwaarts je komt, hoe groter de kans op vorstdagen is. Dat komt door de zeetemperatuur die de uitersten afstompt. In de zomer is het aan zee koeler dan in het binnenland. En in de winter is het er juist wat warmer.

Zelf een mooie route bouwen?

Check al onze tips voor mooie fietsroutes en hoe je ze maakt. Bijvoorbeeld via routeplanner Komoot. Alle informatie die jij nodig hebt vind je op onze route-bouwen pagina.

Klei versus zand
Voor fietsers die het liefst zo warmpjes mogelijk rondrijden, is er nóg iets om rekening mee te houden: op plaatsen met zandgronden is het doorgaans kouder. Met name de minimumtemperaturen vallen daar lager uit. Dus als het in een heldere winternacht afkoelt, zakt het kwik op die plaatsen verder. Dat komt doordat zandgronden warmte minder goed vasthouden dan klei.
Na zo’n heldere nacht zie je vaak dat een stralende, zonnige ochtend volgt. Ben je een vroege vogel en wil je liever zo min mogelijk kou onderweg, dan kun je de zanderige Veluwe of de Kempen in Antwerpen op dat moment beter links laten liggen en er pas later op de ochtend overheen sturen. Dan is het er inmiddels weer wat warmer.   


Niet in de herfst maar winter grotere stormkansen
De herfst uiterst stormachtig? Mooi niet dus! Van de 68 zware stormen die er ooit in Nederland zijn gemeten – stormen met minstens windkracht 10 – deed zich slechts 30 procent in de herfst voor.
Flinke stormen zijn er eigenlijk helemaal niet zoveel. Als we toch een seizoen als stormachtig moeten typeren, dan is het de winter met 33 zware en zeer zware (minstens windkracht 11) stormen. De meeste daarvan (vijftien) zijn in januari geweest. Dat komt in de buurt van het aantal in de gehele herfst.
Dat de meeste hevige stormen zich uitgerekend in de winter voordoen, komt door het grote verschil in temperatuur tussen de Noordpool en de evenaar. Hoe groter het temperatuurverschil tussen het noordelijk poolgebied en de (sub)tropen, hoe zwaarder de stormen. Het verschil is het grootst in het winterhalfjaar als het op de Noordpool permanent nacht en ijskoud is. In de herfstmaanden is het verschil tussen noord en zuid nog niet zo groot.

Droge rit? Ga naar het zuiden
Voor meer kans op een droge herfstrit of -training kun je het beste in het zuiden of oosten op de fiets stappen. Eindhoven en Maastricht zijn volgens de statistieken de droogste plekken. In de kustgebieden heb je juist meer kans op een nat pak. Dat komt doordat de instabiliteit in atmosfeer wordt bepaald door het verschil tussen temperatuur op hoogte en aan de grond. Hoe groter het verschil, hoe instabieler. Het zeewater is in de herfst nog tamelijk warm. Wordt er dan koude lucht aangevoerd, dan krijg je buien aan de kust.
’s Winters zijn de verschillen miniem. Dat blijkt ook wel uit data van de weerstations. Vlissingen is dan de droogste plek en niet veel verderop, in Rotterdam, is het juist het natst.

Gevoel speelt ook mee
Temperatuur is één. Maar ook de gevoelstemperatuur is een ding om rekening mee te houden. Hiermee doelen we op de temperatuur die we voelen als we in de wind staan. Bepalend hiervoor zijn de windsnelheid en temperatuur van de aanwezige lucht. Waait het harder, dan voelt het kouder aan bij dezelfde temperatuur. Zeker als het kwik lager is merk je het effect, een ijzige wind kan het voor je gevoel veel kouder maken. Kleed je onder zulke omstandigheden extra warm aan of kies een fietsomgeving waar de wind minder vrij spel heeft, zoals bebost gebied. De provincies Gelderland en Limburg zijn in dat geval perfecte bestemmingen, want hier vind je procentueel het hoogste percentage bos per landoppervlakte, respectievelijk 19,7 en 16,1 procent.


Wind mee of tegen
In de herfst en winter waait de wind het vaakst uit het westen tot zuidwesten. Wil je wind mee hebben op de terugweg, dan trap je dus eerst naar het westen of zuidwesten. Wil je maximaal profiteren, dan stippel je lussen uit waarbij de wegen richting het westen en zuidwesten zo veel mogelijk beschut zijn. Leid de route dus door bijvoorbeeld beboste en bebouwde omgeving. Voor het overige kies je voor open vlaktes, zodat de wind lekker in rug kan blazen. Wil je juist oer-Hollands tegen de wind in beuken, vergeet dan al het voorgaande.

Langer licht en zonnig
’s Zomers zijn de dagen het langst in het noorden, ’s winters zijn ze er juist het kortst. In feite winnen Maastricht en omgeving het van de rest van Nederland als je in wintertijd een plek prefereert waar je lekker lang in het licht kunt fietsen. In België ben je natuurlijk nog beter af.
In het binnenland is het vaker bewolkt dan aan de kust. Dus ben je vooral gevoelig voor het aantal zonuren, dan komen Texel, Den Helder en Vlissingen als voorkeur naar boven. Het zonverschil is vooral in de herfst significant. Vlissingen heeft dan volgens de statistieken 47 uur meer zon dan in Eelde, de plek met het laagste aantal zonuren. Vergeleken met weerstation nummer twee, Eindhoven, is het verschil al 21 uur. In wintertijd is er ook verschil, alleen is dat kleiner. Vlissingen heeft dan negen uur meer zon dan in Den Helder en veertig uur meer dan in Twente, de nummer laatst in het rijtje.

Amper sneeuw
Sneeuwval hoeven we niet of nauwelijks te vrezen, zeker niet als je in het westen toert. Er ligt immers niet bijster vaak sneeuw in Nederland en als er al iets valt, dan is het weinig en snel verdwenen. In de herfst blijft het landelijk gemiddelde onder de twee sneeuwdagen steken. Op die dagen ligt er dus op enig moment enige vorm van sneeuw. In wintertijd is het kouder en zijn er verspreid over drie maanden gemiddeld negen sneeuwdagen in Vlissingen en negentien in Eelde. Landinwaarts is de sneeuwkans het grootst.

Nooit meer afhankelijk van het weer

Wil jij niet meer afhankelijk zijn van het weer en altijd door fietsen? Dan is het 4 SEASONS fietsjack van FUTURUM er voor jou.