FUTURUMMAG. 13 | Johan Museeuw. Anderhalve minuut in het rood

Gastblogger | 28 maart 2018

De Taaienberg, Oude Kwaremont, Berendries en Muur van Geraardsbergen. Het zijn enkele van de Vlaamse kasseihellingen die talloze wielerprofs en –amateurs jaar in jaar uit beklimmen. Wielerlegende Johan Museeuw loodst FUTURUM-renner Robin Bonkink over het wielerheiligdom. “Ik ken hier elke bocht, elke kassei, elke put, elk stuk wegdek.”

Conditie

“De Vlaamse heuvels zijn geen bergen, maar hier fietsen schurkt toch aan tegen bergop rijden. De hellingen verlangen explosiviteit, je gaat anderhalve minuut diep in de rode zone. Dan moet in de eerste plaats je fysieke toestand goed zijn. Als de conditie niet oké is, dan lukt het niet, hoe goed het materiaal of de positionering ook is. Ik fiets veel samen met amateurs. Ongeveer 60 procent komt niet boven op de Koppenberg, de moeilijkste van het stel. Het geeft maar aan hoe zwaar en technisch de hellingen zijn.”

Verschillend

“De Paterberg moet je staand beklimmen, maar de Koppenberg is weer een andere zaak. Die moet je zittend nemen. De grip op het achterwiel moet daar heel groot zijn, vooral in het middengedeelte. Het is er steil en het wegdek is er te ruw en te grof. Er ligt altijd een soort van mos die het wiel doet doorslippen als je recht staat. De Oude Kwaremont is een langere, die duurt meer dan anderhalve minuut. Daar moet je doseren. Het eerste stuk bestaat uit de klim tot Kwaremont, het dorp. Dat is het moeilijkste. Daarna blijft het anderhalve kilometer vlak, maar rijd je wel over kasseien. Je kunt tot halverwege gedoseerd, op 80, 90 procent rijden en dan vrij vlot het laatste stuk afwerken.”

Versnelling

“De materiaalkeuze is veel groter geworden dan jaren geleden. Ik zou nu opteren voor binnenblad 36 en een kroontje van 25 tot 28 achteraan. Wij moesten het vroeger doen met 42 of 39 en dat was het. Daar gingen wij ook de Koppenberg mee op. De evolutie in de fietsindustrie maakt het fijner voor wielertoeristen. Profs rijden ook met 36, dus het is geen schande. Ook een triple is helemaal geen punt. Op mijn fiets zit een 52/36. Langs achter heb ik een kroontje van 28. Daar kan ik in Vlaanderen mee weg, maar ook op langere beklimmingen in Spanje en Italië.”

Lijnen

“De meeste mensen die hier voor het eerst rijden nemen het wegdek dat het beste lijkt. Maar wat je oog waarneemt is niet altijd het gemakkelijkste. Sommige plekken zijn minder ruw, soms kun je de weg iets afsnijden en soms kun je met een andere lijn net wat meer snelheid maken. Op de Oude Kwaremont ligt bijvoorbeeld een stukje van 10 meter asfalt. Neem dat, want je kunt er je snelheid behouden of herstellen. Als je er voor het eerst komt, weet je dat niet. Maar bij mij is het allemaal geprogrammeerd: als ik een helling op ga, volg ik automatisch de juiste lijnen. Ik ken elke bocht, elke kassei, elke put, elk stuk wegdek. Nu nog veel beter dan vroeger, want ik fiets er nog meer.”

Bandendruk

“Voor het comfort is een bredere buitenband fijn. Leg er eentje van 28 millimeter op. En beperk de druk, houd het tussen de 6 en 7 bar. Mensen steken veel te veel druk. 8 bar is voor niemand goed, want dan verlies je alle comfort. Je gaat bonken op de kasseien en het ruwe wegdek. Ik heb de Ronde van Vlaanderen altijd gereden met een druk van 7 bar achteraan 6,5 tot 6,8 vooraan.”

Techniek

“Elke wielrenner heeft een persoonlijke manier van fietsen en eigen voorkeuren. Maar het belangrijkste is dat je jezelf naar achteren wegduwt, zodat je druk krijgt op je achterwiel. Dan kun je ook meer kracht zetten. Op die manier moet je wel één tot twee tandjes zwaarder rijden. Het heeft niet veel zin om op een kasseihelling een hoge trapfrequentie te hanteren. Rijd gewoon iets groter, schuif naar achteren, leg de handen los op het stuur en laat de fiets maar gaan.”

Kijkrichting

“Kijk altijd weg, nooit naar beneden, want dan fiets je min of meer van kassei naar kassei. Richt je ogen bijvoorbeeld op het punt aan het einde van de kasseihelling en volg het gevoel van de fiets. Meestal gaat de fiets wel naar de plaats die het beste is. Stuur niet tegen, want dan gaat het verkeerd.”

Johan Musseuw Gidst

Johan Museeuw temt de Leberg, Oude Kwaremont en Muur van Geraardsbergen vrijwel wekelijks. Er is dus geen betere gids in de Vlaamse Ardennen te vinden dan hij. Museeuw organiseert met Museeuw Cycling Experience regelmatig tochten. Niet alleen op het Ronde-parcours, maar ook op andere legendarische wielerbestemmingen. Interesse om met je club of een groep wielervrienden begeleid te worden door de ‘Leeuw van Vlaanderen’? Ga naar johanmuseeuw.be. Een wielertocht wordt ingevuld aan de hand van persoonlijke wensen.