Interview met de strijder in het geel. Steven Kruijswijk.

Gastblogger | 27 juni 2019

INTERVIEW | Steven Kruijswijk jaagt in het shirt van Jumbo-Visma op een podiumplaats in de Tour. Wij hebben hem zo net voor de tour alvast wat brandende vragen gesteld. Lees er alles over in dit interview.

De meest verschrikkelijke hongerklop die je ooit hebt gehad? 

“In koers komt het haast niet voor, maar in training heb ik er af en toe wel eentje. Verschrikkelijk is het als je op een half uur rijden van huis bent, je zakken leeg zijn en dan een klop krijgt. Je moet dan wel een noodstop maken bij het benzinestation of een bakker. Want je bent totaal leeg. Een flauw gevoel maak zich meester van je, er zit geen energie meer in de benen, je begint te trillen en zwalkt over straat. In wedstrijd gebeurt het niet, omdat je dan gefocust bent. We werken zo gestructureerd dat zulke fouten uitblijven. De ploegleiding hamert er ook op. Wel zijn er soms hectische wedstrijden waarin het lastig is om steeds op tijd te eten. Zoals de Tour. De etappes daar zijn stressvol, je moet altijd attent zijn. Een gelletje is dan heel fijn: binnen twee tellen heb je hem open en al snel krijg je weer energie. Voeding is onze noodzakelijke brandstof.”

 Een reep of een gel?

“Een reep! Het is net wat meer ‘gewoon’ eten dan een gelletje. Onze Vifit Sport-repen zijn heel smakelijk, vooral de Abrikoos Quinoa. Dat is mijn favoriet! Een gel neem ik als ik snelle suikers nodig heb, vooral op hectische momenten. Gedurende een wedstrijd eet je makkelijk tot vier gelletjes of repen weg. Het is dan wel zo fijn als sportvoeding ook lekker smaakt.”

Heb je een zoete zonde?

“Jazeker: chocolade! Ik gun mezelf regelmatig een klein stukje, bijvoorbeeld als ik thuis op de bank zit. Het hoeft niet veel te zijn, het is vooral voor de smaak. Ik let erop dat de kwaliteit goed is – voor zover je natuurlijk van goed kunt spreken. Je hebt repen van een euro, maar soms bestaan die grotendeels uit suiker. Ik wil natuurlijk wel op een goede manier zondigen!”

Wat gaat er altijd mee in jouw shirtzak bij een training?

“Een telefoon, m’n identiteitsbewijs en iets te eten. Bij kans op regen neem ik ook een regenjack mee.”

Train je tubeless of met draadbanden?

“Met draadbanden. Ik neem ook een CO2-patroon mee, want dan sta je niet te hannesen met een pompje. Tubeless is op zich prettig, maar ik hou het toch bij draadbanden. Zo vaak rijd ik trouwens niet lek tijdens trainingen. Afgelopen jaar een keer of vijf.”

Schijfremmen of velgremmen?

“Velgremmen, omdat we bij Jumbo-Visma niet met schijfremmen rijden.”


“Als kind droomde ik van een ritzege in de Tour de France. De laatste jaren is het doel iets veranderd”

Je eerste droom over de Tour?

“Als kind droomde ik van een ritzege in de Tour de France. De laatste jaren is het doel iets veranderd: mijn ambitie is nu om het eindpodium te halen. Dat is het hoogst haalbare. Een paar jaar geleden ging ik lang aan de leiding in de Giro d’Italia en had ik zicht op het roze. Dat was voor mij de bevestiging dat ik hoog kan eindigen in het klassement van een grote ronde. Dan begin je stilaan te dromen…”

Als je de Tourrit naar Alpe d’Huez van 2018 over zou mogen doen en één ding mag veranderen, wat zou dat dan zijn?

“In ieder geval iets waardoor ik hem zou winnen. Misschien de streep een paar kilometer onder de top trekken? Kijk, je weet vooraf nooit hoe een etappe zal gaan. Ik reed die dag op intuïtie en koos de aanval. Als ik dat niet had gedaan, was ik dan wel zo ver gekomen en was ik dan niet ingehaald? Een volgende keer zou ik het weer op deze manier doen. Dat is ook waarom je wielrenner bent geworden. Aanvallend koersen maakt onze sport mooi.”

De Giro, Tour of Vuelta?

“Qua schoonheid de Giro, qua prestige de Tour. Het ligt er maar net aan vanuit welke hoek je het benadert. In Italië voel je de passie voor wielrennen en hangt er een heel fijne sfeer. Je kunt er genieten, ook al is het zwaar. De Tour is hectisch en nerveus, zeker in de eerste tien dagen. Maar als je in de Tour iets wint, dan heeft dat wel meer aanzien.”


“Ik moet daar top zijn en laat daarom de Giro schieten”

Wat heeft de Ronde van Frankrijk van 2019 wat de Giro niet heeft?

“Het parcours van de Tour past beter bij mij. Daarom wil ik nu mijn kans pakken en voor het podium in Parijs gaan. Ik moet daar top zijn en laat daarom de Giro schieten. Een dubbel zou niet verstandig zijn.”

Op welke vlakken kun je nog verbeteren?

“We zijn er elke dag mee bezig. Met trainingen, materiaal en voeding proberen we het verschil te maken. We genereren zo veel mogelijk informatie door allerlei zaken te testen. Hoe kunnen we het beste trainen? Wat kunnen we het beste eten? Om een voorbeeld te geven: vorig jaar hebben we samen met Vifit Sport onze energierepen en -gels ontwikkeld. Hierbij hebben we gelet op de ideale combinatie tussen smaak én voedingswaarden. Dat wij als team hierover mee mochten denken, is heel waardevol. Daarnaast hebben we sinds afgelopen winter een voedingsapp waarin we verbonden zijn met onze trainers en diëtisten. De renners geven aan wat ze doen. De staf vertelt wat we moeten eten, rekening houdend met de kwaliteit van voeding en de hoeveelheid. Het is een van de dingen die ons een paar procent voordeel moeten opleveren. Alle inspanningen tezamen maken het verschil.”

Wat is bij jou leidend: de techno-wetenschappelijke benadering of het gevoel?

“De wielersport heeft een meer wetenschappelijke basis gekregen. Meten is weten. Het helpt me en het past ook bij mij, omdat ik graag schematisch werk. Voor mij betekent het overigens geen grote verandering, want al sinds het begin van mijn carrière is deze ontwikkeling gaande. Toen ik in de sport kwam, zag je bijvoorbeeld al de opkomst van vermogensmeters.”


“Als je als kopman aan de start staat, kun je niet zonder team.”

Van wie leer je het meest in de ploeg?

“Ik werk nauw samen met Merijn Zeeman. Van hem leer ik veel als het gaat om training en coaching. Ook zoiets als leiderschap ontwikkelen, leer ik van hem. Als je als kopman aan de start staat, kun je niet zonder team. Maar iedereen is wielrenner geworden om ooit zelf voor prijzen te fietsen. Je moet er dus voor zorgen dat collega’s achter je staan. Je moet hen onderdeel van mogelijke successen maken. Dat lukt je niet in een minuutje op een trainingskamp. Je moet een bepaald gevoel creëren. Bij iedereen is de aanpak anders.”

Wie vormen de grootste concurrenten voor het Tour-podium?

“Het zijn de bekende namen: Thomas,  Bardet en Pinot. Er zitten heel veel goede renners tussen. Ik kan het podium bereiken, maar dan moet ik wel op m’n best zijn.”

Plaats vier in de Tour of een minder sterk klassement maar wel een ritoverwinning?

“Dan ga ik voor de ritzege.”

Deze blog is geschreven door: Nieck Hanekamp.