Oermensen op de fiets | FuturumMag.23

Ruben Wattel | 16 oktober 2023

Heldenverhalen ontstaan als de omstandigheden extreem zijn.

Tekst: Edward Swier. Fotografie: Cor Vos

Het is volgens de één je mindset, dat kou tussen je oren zit. Een ander zegt dat je aanleg moet hebben voor het fietsen onder barre omstandigheden. De derde dankt in winters weer zijn extra vetlaagje, dat hem de rest van het jaar vooral hindert. Hoe dan ook, fietsen in de kou zorgt voor heroïsche verhalen. In de regen, sneeuw en vorst worden helden geboren. Profs kunnen hun hele leven teren op zeges die ze onder extreme omstandigheden boekten. En jou levert het allicht mooie anekdotes op waarmee je in je vriendenkring kunt pochen.


Een disclaimer is op zijn plaats. Een waarschuwing als ‘Don’t try this at home’. Natuurlijk. Ga geen gekke dingen doen, neem geen onverantwoorde risico’s. Ga niet fietsen als het glad is. En kleed je altijd goed, ons assortiment biedt genoeg keuze qua windstoppers, overschoenen, thermo-onderkleding en regenjacks. Maar spot nooit met het weer. Want de natuur is altijd sterker dan je denkt. Lees dit verhaal dan ook vooral ‘ter leering ende vermaeck.’ Zodat je beseft dat er onder ons oermensen bestaan, die – omwille van hun boterham én ons tv-vertier – het gevecht met de natuur aangaan. Dit is dan ook vooral een ode aan die helden. En een aansporing om deze winter in ieder geval zelf een stukje te gaan trappen.

“Het regenjasje wat een bevroren, kubusvormig pakketje”

Sneeuwjacht
Peter Winnen weet het nog precies. Die dag dat ‘met het stijgen de regen overging in natte sneeuw. Toen werd het heuse sneeuw. Sterker nog, het werd een sneeuwjacht. Het pakketje tandwielen op het achterwiel werd een amorfe klomp ijsmodder waardoor schakelen onmogelijk werd.’ En toen pakte Peter, op pakweg vijf kilometer onder de top, van de soigneur een bidon warme thee aan. Lekker, dacht Winnen. Iets warms, in alle ontberingen. ‘Maar ik dronk niet. De inhoud goot ik over mijn benen; eindelijk wat warmte. Met het laatste restje spoelde ik mijn dicht gesneeuwde bril schoon.’


In een van zijn vele, vaak briljante columns beschreef de voormalig wielerheld hoe hij in 1988 die beroemde, beruchte Dolomieten-etappe over de Passo di Gavia had beleefd. Johan van der Velde kwam als eerste boven op de top in de verschrikkelijke sneeuwjacht, maar l’Uomo di Gavia raakte in de afdaling bevangen door de kou en stapte daarna – zoals bijna het hele peloton – in een busje, tot vlak voor de streep. Een verkleumde Erik Breukink won deze Giro-rit uiteindelijk. Peter Winnen kwam in Bormio, fietsend, als achtste over de streep. Maar vraag niet hoe. ‘Op de top haalde ik een regenjasje uit mijn achterzak. Een beetje winddicht de afdaling in gaan leek me geen overbodige luxe. Probleem. Het regenjasje was een bevroren, kubusvormig pakketje.’ Er was na die dag maar één geruststellende gedachte: ‘Zo gek zal het nooit meer worden.’

ALTIJD DOOR

Fiets jij door in de regen en kou? Dan is de FUTURUM 4 SEASONS kledinglijn er voor jou. Blijf warm en droog onder alle omstandigheden, bijvoorbeeld het met 4 SEASONS Fietsjack.

(354)

ja, op voorraad
(46)

ja, op voorraad
(359)

ja, op voorraad

Een kledinglaagje minder
Er zijn renners die hun hand niet omdraaien voor sneeuw en kou. Om de concurrentie te demotiveren trok Steven de Jongh bij koud weer altijd net een laagje minder dan de rest aan. Geen overshirts met al te lange mouwen. En zeker geen winterse handschoentjes. Zijn collega’s mochten zijn vingers zien, die werden nooit blauw. Zo won De Jongh in 2004 Kuurne-Brussel-Kuurne, een koers die we allemaal al lang vergeten zouden zijn als er niet zo’n heroïsch gevecht met de elementen zou zijn geweest. In de eindsprint van een select groepje versteende coureurs had De Jongh als enige uit de kopgroep geen beenstukken aan. Paolo Bettini wel. “Alleen op zulke dagen kan ik Bettini kloppen”, was De Jongh zich bewust van het surplus aan kwaliteiten van de Italiaan op zomerse dagen. In de kou hoorde De Jongh tot de categorie der wereldkampioenen. De nuchtere reactie van de winnaar in Kuurne: “Ik ben niet de magerste van het peloton. Daar heb ik op zulke dagen profijt van. Ik kan beter tegen de kou dan de meeste andere renners.”


Neige-Bastogne-Neige
Zo zijn er meer heldenverhalen. Nog altijd wordt Bernard Hinault herinnerd aan zijn winst in Luik-Bastenaken-Luik in 1980. Hij won in de sneeuw. De omstandigheden waren dramatisch, na zeventig kilometer koers was al de helft van het 174-koppige peloton afgestapt. Hinault niet. Teneinde zich warm te houden in deze ‘Neige-Bastogne-Neige’ was hij op twee uur van de finish aan een solo begonnen die zijn weerga niet kende. “Cyrille Guimard, mijn ploegleider, had me toen juist opdracht gegeven mijn regenjack uit te doen. Hij vermoedde dat de finale snel zou beginnen en verwachtte aanvallen. Maar ik had het zo koud zonder jackje dat ik zelf maar op avontuur ben gegaan.” En hoe. Als geen ander trotseerde Hinault de sneeuw en ijsregens. Hennie Kuiper, nummer twee in de uitslag, finishte op 9 minuten en 24 seconden. Hinault, die slechts over een paar wollen – en uiteindelijk vooral drijfnatte – handschoenen beschikte, liep die dag wel bevriezingsverschijnselen aan zijn vingers op. Daar heeft hij 43 jaar later nog altijd last van. Hinault: “Ik heb er, als je er nu op terugkijkt, eigenlijk al met al weinig lol aan beleeft. Die dag zelf niet. En nu ook nog niet. Maar toch, als ik weleens beelden of foto’s van die dolle rit door de Ardennen zie, dan denk ik toch altijd: niet slecht Bernard, niet slecht.”


Het zou, als je zelf deze winter wat kilometer hebt weggetrapt, juist die gedachte moeten zijn, die blijft hangen. Oké, het was koud, het weer was misschien wel slecht. Maar dat je de rit hebt gemaakt, dat is niet slecht. Helemaal niet slecht.