Het snelst beneden | Exclusief interview Anne Terpstra

Gastblogger | 17 maart 2021

Mountainbikester Anne Terpstra is klaar voor de olympische spelen. “Ik heb niet per se wedstrijden nodig om goed te zijn.”

De grootste challenge voor mountainbikester Anne Terpstra (30) de komende tijd is een verrassende, en heeft ook niets met haar olympische dromen te maken. “Een stoere wheelie. Die moet ik nog steeds leren. Ik kan prima keihard over de rotsen een afdaling rijden, maar van die coole kunstjes, zoals een wheelie, beheers ik nog altijd niet echt goed. Daar moet het maar eens van komen dit jaar.”

Maar eerst serieuze zaken. Het is dé uitdaging voor een topsporter anno nu: omgaan met onzekerheden. Want ook al is er weliswaar nog geen duidelijkheid over de kalender, je moet natuurlijk wel trainen. “Als je wacht tot er een definitief ‘ja’ voor de Olympische Spelen in Tokio is en dan pas gaat trainen, dan is dat niet handig. Zelf heb ik, vorig jaar al, ervaren dat ik niet zo’n last heb van de onzekerheid, ik ben toen niet tegen het plafond gevlogen. Ik had gedacht dat ik er gevoeliger voor zou zijn, maar prijs me gelukkig dat ik een van die sporters ben met een iets bredere kijk dan alleen de sport. Het gaat met mij ook goed als ik een keertje niet kan fietsen. Natuurlijk hoop ik dat de Spelen doorgaan, maar ik snap ook wel dat in deze onzekere tijden niet topsport maar de gezondheid van ons allen prioriteit heeft.”

“Het gaat met mij ook goed als ik een keertje niet kan fietsen”

Ze verhuisde in het najaar van 2020 naar Duitsland. In en om haar Beierse woonplaats Waldsassen, op de grens met Tsjechië, treft ze ideale trainingsmogelijkheden. Alleen moet het dan niet, zoals begin 2021, dagenlang onophoudelijk sneeuwen. “Er lag zoveel, daar was niet tegenop te fietsen. Normaal vind ik het altijd wel leuk, fietsen in de sneeuw, dat vraagt techniek. Maar nu was er geen doorkomen aan.” Mede daarom werd besloten eind januari alsnog een trainingskamp op het zonnige Madeira in te plannen. “Een lastig thema, waarmee wij als topsporters allemaal wel een beetje in ons maag zitten. Als je ziet dat je concurrenten uit andere landen wel op trainingskamp gaan, en de situatie bij jou thuis is te slecht om te trainen, dan moet je toch wat. We hebben lang getwijfeld, ons ook heel goed georiënteerd. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een eiland waar heel weinig besmettingen waren en waar we onze eigen bubbel konden creëren. Je pakt dan niet zomaar even een hotelletje. Maar ik vond het wel lastig, dat mag je gerust weten.”

(6)

uitverkocht
(35)

Levertijd onbekend

Ze belandde door een flinke dosis toeval in zuidoostelijk Duitsland. Een schot in de roos, want de omstandigheden voor mountainbikers zijn er ideaal. In het Fichtelgebergte stikt het van de natuurlijke, granieten ‘rock gardens’. En even verderop, in de Fränkische Schweiz, liggen een paar unieke, ultra-steile klimmen én afdalingen. “Ik ben technisch zoveel beter geworden sinds ik hier train. Dat is echt key in mijn ontwikkeling geweest. Als er weleens anderen hier komen trainen, zijn ze altijd jaloers op de omstandigheden en mogelijkheden. Ik heb me in Duitsland op technisch gebied extreem ontwikkeld. Was ik vroeger degene die bergaf tijd verloor, nu ben ik – durf ik wel te stellen – het snelst van iedereen beneden.”

Achter haar verhuizing zit een heel verhaal, dat haast als een sprookje leest. “In de winter van 2015-2016 had ik besloten ‘voor mezelf’ te beginnen, alles anders aan te pakken. Voordat ik de boel opstartte, stuurde ik een mailtje naar het team van Ghost Bikes. Ik was, en eerlijk gezegd had ik geen idee waarom, enorm gecharmeerd van die ploeg. Dat was echt nergens op gebaseerd, en dat ik ze mailde verraste mezelf eigenlijk ook, want normaal ben ik altijd heel rationeel. Maar goed, uiteindelijk kwamen we dus in contact en bleken ze ook nog interesse in mij te hebben. Tot die tijd had ik wel al een paar prestaties neergezet, maar ik was toen allesbehalve stabiel. Zij zagen echter wel potentieel. Het is mooi dat we de jaren daarna, gezamenlijk, grote stappen hebben kunnen zetten.” Die stappen werden pas écht met zevenmijlslaarzen gezet toen ze ontdekte hoe goed je in de buurt van het Ghost-hoofdkwartier in Waldsassen kunt trainen. En de doorbraak – inclusief enkele World Cup-zeges – volgde toen ze ook nog eens een relatie kreeg met Thomas ‘Tom’ Wickles, de teammanager en besloot te gaan samenwonen. “Anders had ik natuurlijk nooit overwogen Nederland te verlaten, was ik nooit verhuisd. Voor een trainingskamp wil je wel twee weken ergens heen, maar een verhuizing naar een ander land is toch een stap die je niet zo snel zet.”

“Ik heb me in Duitsland op technisch gebied extreem ontwikkeld”

Ze werd geboren in Zeeland, maar verkaste nadien, vanwege het werk van haar vader, alsmaar oostelijker. Via Zeewolde – “In de Flevopolder kan je als mountainbiker natuurlijk niet echt je hart ophalen” – kwam ze in Apeldoorn terecht. Daar begon ze op haar achttiende, samen met haar broer, fanatiek te trainen. “Een prachtig gebied, zeker voor mountainbikers. Heerlijk tot aan de Posbank, of in de omgeving van Apeldoorn zelf. En op de weg kan je er een prachtig mooi vlak rondje langs de IJssel rijden. Je kan alle kanten op, je bent ook zo bij de Utrechtse Heuvelrug. Als ik zo nu en dan terug in Nederland ben, kan ik er echt ongelooflijk van genieten.”

Bovendien, zo zegt ze, van dat mountainbiken in Nederland leer je ook veel. “Wat ik geleerd heb, en wat veel buitenlandse concurrenten minder goed beheersen: fietsen op het vlakke. Wij zijn dat gewend, kunnen dat tijdens een race ook beter indelen. Andere mountainbikers hebben daar moeite mee. Die snappen niet wanneer ze, als er na een steil klimmetje en een korte afdaling een vlak stuk komt, nu precies hun herstelmoment moeten kiezen. Wij zijn dat wel gewend. Hier ga je kort omhoog, kort omlaag. Je neemt naar zo’n klim dan het liefst zoveel mogelijk snelheid mee en die snelheid wil je omlaag vasthouden. Veel concurrenten kiezen voor hun herstel in de afdaling. Daar kan ik dan winst boeken.”

“Als ik zo nu en dan terug in Nederland ben, kan ik er echt ongelooflijk van genieten”

Het toeval wil dat het olympisch parcours juist zo’n vlak stuk heeft. “Er is een steil stuk omhoog, daarna op een plateau een vlak stuk, heel atypisch. Daar mag je absoluut niet stilvallen. En dan gaat het omlaag, met een sectie waarin veel stenen zitten. Het is een lastige afdaling, waar je vooral heel precies je lijn moet kiezen. Er is een stukje van amper 10 centimeter breed waar je moet zitten. Als je daar, na een uur rijden en met hartslag 190, aankomt, kan het snel mis gaan. Maar, ik vind dat wel mooi. Als je goed op je fiets zit en je hebt het vertrouwen, ben je daar vanzelf sneller dan de anderen.”

Tijdens het testevent voor de Spelen, in oktober 2019, gaf ze haar ogen goed de kost. “Er zat aan die week een wedstrijd vast, maar dat was voor mij eigenlijk bijzaak. Het ging erom zoveel mogelijk informatie te verzamelen, parcourskennis op te doen. Ik heb drie dagen lang alleen maar rondjes gereden, zoveel mogelijk rondjes. Dat ik na die wedstrijd ook nog op het podium stond, was een verrassing, maar ook enorm inspirerend. Want het was in alles een testevent, dus ook tijdens de ceremonie was het alsof het de Spelen zelf betrof.”

In 2016 deed ze ook mee aan de Olympische Spelen, al wist Terpstra drie weken voor Rio pas dat ze naar Brazilië mocht. “Daar reed ik toen mijn beste wedstrijd voor dat moment, maar de Anne van toen deed nog niet mee voor de prijzen. Ik heb er wel extreem van genoten, weet nog dat ik twee rondjes voor het einde letterlijk dacht: o jammer, het is alweer bijna voorbij. Ik had overal pijn, maar vond het zo bijzonder. Mede daarom kijk ik er nu ook ongelooflijk naar uit. Natuurlijk zullen mijn ambities nu wel anders zijn, maar qua beleving zal dat geen verschil maken.”

Ze is in vijf jaar tijd zoveel sterker geworden. “Sinds een jaar of twee heb ik vooral mentaal heel veel vertrouwen gevonden. Ik voelde dat ik al een tijdje beter in mijn vel zat, en plots kwamen ook de uitslagen. Dat was een prachtige bevestiging. Daarna wist ik dat ik op mijn lichaam, op mijn gevoel, kon vertrouwen. En op de trainingsschema’s van Guido Vroemen. Daardoor weet ik ook dat ik niet per se wedstrijden nodig heb om goed te zijn, ik kan me prima op een belangrijke race voorbereiden met alleen trainingen. Dus, of we nu in aanloop naar Tokio nog veel of weinig wedstrijden rijden, ik durf wel te stellen dat ik klaar zal zijn voor de Spelen.

Er zijn veel vrouwen die kunnen winnen, het zal aan de vorm van de dag liggen welke kant het straks op valt.” Rest dan natuurlijk nog één ding: die wheelie. Ze lacht. “Ik kan nu eigenlijk alleen de dingen die in de wedstrijd nodig zijn, die coole stuntjes beheers ik niet goed. Vroeger heb ik dat nooit geoefend, toen ging het eigenlijk alleen maar over hard fietsen. Het is goed dat jonge kinderen nu juist, bijvoorbeeld in het nieuwe bikepark in Apeldoorn, leren dat het niet alleen om stoempen gaat, maar dat je juist al die handigheidjes goed moet oefenen. Behendigheid en stuurvaardigheid zijn cruciaal, ook op de weg, in het dagelijkse verkeer, trouwens.”

Ben je geïnspireerd geraakt door het verhaal van Anne Terpstra? Hier vind je alles voor de mountainbiker!

Tekst: Edward Swier
Fotografie: Irmo Keizer

FuturumMag.16

Dit artikel is afkomstig uit FuturumMag.16, het magazine van FuturumShop. Wil je meer interviews, reviews, tips of achtergrondverhalen lezen? Klik hier voor alle artikelen uit het FuturumMag.