Nieuwe prikkels | Exclusief interview Marianne Vos

Gastblogger | 18 mei 2021

Marianne Vos heeft alles gewonnen wat er te winnen valt. “Toch wil ik blijven leren, mezelf verbeteren.

Marianne Vos was al op jonge leeftijd extreem goed en nog altijd kan ze – op de momenten die ze zelf uitkiest – met de allerbesten mee. Dit seizoen én de komende twee jaar rijdt ze voor Team Jumbo-Visma. Na een avontuur bij CCC-Liv is ze terug in eigen land. Ze koos bewust voor het geel-zwart. Voor een nieuwe, frisse omgeving. Voor iets anders dan de formatie waarvan ze tot een paar jaar geleden zelfs mede-eigenaar was. Hoewel er iets minder gewicht op haar schouders ligt, is ze natuurlijk toch het gezicht van de nieuw opgerichte vrouwentak van Team Jumbo-Visma. Ze is en blijft de kopvrouw, de routinier, het boegbeeld. Maar ze hoeft zich niet druk te maken over de organisatie, dingen te regelen die anderen net zo goed kunnen doen. En dat scheelt. Het maakt dat ze zich volledig kan concentreren op de koers. En weer kan gaan winnen, zoals ze in de Amstel Gold Race en Gent-Wevelgem deed.

Marianne Vos

Geboren: 13 mei 1987
Geboorteplaats: Den Bosch
Ploeg: Team Jumbo-Visma
Specialisme: Allrounder
Palmares: drie keer wereldkampioen op de weg, zevenvoudig wereldkampioen veldrijden, tweevoudig olympisch kampioen

“Het is mooi om onderdeel te zijn van een nieuw project, om ergens langdurig aan de slag te kunnen. Samen groeien, samen iets opbouwen. Ik vond het prettig om te horen dat er zoveel vertrouwen in mij was. Toen het voorstel kwam om voor drie jaar te tekenen, heb ik niet gedacht: doe maar liever eerst een jaartje. Dat ik veel ervaring heb, wordt vanuit de ploeg natuurlijk wel als meerwaarde gezien. Het is leuk om over bepaalde zaken mee te praten en mee te denken, maar ik hoef niet altijd de kar te trekken. Het is Team Jumbo-Visma en niet Team Vos. Dat was juist voor mij ook een belangrijke overweging om hier onderdeel van te worden. Het is leuk er van tijd tot tijd fris in te gaan, met nieuwe mensen om je heen. Dat zorgt ook voor nieuwe prikkels. Als sporter zoek je altijd naar verbetering. Ik wil blijven leren, mezelf verbeteren. Dat kan ik in deze nieuwe structuur, deze nieuwe organisatie. Het brengt me iets nieuws. Ik kan anderen natuurlijk wegwijs maken, maar dat betekent niet dat een routinier als ik niet meer van anderen kan bijleren.”

“Prijzen zijn mooi. Maar uiteindelijk draait het uiteraard vooral om geluk”

Het enthousiasme is groot. Op het trainingskamp was ze naast de ploegleiderswagen gaan rijden en had ze geknikt naar de groep vrouwen in het geel-zwart enkele meters voor haar. “Kijk ze nou, wat een mooi stel. Ik ben hier zo gelukkig mee.” Het is hoe ze het (wieler)leven tegenwoordig beleeft. Ze heeft leren genieten van andere dingen en niet alleen van de momenten waarop ze in de schijnwerpers staat, met overwinningsbloemen. “Prijzen zijn mooi, en je doet er ook alles aan om ze te winnen, maar uiteindelijk draait het uiteraard vooral om geluk. Wat doe je het liefst, waar word je blij van? Hoe voel je je? Dat hangt echt niet alleen maar samen met zaken als winst of verlies.” Ze kende een flinke dip in 2015, was overtraind en had lang nodig om weer terug op niveau te komen. Sindsdien is er wel iets veranderd in haar hoofd. Ze kiest haar momenten en probeert meer en meer te genieten. “Anderen hebben het vaker over mijn veranderde aanpak dan ikzelf. Voor mij is fietsen nog steeds fietsen, hoor. En de doelstelling waar je naartoe werkt, is ook niet veranderd. Je prikt een doel, maakt een plan, werkt daarnaartoe en probeert gewoon alles daarvoor in werking te zetten. Ik heb geleerd beter naar mijn lichaam én beter naar anderen te luisteren. Ik wist altijd wel dat ik zo nu en dan gas terug moest nemen, ook om mezelf mentaal weer op te laden. Maar het was soms lastig dat ook écht te doen. Nog altijd maak ik fouten, het is niet zo dat je als dertiger altijd op de juiste knopjes drukt. Je kunt perfectie nastreven, maar het blijft schaven en schuren. Dat hoort ook bij topsport: je zoekt naar je grenzen.”

Marianne Vos behoeft, ook voor de niet-sportliefhebber, geen introductie meer. Ook al rust het gewicht van het vrouwenwielrennen allang niet meer alleen op haar schouders, ze is nog altijd een vaandeldraagster. Winnares van veel, van bijna alles. Wereldtitels op de baan, de weg, in het veldrijden natuurlijk. Grote én kleine koersen op de weg, twee olympische titels in twee disciplines. In de wegrit van Peking 2008 greep ze ernaast. Op het parcours nabij de Chinese Muur was het na een plotse regenbui knap koud, hetgeen haar kansen ernstig beïnvloedde. De teleurstelling zette ze een paar dagen later al om in positieve hebzucht. Die olympische titel moest en zou er komen. Dan maar op de baan, een tak van de wielersport die ze nog niet eens zo heel lang beoefende. Niettemin was ze oppermachtig in de puntenkoers. In de lente van haar carrière – ze was pas 21 – had ze al een droom vervuld.

Vier jaar later was er opnieuw olympisch goud, ditmaal wél op de weg. Op The Mall, de royale weg die naar Buckingham Palace leidt, leverde ze een koninklijke sprint af. De schreeuw en het zegegebaar maakten menigeen duidelijk dat hier het hoogtepunt van haar loopbaan was behaald. In 2016, in Rio de Janeiro, was ze er ook bij, maar liep alles net even anders. Annemiek van Vleuten leek op weg naar goud, maar viel ongenadig hard. Anna van der Breggen maakte het werk van de Nederlandse ploeg alsnog af. Vos, amper terug van haar pauze, wist op voorhand al dat haar geen hoofdrol was toebedacht. Ze haalde in die koers bidons voor ploeggenotes, viel aan voor de slotklim, en kwam – juichend voor de winnares – als negende over de streep. Dat wil ze dit jaar, in Tokio, nog weleens meemaken. “Ik kan echt genieten van een teamprestatie, geloof ook dat ik daarin altijd een rol kan spelen en van meerwaarde kan zijn.”

Dames fietskleding

FuturumShop heeft het grootste assortiment direct op voorraad! Bekijk nu de nieuwe voorjaarscollectie van AGU en andere topmerken.

Nu shoppen…

Of ze gaat is nog onduidelijk. Waarschijnlijk wel, maar er zijn maar vier startplekken. En er is de laatste jaren meer en meer concurrentie bijgekomen. Anna van der Breggen en Annemiek van Vleuten lijken wel zeker, Chantal Blaak maakt ook serieuze kans. Vos evenzeer, maar wat nu als zich de komende tijd aanstormend talent aandient, en anderen grote koersen gaan winnen? “We hebben natuurlijk veel meer klasse in huis dan een aantal jaren geleden.” Daarnaast is er nog de vraag of het peloton daadwerkelijk naar Tokio afreist. Het heeft er alle schijn van. Vos: “Je moet op een gegeven moment natuurlijk toch je planning maken. Die kan je hier of daar wel aanpassen, flexibiliteit blijft geboden. Maar met de maatregelen die vorig jaar al zijn geïmplementeerd is het allemaal redelijk goed werkbaar. Ik heb het vermoeden dat nu zo’n beetje alles wel doorgang zal vinden, op dezelfde manier als vorig jaar. Maar voorzichtigheid blijft geboden. We moesten er sowieso toch al heel lang vanuit gaan dat die Spelen wél doorgaan, je kunt nu geen trainingen overslaan en die straks nog even inhalen.”

“Ik vind het fijn dat ik niet altijd meer de handschoen op hoef te pakken”

Alsof ze ooit trainingen zou overslaan. Trainen is voor haar nooit een straf geweest. “Ik ben liefhebber genoeg om écht rond te kijken, te genieten van de kilometers die ik maak.” Het maakt voor haar niet uit of ze aan de andere kant van de aardbol rijdt of een ritje in haar thuisomgeving maakt. “Ik vind Nederland een ontzettend mooi land. We zien er te weinig de schoonheid van in. We hebben oogkleppen op. Waarschijnlijk toch omdat we denken dat het gras bij de buren nog groener is. Je directe omgeving is vaak mooier dan je zelf ziet.” Ze is liefhebber. In haar bio op Twitter staat niet voor niets al een aantal jaar ‘fulltime-hobby-cyclist’. “Je moet ervan genieten, in het nu. Het is weleens goed te beseffen wat je allemaal hebt. In plaats van altijd maar bezig te zijn met het verleden of de toekomst. Dit alles, dit hele leven, is uit liefhebberij geboren. En dit is wat ik, nog altijd, het allerliefste doe. En dat mag ik dan ook nog eens fulltime doen, en dat al behoorlijk lang. Daar ben ik dankbaar voor. De ene dag is de baan mooier dan de andere. Maar nog altijd besef ik wel dat het een heel bijzonder leven is en dat dat, op dit moment, nog altijd het allermooiste leven is om te leven.” Om de randzaken van het vrouwenpeloton maakt ze zich niet meer zo druk. Ze is vooral weer renster, nadat ze jaren heeft gestreden voor haar sport: voor mooiere wedstrijden, meer prijzengeld, betere contracten. Dat vakbondswerk laat ze nu aan anderen. “Ik vind het fijn dat ik niet altijd meer de handschoen op hoef te pakken en op de achtergrond kan blijven.”

Vanaf de zijlijn ziet ze hoe er weer een Tour de France voor vrouwen op de kalender lijkt te komen. Goed voor net iets langer dan een week koers. Daarmee herleven de tijden van Mieke Havik, Heleen Hage, Connie Meijer, Monique Knol en Leontien van Moorsel. Vos ijverde met anderen voor erkenning bij de ASO, kreeg er aanvankelijk de eendaagse La Course voor terug. Maar nu lijkt een echte Tour toch ook voor de vrouwen weer binnen handbereik. De verwachting nu is dat de ronde in 2022 een feit is. “Er is al een hoop veranderd, de terugkeer van de Tour Féminin zie ik niet per se als de doorbraak. We hebben al een mooie kalender, met wedstrijden van hoog niveau. Maar, het is natuurlijk qua uithangbord, in de perceptie van de fans, wel belangrijk. Herkenbaarheid, daar draait het om. De Hollands Hills Classic was ten opzichte van de Amstel Gold Race misschien zelfs wel mooier, maar de een doet geen belletje rinkelen en de andere wel. Het is goed als iedereen weet waar je het over hebt als jouw sport ter sprake komt. Wat dat betreft is een Tour voor vrouwen belangrijk voor de exposure. Want, het gaat al erg goed met het vrouwenwielrennen, maar nog niet perfect. Er kunnen zeker nog wat stapjes gezet worden.”

Een nieuwe ploeg, dat betekent ook nieuw materiaal. Wennen?

“In zekere zin wel natuurlijk. Je bent altijd op zoek naar het goede gevoel. Soms heb je dat meteen, en met andere dingen moet je toch even wennen. In een aantal gevallen heb je jaren terug al eens met hetzelfde merk gewerkt, maar af en toe is iets ook helemaal nieuw. En dat is dit jaar een prettige kennismaking. Zo heb ik nu voor het eerst een Lazer-helm, gebruikte ik niet eerder de fietscomputers van Garmin. En ik had ook nog nooit op een Cervélo gereden.”

Om met die fiets te beginnen. Die wordt geroemd om zijn aerodynamische vormgeving.

“Daar was ik wel benieuwd naar. Vooral hoe handelbaar zo’n fiets is. Het zou niet fijn zijn als-ie er wel snel uitziet, maar dat je enorm inlevert op comfort. Nou, daarin werd ik niet teleurgesteld. Ik heb zowel de S5, die je de sprintfiets zou kunnen noemen, als de R5, de klimfiets. Waarbij niet gezegd is dat je geen berg overkomt met de S5 en je kunt ook heus een goede sprint rijden op de R5. Over beide modellen ben ik erg te spreken. Ze willen, dat voelt echt zo, hard vooruit.”

(24)

ja, op voorraad
(50)

ja, op voorraad

Werd je verrast door nieuwe producten?

“Zeker. Ik heb lastige voeten. De Shimano S-PHYRE schoenen hebben echt al mijn verwachtingen overtroffen. Ze bieden hele goede ondersteuning, passen me perfect. Ik heb vaak last van knelpunten aan de buitenkant en soms ook een wat tintelende, ‘dove’ voet. Maar nu is het een verademing.”

Jaren terug had je een zadel van Fizik, nu weer.

“Ja, maar ik rijd nu met een nieuw type, de Vento Argo. Daarop zit ik veel stabieler, stiller ook. Daardoor kan ik mijn kracht beter kwijt. Het was even wennen, want ik zit nu zo vast als een huis. Daardoor is de stand van mijn heup net iets anders, maar dat blijkt erg efficiënt. Een zadel is trouwens een erg persoonlijk iets. Ik krijg best vaak de vraag of ik iemand een zadel kan aanbevelen. Maar nee, dat is ondoenlijk. Je moet dat echt persoonlijk testen. Er zijn zoveel verschillende modellen, zoveel verschillende breedtes. Laat je goed voorlichten, want voor iedereen is er wel een ideaal zadel.”

En de kleding?

We hebben net als de mannen een enorm gevarieerd kledingpakket van AGU. Met werkelijk voor alle omstandigheden het geschikte kledingstuk, van de aeropakken voor in de koers, tot vrijetijdskleding voor in het hotel. Hun slogan ‘Everyday riding’ maken ze wat dat betreft helemaal waar.”

Jullie rijden vaak met tubeless banden.

“Ja, wij hebben wielen van Reserve en gebruiken banden van Vittoria. Meestal tubeless. Afhankelijk van het parcours en de omstandigheden variëren we in breedte en druk. Het is belangrijk om daarin het optimum te vinden. Met tubeless banden kun je de bandenspanning vaak net even iets lager houden, waardoor je meer comfort hebt. Tegelijkertijd is er geen snelheidsverlies, de rolweerstand is niet groter. En de kans op lekrijden is gewoon wat kleiner. Ik denk dat tubeless de toekomst is, dat uiteindelijk iedereen er mee gaat rijden.”

Tekst: Edward Swier
Fotografie: Team Jumbo-Visma, Cor Vos

FuturumMag.17

Dit artikel is afkomstig uit FuturumMag.17, het magazine van FuturumShop. Wil je meer interviews, reviews, tips of achtergrondverhalen lezen? Klik hier voor alle artikelen uit het FuturumMag.

Lees verder