Na weken of zelfs maanden van intensieve trainingen is het bijna zover: de wedstrijddag staat voor de deur. Of je nu toewerkt naar je eerste 10 kilometer, een halve marathon of de magische 42,195 kilometer van een hele marathon; een goede voorbereiding is enorm belangrijk. De laatste weken voor de start en de keuzes die je maakt op de wedstrijddag zelf bepalen voor een groot deel of je met een glimlach over de finish komt of onderweg tegen jezelf aan het vechten bent. In deze complete gids bundel ik alles wat je moet weten: van gerichte tempolopen en slim taperen tot een doordachte voedingsstrategie, pacing en een handige checklist voor je tas. Daarbij deel ik persoonlijke tips en lessen die ik zelf heb toegepast tijdens mijn marathons en mijn triatlons. Dingen die voor mij het verschil maakten en waarvan ik hoop dat ze jou helpen om goed voorbereid en met vertrouwen aan de start te staan.
-
De laatste trainingsfase
-
Brandstof: Voeding vóór en tijdens de race
-
De wedstrijddag-strategie: Pacing en uitvoering
-
Checklist voor de wedstrijddag
-
Samenvatting
De laatste trainingsfase
Trainen op tempo en pieken
Een tempoloop is een training waarbij je gedurende een langere, aaneengesloten periode loopt op een stevig, gecontroleerd tempo. Dit tempo ligt rond je zogeheten anaerobe drempel (lactaatdrempel): het punt waarop je lichaam net zoveel lactaat aanmaakt als het kan afbreken.
Waarom mag een tempoloop niet ontbreken in je voorbereiding?
-
Verhogen van je lactaatdrempel: Door regelmatig net onder of op deze grens te trainen, verschuift je omslagpunt. Hierdoor kun je een hoger tempo langer volhouden zonder dat je spieren verzuren.
-
Gevoel voor wedstrijdtempo (race pace): Veel hardlopers starten een wedstrijd te snel door adrenaline. Door tempolopen leer je jouw richttempo intuïtief aanvoelen, zodat je niet afhankelijk bent van continue blikken op je sporthorloge.
-
Mentale weerstand: Een tempoloop voelt ‘comfortabel zwaar’. Je leert omgaan met het ongemak dat je in de tweede helft van de wedstrijd ongetwijfeld gaat tegenkomen.
Taperen: Gas terugnemen om te vlammen
Taperen betekent letterlijk het gepland afbouwen van je trainingsomvang in de laatste twee tot drie weken voor een wedstrijd, terwijl je de intensiteit grotendeels behoudt. Veel lopers vinden dit mentaal de lastigste fase van het hele schema. Je voelt je topfit, bent onbewust bang je conditie te verliezen en krijgt ineens te maken met de bekende taper tantrums: lichte rusteloosheid, zware benen of plotselinge spookpijntjes in je kuit of achillespees. Uit ervaring bij zowel marathons als halve triatlons herken ik dit direct: in die laatste weken lijkt je lichaam ineens overal te protesteren. Laat je hierdoor niet van de wijs brengen; het hoort erbij en is hét signaal dat je lichaam zich klaarmaakt om te pieken.
Waarom is taperen noodzakelijk?
Tijdens zware trainingsweken breek je spierweefsel feitelijk af. Door het loopvolume tijdig en gecontroleerd te verlagen, geef je je lichaam de kans om:
-
Spierweefsel volledig te herstellen en te versterken: Dit proces van supercompensatie zorgt ervoor dat je fysiek sterker aan de startlijn staat dan tijdens je zwaarste trainingsweek;
-
Glycogeenvoorraden maximaal aan te vullen: Je spieren en lever worden volledig verzadigd met koolhydraten, zonder dat je deze voorraad tussentijds weer uitput;
-
Zenuwstelsel en immuunsysteem te ontlasten: Je centrale zenuwstelsel komt tot rust, waardoor je reactievermogen en spiercoördinatie op de wedstrijddag optimaal zijn.
Richtlijnen voor succesvol taperen
In onderstaand schema zie je het trainingsvolume per week, uitgedrukt als percentage van je piekvolume (je zwaarste trainingsweek vlak vóór de taper):
|
Wedstrijdafstand |
3 Weken voor race (Week -3) |
2 Weken voor race (Week -2) |
Wedstrijdweek (Week -1 tot start) |
|---|---|---|---|
|
5 km – 10 km |
100% (normale trainingsweek) |
75% – 80% volume |
50% – 60% volume |
|
Halve marathon |
100% (laatste lange duurloop) |
70% – 75% volume |
40% – 50% volume |
|
Hele marathon |
75% – 80% volume |
55% – 60% volume |
30% – 40% volume |
Gouden vuistregel: Behoud zoveel mogelijk je normale loopritme en trainingsdagen (bijvoorbeeld 3 of 4 keer per week), maar verkort de sessies aanzienlijk. Zo voorkom je dat je benen ‘lui’ of stijf aanvoelen op de wedstrijddag.

Brandstof: Voeding vóór en tijdens de race
Wat je in de dagen voor de wedstrijd en onderweg eet, bepaalt hoe lang je tank vol blijft. Hieronder lees je per fase waar je op let. Wil je de wetenschap erachter begrijpen en een compleet voedingsplan opstellen, inclusief herstel na de finish? Lees dan onze blog over optimale koolhydraatplanning voor sporters.
De dagen ervoor: koolhydraten stapelen
Loop je een halve of hele marathon, dan loont het om 48 tot 72 uur voor de start je koolhydraatinname flink te verhogen, naar 8 tot 12 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Kies licht verteerbare, vezelarme bronnen zoals witte pasta, witte rijst en wit brood, en verdeel ze over meerdere kleinere maaltijden. Stapelen werkt alleen in combinatie met je taper: omdat je minder traint, worden de extra koolhydraten opgeslagen in plaats van verbrand. Schrik niet als de weegschaal 1 tot 2 kilo meer aangeeft. Dat is opgeslagen glycogeen met het vocht dat het bindt, en dat vocht komt tijdens de race goed van pas. Loop je een 5 of 10 kilometer, dan is stapelen niet nodig; een normale, koolhydraatrijke maaltijd de avond ervoor volstaat.
De wedstrijddag: De laatste maaltijd vóór de start
Experimenteer op de wedstrijddag nooit met nieuwe voeding. Wat je in de laatste uren eet, vormt de directe brandstof voor je eerste kilometers.
-
Timing en hoeveelheid: Neem je laatste grote maaltijd 3 tot 4 uur voor de start. Deze moet rijk zijn aan koolhydraten (1 tot 4 gram per kg lichaamsgewicht) en arm aan vet en vezels.
-
Persoonlijke favoriet: Zelf kies ik altijd voor wit brood met jam of een banaan, gecombineerd met wat sportdrank. Havermout op waterbasis met honing is ook een uitstekende keuze.
-
Hydratatie voor het startvak: Drink 300 tot 500 ml water of isotone drank tot een uur voor het startschot. Stop circa 45 minuten van tevoren met grote slokken, zodat je rustig naar het toilet kunt voordat je het startvak in loopt.
Tijdens de race: hoeveel koolhydraten per uur?
Op wedstrijdtempo is je glycogeenvoorraad na ongeveer 75 tot 90 minuten uitgeput. Vul je onderweg niet bij, dan zakt je tempo drastisch in en kom je de beruchte ‘man met de hamer’ tegen. Hoeveel je nodig hebt, hangt af van hoe lang je onderweg bent:
|
Duur van je race |
Koolhydraten per uur |
In de praktijk |
|---|---|---|
|
Korter dan 1 uur (bijv. 5 – 10 km) |
Niet nodig |
Een slok water bij de drinkpost volstaat |
|
1 tot 2,5 uur (bijv. halve marathon) |
30 – 60 gram |
Ongeveer 1 gel per 30 tot 45 minuten |
|
Langer dan 2,5 uur (bijv. marathon) |
60 – 90 gram (getrainde lopers tot 100 – 120 gram) |
Gels afwisselen met sportdrank of energiegummies |
Neem een gel altijd met wat water en test je voeding vooraf tijdens je lange duurlopen. Mik je op meer dan 60 gram per uur, kies dan voor producten met een mix van glucose en fructose. Hoe dat werkt en hoe je je darmen stap voor stap traint op hogere hoeveelheden, lees je in deze blog over koolhydraatplanning.