15% korting op fietskleding. Code SPT-FK15. Min. € 75.-
Terug naar blogs
Racefiets ombouwen tot gravelfiets: getest met gravelbanden en tubeless
Fietsbanden
12 oktober 2026
Bastian Klomp
16 min leestijd

Racefiets ombouwen tot gravelfiets: getest met gravelbanden en tubeless

Je kunt een racefiets ombouwen tot gravelfiets door vier onderdelen aan te passen: bredere banden met profiel, een breder (flared) stuur, een lichter verzet en MTB-pedalen met bijpassende schoenen. De banden maken verreweg het grootste verschil en hoeveel bandenruimte je frame heeft, bepaalt hoe ver je de ombouw kunt doorvoeren. In deze blog lees je per stap wat je nodig hebt, waar je op moet letten en wanneer een echte gravelbike toch de slimmere keuze is.

Ik heb het zelf uitgeprobeerd. Op mijn Cube Attain SLX (2025), een aluminium racefiets met carbon vork, Shimano 105 en schijfremmen, heb ik gravelbanden gelegd en de wielen tubeless gemaakt. Na één koude, natte zaterdagochtend in het bos was ik verkocht. Lees hieronder hoe dat ging.

Wat is het verschil tussen een racefiets en een gravelbike?

Een gravelbike lijkt op het eerste gezicht op een racefiets, maar is gebouwd voor wisselende ondergronden. De belangrijkste verschillen zijn:

Daarnaast heeft een gravelbike vaak een iets langere wielbasis en een rechtere zithouding, wat zorgt voor meer stabiliteit op losse ondergrond. Die geometrie kun je niet veranderen, maar de vier punten hierboven wel. Precies daar zit de ombouw. Twijfel je of ombouwen voor jou zin heeft? Lees dan eerst wanneer je beter een gravelbike kunt kopen.

Cube Attain SLX racefiets met gravelbanden bij een ven in het bos
Mijn Cube Attain SLX, omgebouwd met 30 mm gravelbanden.

 


1. Gravelbanden op je racefiets: de belangrijkste aanpassing

Als er één aanpassing is die het verschil maakt, dan zijn het je banden. Smalle, gladde racebanden zijn gemaakt voor snelheid op asfalt, maar bieden op grind, zand en bospaden weinig grip en comfort.

  • Waarom bredere banden? Een bredere band rijd je op een lagere spanning. Daardoor wordt het contactoppervlak groter en krijg je meer grip op los zand, grind en modder. Het grotere luchtvolume werkt bovendien als demper: trillingen en oneffenheden worden opgevangen, waardoor je comfortabeler en minder vermoeid rijdt.
  • Welke bandenmaat past? Dat bepaalt je frame. De meeste moderne racefietsen met schijfremmen bieden ruimte voor 30 tot 32 mm, sommige endurance-modellen zelfs voor 35 mm. Oudere racefietsen met velgremmen houden vaak op bij 25 of 28 mm. Kijk eerst in de specificaties van je fabrikant naar de maximale bandenbreedte. Meet daarnaast zelf de ruimte bij de voorvork, de liggende achtervork (chainstays) en de zittende achtervork. Houd rondom minimaal zo’n 4 mm vrij, zodat modder en steentjes niet tussen band en frame blijven hangen.
  • Let op je velgbreedte: op een bredere velg valt een band breder uit dan de maat op de zijkant. Een 30 mm band kan op een moderne velg in de praktijk 31–32 mm meten. Meet na het oppompen dus altijd nog even na.
  • Kies een licht profiel: voor Nederlandse gravelroutes: veel fietspad, schelpenpaden en droge bospaden is een band met een glad middenprofiel en wat grip op de flanken ideaal. Die rolt vlot op asfalt en geeft houvast in de bocht. Een stap van 25 naar 28–32 mm maakt al een wereld van verschil.
  • Tip uit de praktijk: twijfel je over de ruimte in je frame? Kies dan een gravelband in dezelfde breedte als de band die er nu op ligt. Mijn Cube Attain SLX had standaard 30 mm racebanden, dus koos ik bewust voor de Michelin Power Adventure TLR in 30 mm. Zo wist ik zeker dat hij zou passen, en je krijgt er alsnog een flinke dosis extra grip voor terug. Achteraf bleek er nog ruim speling over te zijn: een 32 mm band had er ook prima in gepast.
  • Tubeless is je vriend: met een tubeless setup verklein je de kans op stootlekken (snakebites) aanzienlijk, en kleine gaatjes worden door de dichtingsmelk vaak vanzelf gedicht. Bovendien kun je met een lagere bandenspanning rijden voor meer grip en comfort. Hieronder lees je stap voor stap hoe je je banden tubeless maakt.

Tip voor de bandenspanning: op een 30–32 mm tubeless band rijden de meeste renners off-road ergens tussen de 3 en 4,5 bar, afhankelijk van lichaamsgewicht en ondergrond. Begin aan de hoge kant en laat stapsgewijs wat lucht weg tot de fiets rustig blijft over hobbels zonder dat de band inveert in bochten. Ter referentie: ik weeg 86 kilo en reed met 4,5 bar in mijn 30 mm banden. Lichtere renners kunnen lager gaan.

Bandenruimte tussen de carbon voorvork van een Cube Attain SLX en een Michelin Power Adventure TLR gravelband
Ruim voldoende speling bij de voorvork: hier had ook een 32 mm band gepast.

 

Zo maak je je banden tubeless in 6 stappen

Je band tubeless maken doe je met een tubeless velglint, tubeless ventielen en sealant (anti-lekvloeistof). Voorwaarde is dat zowel je velg als je band tubeless ready zijn: herken dit aan de aanduiding TLR, TL of Tubeless Ready op de band en in de specificaties van je wielen. De Michelin Power Adventure TLR hierboven is bijvoorbeeld tubeless ready.

Dit heb je nodig:

  • Tubeless velglint: sluit de spaakgaten in je velg luchtdicht af. Kies een breedte die past bij de binnenbreedte van je velg, zodat het lint van rand tot rand loopt. Het XAND Tubeless Velglint is zelfklevend en zit op een rol van 10 meter, genoeg voor meerdere wielen.
  • Tubeless ventielen: een tubeless ventiel heeft een rubberen voet die het ventielgat in de velg afdicht. Kies de lengte op basis van je velghoogte: het ventiel moet zo’n 15 tot 20 mm boven de velg uitsteken. De XAND Tubeless Ventielen zijn er in 44, 60 en 80 mm, en het dopje werkt ook als ventielkernverwijderaar. Op de lage velgen van mijn Cube Attain SLX waren ventielen van 44 mm voldoende.
  • Tubeless sealant: deze vloeistof sluit de laatste kiertjes tussen band en velg af en dicht onderweg kleine gaatjes vrijwel direct. De EARTHLAB Tubeless Sealant is plantaardig, biologisch afbreekbaar en dicht gaten tot 6 mm. Met 500 ml kun je meerdere banden vullen.
  • Handig gereedschap: bandenlichters, een vloerpomp en eventueel een tubeless pomp of luchtreservoir voor het ‘poppen’ van de band, zoals de Xand Booster Vloerpomp.

Stappenplan:

  1. Velg schoonmaken: verwijder de oude band, binnenband en het gewone velglint. Maak het velgbed vet- en stofvrij met (isopropyl)alcohol, anders hecht het nieuwe lint niet goed.
  2. Velglint aanbrengen: begin een paar spaakgaten vóór het ventielgat en plak het lint strak en gecentreerd rondom de velg. Laat het einde zo’n 10 cm overlappen over het beginpunt. Druk het lint goed aan zodat er geen luchtbellen of plooien ontstaan.
  3. Ventiel plaatsen: prik met een priem of kleine schroevendraaier een gaatje in het lint ter hoogte van het ventielgat. Steek het tubeless ventiel erdoor en draai de borgmoer handvast aan.
  4. Band monteren: leg de band met één kant volledig op de velg en de andere kant voor het grootste deel. Duw de hielen in het diepe midden van het velgbed, dan houd je speling over om het laatste stuk erop te krijgen.
  5. Sealant toevoegen: giet de sealant in de band voordat je het laatste stuk monteert, of verwijder de ventielkern en spuit hem via het ventiel in. Reken voor een 28–32 mm band op zo’n 40 tot 60 ml en voor een bredere gravelband op 60 ml of meer per band. Zelf deed ik ongeveer 60 ml in mijn 30 mm banden: iets ruimer, zodat er genoeg sealant is voor de doornen en scherpe steentjes in het bos.
  6. Oppompen en verdelen: pomp de band krachtig op tot je de hielen hoort ‘ploppen’ in de velgrand (blijf onder de maximale druk van band en velg). Draai en schud het wiel zodat de sealant zich over de hele binnenkant verdeelt. Laat het wiel een nacht liggen, controleer de druk en pomp bij waar nodig. Bij mij was een gewone vloerpomp genoeg: de banden schoten zonder problemen in de velg. Lukt dat bij jou niet, dan helpt een tubeless pomp met luchtreservoir.

Tip: sealant droogt na verloop van tijd in. Controleer elke 2 tot 3 maanden of er nog genoeg vloeistof in de band zit en vul bij waar nodig. Wil je weten hoe je onderweg een tubeless band repareert of vervangt? Lees dan ons artikel tubeless banden vervangen en repareren.

 


Getest: mijn Cube Attain SLX met gravelbanden in het bos

Theorie is mooi, maar hoe rijdt een racefiets met gravelbanden echt? Ik testte het op mijn eigen Cube Attain SLX (2025), met de Michelin Power Adventure TLR in 30 mm.

De ombouw

Om tubeless te kunnen rijden, heb ik eerst het XAND Tubeless Velglint aangebracht en de XAND Tubeless Ventielen in 44 mm geplaatst. Daarna heb ik de banden gemonteerd en per band ongeveer 60 ml EARTHLAB Tubeless Sealant toegevoegd. Ik zag vooraf wat op tegen tubeless, maar met het stappenplan hierboven ging het verrassend makkelijk. Ik heb niet eens een speciale tubeless pomp nodig gehad: met een gewone vloerpomp sprongen de banden netjes in de velg. Daarna heb ik ze op 4,5 bar gezet, passend bij mijn gewicht van 86 kilo.

Cube Attain SLX met gravelbanden langs een zandpad en een ven

De testrit

Op een koude zaterdagochtend ben ik in een lange broek en met lange mouwen naar het bos gereden. Het had de dag ervoor geregend, dus alles was nog vochtig. Een deel van de route liep over verharde boswegen, maar die lagen bezaaid met eikels en natte bladeren: precies het soort ondergrond waar je op smalle racebanden je adem inhoudt. Ik merkte direct dat ik veel meer grip had. Daardoor durfde ik ook meer te sturen en sneller de bocht in te gaan.

Daarna ben ik het lossere zand opgezocht. Ook daar bleef de grip verrassend goed, maar je merkt wel waar de grens ligt. Ga je echt diep, mul zand in, dan heb je met 30 mm te weinig draagvlak en begint het voorwiel te zwemmen. Op de gravelpaden zelf, met grind en aangestampt zand, reed de fiets juist super: vlot, stabiel en comfortabel.

Eerlijk is eerlijk: op de weg naar het bos merkte ik wel dat ik minder snel ging dan met mijn racebanden. Het profiel en de lagere spanning kosten op asfalt wat rolsnelheid. Voor mij weegt dat ruim op tegen de grip en het plezier zodra je het asfalt verlaat, maar rijd je vooral op de weg, dan is dat iets om rekening mee te houden.

Profiel van de Michelin Power Adventure TLR 30 mm gravelband na een rit door het bos
Het profiel van de Michelin Power Adventure TLR na de testrit.

Mijn conclusie

Ik ben helemaal verliefd geworden op gravelen. Het voelt als crossen door het bos: je moet beter sturen en beter opletten, en dat maakt het juist zo leuk. Voor wie wil ontdekken of gravel iets voor hem of haar is, vind ik gravelbanden op een racefiets een prima, betaalbare eerste stap.

Fiets Cube Attain SLX (2025) – aluminium frame, carbon vork, Shimano 105 2×12, hydraulische schijfremmen
Band Michelin Power Adventure TLR, 700 x 30C (vervanger van de standaard 30 mm racebanden)
Tubeless XAND Tubeless Velglint, XAND Tubeless Ventielen 44 mm, ca. 60 ml EARTHLAB Tubeless Sealant per band, gemonteerd met een gewone vloerpomp
Bandenspanning 4,5 bar (rijdergewicht 86 kg)
Bandenruimte Ruim voldoende; 32 mm had ook gepast
Ondergrond Natte boswegen met eikels en bladeren, los zand, gravelpaden
Pluspunten Veel meer grip op nat blad en eikels, meer vertrouwen in bochten, prima op grind en aangestampt zand, eenvoudige tubeless montage
Minpunten In diep, mul zand loopt een 30 mm band tegen zijn grens aan; op asfalt merkbaar minder snel dan met racebanden

 


2. Meer controle met een gravelstuur en dikker stuurlint

Op onverhard terrein is controle over je fiets essentieel. Een standaard racestuur is smal en ontworpen voor een aerodynamische houding. Op gravel heb je juist meer baat bij stabiliteit en een iets rechtere houding.

  • Het gravelstuur: kenmerkend is de ‘flare’: de onderkant van de beugel staat naar buiten gericht, waardoor het stuur onderin breder is dan bovenin. Een flare van 12 tot 20 graden is gangbaar voor allround gravel; uitgesproken avonturensturen gaan nog verder. In de beugels heb je zo meer hefboom en controle, vooral tijdens afdalingen en op technische stukken.
  • Breedte en houding: kies een stuur dat bovenop ongeveer even breed is als je huidige racestuur of 2 cm breder. Een kortere reach en drop (bijvoorbeeld 65–75 mm reach) geeft een ontspannener houding en maakt het makkelijker om lang in de beugels te rijden.
  • Houd rekening met montage: bij een stuurwissel moeten de remgrepen worden verplaatst en bij hydraulische schijfremmen of een volledig geïntegreerde kabelgeleiding moeten de leidingen soms worden ingekort of opnieuw ontlucht. Twijfel je? Laat dit dan door je fietsenmaker doen.
  • Stuurlint: een hobbelige ondergrond betekent meer trillingen in je handen en armen. Kies een dikker, grijpvast stuurlint van 3 mm of meer, of wikkel dubbel. Dat dempt trillingen en vermindert de kans op vermoeide of tintelende handen.

 


3. Een lichter verzet voor korte, steile klimmetjes

Korte, steile klimmetjes op onverharde paden vragen om een ander verzet dan lange, geleidelijke beklimmingen op de weg. Op losse ondergrond verlies je grip als je te zwaar trapt, en dan sta je al snel naast je fiets. De kans is groot dat je huidige racefietscassette daarvoor te ‘zwaar’ is.

  • Een grotere cassette: de eenvoudigste oplossing is een cassette met een groter bereik, zoals 11-32 of 11-34. Veel moderne achterderailleurs kunnen dat aan: bij Shimano is een derailleur met lange kooi (GS) doorgaans geschikt tot 34 tanden, terwijl een korte kooi (SS) vaak bij 30 of 32 tanden ophoudt. Controleer altijd de maximale tandwielgrootte in de specificaties van jouw derailleur.
  • Vergeet je ketting niet: bij een grotere cassette heb je meestal een langere ketting nodig. Tijd voor een nieuwe ketting dus, op de juiste lengte.
  • Kleinere kettingbladen: rijd je nu nog met een standaard 53/39-crankstel? Dan levert een compact (50/34) of subcompact crankstel (bijvoorbeeld 48/31) direct een veel lichter verzet op. Die combinatie met een 34-tands cassette geeft je bijna een 1-op-1-verhouding: daarmee kom je vrijwel elke gravelklim op.
Shimano 105 12-speed cassette en achterderailleur op een Cube Attain SLX

 


4. MTB-pedalen en gravelschoenen: makkelijker in- en uitklikken

Racepedalen (zoals Shimano SPD-SL of Look Kéo) hebben een groot contactoppervlak voor efficiënte krachtoverbrenging, maar zijn minder praktisch als je door modder loopt, vaak moet afstappen of snel moet in- en uitklikken.

  • MTB-pedalen voor gravel: stap over op mountainbikepedalen met een tweegaats systeem, zoals Shimano SPD. Deze pedalen zijn dubbelzijdig, dus inklikken gaat sneller. Bovendien voeren ze modder en vuil veel beter af, zodat je niet met een verstopt kliksysteem komt te staan.
  • Gravelschoenen: bij SPD-pedalen horen schoenen met een tweegaats bevestiging. Bij gravelschoenen ligt het schoenplaatje verzonken in een zool met profiel, waardoor je normaal kunt lopen – handig bij een steil stuk, een hek of een koffiestop. Een stijve zool zorgt er tegelijk voor dat je nauwelijks kracht verliest.

Extra tip: bescherm je frame tegen steenslag

Op grind en schelpenpaden schieten steentjes en zand met flinke snelheid tegen je frame. Een racefiets is daar niet op gebouwd: de lak op de onderbuis, de liggende achtervork en de binnenkant van de voorvork raakt snel beschadigd. Dat geldt zeker voor carbon frames, waar een diepe kras meer is dan alleen een cosmetisch probleem.

  • Waar plak je framefolie? op de onderkant van de onderbuis, de liggende achtervork aan de kettingkant, de binnenkant van de vorkpoten en op plekken waar kabels of tassen tegen het frame schuren.
  • Zo breng je het aan: maak het frame schoon en vetvrij, knip de folie op maat met afgeronde hoeken (dan laten de randen minder snel los) en strijk hem van het midden naar buiten glad.

De XAND Frame Beschermfolie is transparant, UV-bestendig en verkleurt niet in de zon. Wil je later terug naar je racefietslook, dan verwijder je de folie zonder lijmresten.

 


Wanneer kun je beter een gravelbike kopen?

Ombouwen is een slimme en duurzame manier om met gravelen te beginnen, maar het heeft grenzen. Een echte gravelbike is waarschijnlijk de betere keuze als:

  • je frame maximaal 25–28 mm banden toelaat, zoals bij veel oudere racefietsen met velgremmen. Dan blijft gravel beperkt tot verharde grindpaden.
  • je regelmatig zwaar terrein wilt rijden, zoals mul zand, modderige bospaden of wortels. Daarvoor heb je 38 mm of breder nodig.
  • je wilt bikepacken en tassen, bidonhouders of spatborden wilt monteren. Gravelbikes hebben daarvoor extra bevestigingspunten.
  • de optelsom van onderdelen hoog wordt. Banden, stuur, cassette, ketting, crankstel, pedalen en schoenen lopen samen snel op. Vergelijk dat bedrag eerlijk met een instap-gravelbike.

Wil je vooral af en toe van het asfalt af en je bestaande fiets veelzijdiger maken? Dan is ombouwen een prima start. Merk je dat je steeds vaker de bossen in trekt, dan weet je meteen of een gravelbike de investering waard is.


Checklist: racefiets ombouwen tot gravelfiets

Aanpassing Impact op gravel Moeilijkheid Waar op letten
Bredere banden (28–35 mm) Zeer groot Makkelijk Bandenruimte frame, velgbreedte, tubeless ready
Tubeless (velglint, ventielen, sealant) Groot Gemiddeld Tubeless ready velg en band, juiste lintbreedte en ventiellengte
Gravelstuur + stuurlint Groot Gemiddeld Flare, breedte, kabels en remleidingen
Grotere cassette / kleiner crankstel Groot op klimmetjes Gemiddeld Max. tandwiel derailleur, kettinglengte
MTB-pedalen + gravelschoenen Gemiddeld Makkelijk Tweegaats SPD-schoenplaatjes
Framebeschermfolie Klein (beschermt je frame) Makkelijk Onderbuis, liggende achtervork, binnenkant vork

Klaar voor het avontuur!

Met deze aanpassingen is jouw racefiets klaar om nieuwe wegen te verkennen. Mijn advies: begin met de banden. Bij mijn Cube Attain SLX waren gravelbanden en een tubeless setup genoeg om het bos in te kunnen, en het verschil in grip voelde je meteen. Kijk vanuit daar welke upgrades voor jou het meeste verschil maken. Het ombouwen van je fiets is niet alleen een duurzame en betaalbare manier om met gravelen te beginnen, het is ook een leuk project om je fiets nog beter te leren kennen. Wie weet raak jij net zo verslaafd als ik.

Omgebouwde Cube Attain SLX met Michelin Power Adventure gravelbanden aan het water

Veelgestelde vragen over een racefiets ombouwen tot gravelfiets

Kun je gravelbanden op een racefiets leggen?

Ja, zolang je frame en vork genoeg ruimte bieden. Op de meeste moderne racefietsen met schijfremmen passen banden van 30 tot 32 mm met een licht gravelprofiel. Controleer de maximale bandenbreedte bij de fabrikant en houd rondom minimaal zo’n 4 mm speling.

Wat is de breedste band die op een racefiets past?

Dat verschilt per frame. Oudere racefietsen met velgremmen houden vaak op bij 25–28 mm, moderne racefietsen met schijfremmen bij 30–32 mm en endurance-racefietsen soms bij 35 mm. Een echte gravelbike biedt doorgaans ruimte voor 40 tot 45 mm.

Hoe maak je een racefietsband tubeless?

Je hebt een tubeless ready velg en band nodig, plus tubeless velglint, tubeless ventielen en sealant. Plak het velglint over de spaakgaten, plaats het ventiel, monteer de band, voeg zo’n 40–60 ml sealant toe en pomp krachtig op tot de hielen in de velgrand ploppen. Bekijk het volledige stappenplan.

Welke bandenspanning gebruik je voor gravelbanden op een racefiets?

Op 30–32 mm tubeless gravelbanden rijden de meeste renners off-road tussen de 3 en 4,5 bar, afhankelijk van lichaamsgewicht en ondergrond. Ik weeg zelf 86 kilo en reed met 4,5 bar; lichtere renners kunnen lager gaan voor extra grip en comfort.

Is een racefiets ombouwen goedkoper dan een gravelbike kopen?

Alleen nieuwe banden en stuurlint is een kleine investering. Vervang je ook stuur, cassette, ketting, crankstel, pedalen en schoenen, dan loopt het bedrag flink op. Wil je vooral af en toe onverhard rijden, dan is ombouwen voordeliger. Ga je vaak en zwaar gravelen, dan is een gravelbike op termijn de betere keuze.

Wat is het verschil tussen een gravelbike en een racefiets?

Een gravelbike heeft bredere banden met profiel, een breder stuur met flare, een lichter verzet, meer bandenruimte en meestal een stabielere geometrie met extra bevestigingspunten voor tassen. Een racefiets is lichter en sneller op asfalt, maar minder comfortabel en stabiel op onverhard.

Kan ik mijn racepedalen houden voor gravel?

Dat kan, maar het is minder praktisch. Racepedalen zijn eenzijdig, raken sneller verstopt door modder en de uitstekende schoenplaatjes maken lopen lastig. MTB-pedalen (SPD) met gravelschoenen zijn op onverhard prettiger en veiliger.

Zoek een blog of bekijk alle blogs

Bekijk alle blogs