De zomer ligt inmiddels achter ons. De dagen worden korter, de temperaturen dalen en de kans op regen en stevige wind neemt toe. Waar je in de zomer zonder veel nadenken op de fiets stapt, vraagt een fietstraining in deze periode ineens wat meer voorbereiding én motivatie. Maar betekent dat dat je training moet worden uitgesteld tot het voorjaar? Zeker niet! Juist in deze periode kan hardlopen een verrassend goed alternatief zijn voor wielrenners. Je blijft namelijk actief wanneer een lange fietsrit minder aantrekkelijk is. En misschien nog belangrijker: je werkt tegelijkertijd aan een sterkere en completere basis, waarmee je straks weer met frisse benen op de fiets kunt stappen.
Trek je loopschoenen aan!
Fietsen en hardlopen lijken op het eerste gezicht misschien behoorlijk op elkaar. Beide sporten vragen veel van je conditie en zorgen ervoor dat hart en longen flink aan het werk moeten. Toch belast je je lichaam op een heel andere manier.
Tijdens het fietsen maak je vooral een gecontroleerde, herhalende beweging waarbij je lichaam relatief weinig schokken hoeft op te vangen. Hardlopen is anders. Bij iedere stap moet je lichaam de landing opvangen. Vooral je kuiten, hamstrings en bovenbenen krijgen daardoor een andere belasting dan ze gewend zijn op de fiets.
En juist daarin zit de kracht van de combinatie. Hardlopen spreekt spiergroepen aan die bij wielrennen minder worden belast. Denk bijvoorbeeld aan de hamstrings, bilspieren en je core. Daardoor kan hardlopen helpen om de spierbalans te verbeteren. Ook krijgen je botten en pezen door de gewicht dragende beweging een prikkel die ze tijdens het fietsen veel minder krijgen.
Je conditie is misschien al goed… maar je lichaam moet nog wennen
Hier zit meteen een belangrijke waarschuwing voor iedere fanatieke wielrenner die voor het eerst gaat hardlopen. Je fietst misschien zonder problemen twee of drie uur en denkt daarom: dan moet een half uurtje hardlopen toch ook makkelijk lukken?
Niet helemaal. Je hart en longen zijn misschien uitstekend getraind, maar je pezen, gewrichten, spieren en botten zijn nog niet gewend aan de schokbelasting van het hardlopen. Je conditie kan dus veel verder zijn dan je bewegingsapparaat. Oftewel: je motor is sterk, maar je chassis moet nog worden opgebouwd.
Dat is precies waarom veel fitte fietsers in de problemen komen wanneer ze enthousiast beginnen met hardlopen. Ze voelen zich conditioneel goed, lopen meteen een flink tempo en ontdekken een paar dagen later dat hun kuiten, knieën of achillespezen daar heel anders over denken. Rustig beginnen is daarom geen teken van zwakte. Het is juist de slimste manier om vooruitgang te boeken.
Begin met wandelen en hardlopen
Een fijne manier om aan hardlopen te wennen is de zogenaamde run-walk-methode. Daarbij wissel je rustig joggen af met wandelen. Zo krijgt je lichaam de tijd om zich aan te passen zonder dat je meteen een lange afstand hoeft te lopen. Begin bijvoorbeeld met zes keer twee minuten rustig joggen en twee minuten wandelen. Voelt dat goed, dan kun je de loopstukken langzaam langer maken. Na een aantal weken kun je steeds langere stukken achter elkaar lopen.
Goede schoenen zijn geen luxe
Op de fiets kun je behoorlijk kritisch zijn op je materiaal. Een goede fiets, schoenen, kleding en misschien wel een uitgebreide fietscomputer: voor veel wielrenners hoort het er allemaal bij. Bij hardlopen is één onderdeel misschien wel extra belangrijk: je schoenen. Een paar oude fitnessschoenen uit de kast is daarom niet automatisch een goed idee. Hardloopschoenen zijn speciaal ontworpen om de krachten tijdens het lopen op te vangen en je voeten te ondersteunen.
En vergeet je kleding niet. Katoen lijkt comfortabel, maar houdt vocht vast. Bij koud en nat weer kan dat behoorlijk onaangenaam worden. Functionele sportkleding voert transpiratie beter af en met meerdere dunne lagen kun je je makkelijker aanpassen aan het weer. Want ja, ook als wielrenner weet je inmiddels: slecht weer bestaat niet… verkeerde kleding wel.