Een jaar of zes geleden zagen we een broodmagere Chris Froome voor het eerst berekend de bergen bedwingen. Er gingen geen tien pedaalslagen voorbij zonder dat hij een snelle blik op het scherm van zijn fietscomputer had geworpen. Leverde hij genoeg kracht voor winst? En overschreed hij tegelijkertijd geen grenzen, met als gevolg een opgeblazen motor? De powermeter was het kompas dat hem naar succes dirigeerde. Criticasters zetten vraagtekens bij het hoge wiskundegehalte en repten over koersbederf: een coureur hoort op gevoel en instinct te rijden, niet op basis van wat een computer hem voorschrijft. Anno nu is het volledige peloton om. En rijden ook wij, gewone wielrenners, in groten getale met een vermogensmeter rond.

Kan iedereen met een vermogensmeter rijden?
Met name de verstokte datafreaks onder de sportieve fietsers waren de early adopters. Zij zagen Froome en consorten succesvol aan het werk en begrepen wat de profs deden. Daar wilden zij in hun vrije tijd ook mee pionieren. De rest volgt nu, een paar jaar later. Er is meer besef ontstaan van wat zoân vermogenscijfertje op het computerscherm zegt. Bij programmaâs als het populaire Zwift staat het actuele powergetal immers voortdurend in beeld. Je kunt je gemakkelijker een goede voorstelling maken van wat je van het lichaam vraagt als je een half uur gaat fietsen met een gemiddelde van bijvoorbeeld 240 tot 250 watt. Tegelijkertijd realiseren we ons beter waarom fietsen op vermogen nuttig is: het wattage is de enige echt objectieve parameter die iets zegt over je prestatie op een bepaald moment. Een output van 231 watt is 231 watt en niets anders. Terwijl andere veelgebruikte parameters â snelheid, hartslag â gevoelig zijn voor allerlei invloeden. Een gemiddelde snelheid van 34 kilometer per uur is mooi, maar wordt minder waarde toegekend als je voortdurend een stevige wind in de rug hebt gehad op een gladde asfaltweg. Je hartslag zegt ook niet alles: die wordt beïnvloed door vermoeidheid en buitentemperatuur. Wil je dus gericht te werk gaan, dan let je op je vermogen. Kunnen wij technisch gezien allemaal trainen op vermogen, zonder dat het in de papieren loopt? Die vraag stelden we ons voordat we aan de slag gingen met deze materiaaltest. Bij de montage van de diverse producten ontdekten we al snel dat we die vraag volmondig met âjaâ kunnen beantwoorden. Op nagenoeg iedere racefiets kun je een powermeter installeren, ook als je die fiets al veel langer geleden hebt aangeschaft. Belangrijk is wel dat je over wat basisgereedschap beschikt. En natuurlijk over een goede fietscomputer, want je moet de registreerde data wel in beeld kunnen oproepen. Onder meer de laatste generatie Garmin- en Wahoo- toestellen volstaat. Pure kilometertellers en snelheidsmeters uiteraard niet. Twijfel je? Neem dan contact op met FuturumShop en geef aan met welke fietscomputer je rijdt.

Test met drie vermogensmeters
Als je je bestaande fiets wilt uitbouwen met een powermeter, dan zijn er twee hoofdsmaken: je kiest voor een apparaatje op de crank of op het pedaal. Er zijn nog wel andere mogelijkheden, bijvoorbeeld een meter in de achternaaf, maar de inbouw daarvan is een fractie ingewikkelder. We richten ons voor deze test daarom op de relatief eenvoudig te monteren pedaal- en crankproducten. Om precies te zijn twee crankmeters (de 4iiii Precision en Stages R8000) en één pedaalvariant (Favero DUO). Deze drie producten zijn op dit moment het populairst bij fietsers die bij FuturumShop aankloppen voor een powermeter op hun bestaande fiets.
Als je nu nog in de oriëntatiefase zit, bepaal dan voor jezelf wat je budget is. De pedaalvariant heeft weliswaar enkele voordelen, maar is wel iets duurder in aanschaf. Belangrijker nog is om vast te stellen of je een vermogensmeter aan één of twee zijdes wilt inbouwen. Heb je een apparaatje aan één kant, dan vermenigvuldigt hij de data met twee om je totale output te berekenen. Aangezien je linker- en rechterbeen zeer waarschijnlijk niet precies even sterk zijn,
kunnen er kleine afwijkingen ontstaan in de powerdata die je op je scherm afleest. Kortom: wil je nauwkeurigheid en inzicht in hoe beide benen presteren, dan ga je voor dubbele registratie. Wil je een meer dan goede indicatie, dan heb je voldoende aan een meter links of rechts.
Nauwkeurige registratie
De powermeters op de crank van 4iiii en Stages registreren het vermogen aan de hand van de vervorming van de crank zodra je kracht zet. De pedaaluitvoering meet de vervorming van de pedaalas. Hoe meer vervorming er is, hoe hoger de power. De registratie gebeurt met zeer sensitieve sensoren, want met het blote oog is de vervorming niet of nauwelijks waar te nemen. Bij 4iiii is de registratie tot 1 procent nauwkeurig. En bij Stages is dat tot 1,5 procent. Dus als je in werkelijkheid 200 watt trapt, geeft de 4iiiimeter minstens 198 en hooguit 202 watt aan.
Pedaal vs. crank
Bij de pedaalvariant van Favero kozen we ervoor om zowel links als rechts een meter te installeren. Er is ook een uitvoering van dit merk verkrijgbaar voor enkel powerregistratie links (Favero UNO). In het geval van de crankproducten monteerden we een meter aan alleen de linkerkant, om precies te zijn de Shimano Ultegra-variant. Heb je andere wensen en wil je de crank met powermeter van Stages of 4iiii in bijvoorbeeld een Shimano 105- of Dura Ace-uitvoering, dan kan dat ook. Als je voor meting links én rechts gaat, dan heb je rechts eveneens keuzevrijheid in de kettingbladen. Je kunt bijvoorbeeld voor een 52 X 36 (semi-compact) of 53 X 39 (klassieke dubbel) gaan. Wat je kiest, hangt af van het terrein waar je rijdt en het verzet dat je daarbij nodig hebt.
Stages en 4iiii
De montage van de cranks met Stages en 4iiii-vermogensmeter werkt nagenoeg hetzelfde. Voor beide geldt dezelfde testuitleg. We hebben vooraf gecontroleerd of de cranks met powermeter op onze testfietsen passen â gelukkig is dat het geval. Er zijn een paar fietsen, met name aero-achtige modellen, waarop de cranks heel dicht langs het frame lopen. Aangezien de powermeter aan de binnenkant op de crank is bevestigd, is in dat soort uitzonderingsgevallen onvoldoende ruimte beschikbaar. Je kunt dit zelf heel gemakkelijk controleren: houd een AAA-batterij tussen de liggende achtervork en de crank. Als je de pedalen vervolgens nog vrij kunt ronddraaien zonder dat het batterijtje de crank raakt, is er geen enkel probleem en kun je aan de bak.
Compensatie temperatuurverschil
Je wilt natuurlijk een zo nauwkeurig mogelijk powergetal. Om die reden voorzien Stages en 4iiii in een automatische compensatie in temperatuurverschillen. Als je bijvoorbeeld de Mont Ventoux beklimt, dan is de temperatuur in het dal hoogstwaarschijnlijk hoger en het metaal van de crank daardoor zachter. Op de top van âde Reus van de Provenceâ is het juist koeler. Dankzij de compensatie is de powermeter in staat om de invloed van de buitentemperatuur uit te vlakken. De data kloppen dan nog steeds.




