Neem je de sportvoeding van EarthFood? Dan krijg je de koolhydraten uit suikers van bieten van biologische boerderijen uit Nederland en Duitsland.
Tekst Rik Booltink
Fotografie Gijs Ferkranus, FuturumShop
Verreweg de meeste voedingsfabrikanten halen hun suikers uit Brazilië en India, de grootste suiker producerende landen ter wereld. Transparantie over de exacte herkomst is echter vaak ver te zoeken. EarthFood gooit het mede daarom bewust over een andere boeg. Het nog relatief jonge, biologische sportvoedingsmerk koopt de suikers, goed voor de onmisbare koolhydraten tijdens ritten op de fiets, in Nederland en Duitsland in. Het gaat om uitsluitend biologisch gecertificeerde boerderijen, stuk voor stuk gepassioneerde bedrijven die gezondheid op de eerste plaats zetten en aan de meest strenge productie-eisen voldoen.
Gezonde ambities
Eén van die boerderijen is Mühlenhof, een bovengemiddeld grote speler uit Zepelin, een plaatsje in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, in het noordoosten. Het bedrijf heeft ruim 2.100 hectare aan land en verbouwt op zo’n honderd hectare suikerbieten. Verder teelt het circa twintig andere gewassen, waaronder wortels, uien, aardappelen en tarwe.
Sinds 2018 volgt Mühlenhof het spoor van biologische productie, vertelt Lorenz Petersen, één van de leidinggevenden. Gezondheidsproblemen bij een familielid overtuigden eigenaar Benedikt Ley er destijds van om definitief te stoppen met de conventionele productie. “Het was altijd al zijn droom en ambitie om gezondere producten te telen en dit was het laatste zetje dat hij nodig had”, zegt Petersen. “Het geloof in gezonde producten combineren we nu met de drive om een zo hoog mogelijke productieopbrengst per hectare te behalen.”

Strikte regelgeving
Dat klinkt gemakkelijker gezegd dan gedaan, want als biologisch gecertificeerde boerderij zit Mühlenhof aan allerlei regels gebonden. Zo mag ze bijvoorbeeld geen synthetische bestrijdingsmiddelen inzetten. En ook het gebruik van kunstmest niet toegestaan. In plaats daarvan is de onderneming aangewezen op dierlijke mest die grotendeels afkomstig is van de eigen veestapel en voor de rest wordt ingekocht bij regionale kippenboerderijen met een mestoverschot. Ook die zijn biologisch gecertificeerd.
Op diverse momenten in het seizoen zorgt de strikte regelgeving voor flinke uitdagingen. “In maart brengen we het land in gereedheid. We bemesten het en zorgen voor goede zaaicondities. In de tweede helft van april gaan we over tot zaaien, het precieze moment hangt af van de temperatuur en vochtigheid – het mag beslist niet te nat zijn. In de eerste dagen verliezen we een deel van de zaden, omdat wormen en andere insecten die opeten – synthetische bestrijdingsmiddelen zijn echt uit den boze. Met name in de eerste tien weken komt er ook veel handmatig werk bij kijken. We verwijderen het onkruid met robotmachines en lopen de rijen suikerbieten met ons personeel na. De handmatige controle is van groot belang, aangezien onkruid funest is voor de groei van de suikerbiet. Na tweeënhalve maand speelt het probleem niet of nauwelijks meer, want dan bedekken de bladeren van de suikerbieten de bodem en voorkomt schaduw de groei van onkruid.”
Aan het einde van de groeiperiode is er de grootste kans op ziektes. “Maar dat risico moeten we voor lief nemen, want er zijn geen alternatieve middelen om ziektes te bestrijden. We kunnen er als biologisch bedrijf niets tegen doen.”

